Huidvraat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Huidvraat is een neologisme dat in de Nieuwe Bijbelvertaling (officieel sinds oktober 2004) wordt gebruikt voor het oudere woord melaatsheid, dat ook lepra kan betekenen. Huidvraat zou een betere vertaling zijn voor het hebreeuwse woord tsara'at (צָרַעַת), omdat met dit Hebreeuwse woord geen lepra wordt bedoeld.

De reden om het woord huidvraat te gebruiken is dat volgens het Oude Testament niet alleen mensen deze aandoening kunnen krijgen, maar ook huizen, voorwerpen, leer of andere stoffen. Omdat in het Nieuwe Testament verwijzingen staan naar het oudtestamentische tsara'at hebben de Bijbelvertalers ervoor gekozen om ook in het Nieuwe Testament het woord huidvraat te gebruiken, hoewel in de Griekse grondtekst het woord lepra wordt gebruikt.

Omdat in de tijd van het Oude Testament lepra nog niet bekend was in het Midden-Oosten, is het onwaarschijnlijk dat met tsara'at lepra wordt bedoeld. Het staat eerder voor een geheel aan huidziekten zoals eczeem. Enkele eeuwen voor Christus namen de troepen van Alexander de Grote de ziekte mee vanuit India. In het Nieuw Testament gaat het dan ook waarschijnlijk wel om de ziekte lepra.

Revisie Nieuwe Bijbelvertaling[bewerken]

In het kader van de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling heeft het Nederlands Bijbelgenootschap de vertaling 'huidvraat' in 2019 geëvalueerd. Het blijkt dat huidvraat in veel opzichten een effectieve vertaling is, maar het woord brengt het grote nadeel met zich mee dat het afkeer oproept en zo zijn doel voorbij schiet. De huidige wetenschappelijke consensus zegt dat de bijbelwoorden tsara’at en lepra duiden op ‘een huidziekte die onreinheid veroorzaakt’.[1]

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Matthijs de Jong, Saskia van der Lingen en Jaap van Dorp, Huidvraat: vertaalvondst of jeukwoord? (26 november 2019).