Hyperthyreoïdie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Hyperthyreoïdie
ICD-10 E05
ICD-9 242, 775.3
DiseasesDB 6348
MedlinePlus 000356
eMedicine med/1109
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Hyperthyreoïdie is een aandoening waarbij er een teveel aan schildklierhormoon in het bloed aanwezig is. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is hyperthyreoïdie zelf geen ziekte.

Een te grote hoeveelheid schildklierhormoon kan het gevolg zijn van het innemen van schildklierhormoontabletten (thyreotoxicosis factitia), maar is in de meeste gevallen het gevolg van een te actieve schildklier. Aan hyperactiviteit van de schildklier kunnen een aantal ziekten ten grondslag liggen. De meest voorkomende oorzaak is het proces waarbij de patiënt antistoffen tegen de eigen schildklier vormt en heet de ziekte van Graves. De antistoffen die het lichaam dan maakt, grijpen aan op bepaalde receptoren van de schildklier, wat vervolgens leidt tot een te grote activiteit van deze klier. Wanneer dit gebeurt, zal de schildklier, zonder dat de hersenen de schildklier hiertoe aanzetten (wat normaal het geval is), heel veel hormoon gaan aanmaken.
Van de ziekte van Graves is sprake als er zwelling van de schildklier (struma) optreedt samen met uitpuilende ogen (exoftalmus) en een te snelle hartslag (tachycardie). Dit heet de Merseburger trias, (naar de woonplaats van von Basedow). De ziektebeelden die hyperthyreoïdie geven hebben overeenkomstige symptomen, waardoor ze grotendeels een overlappend spectrum vormen.

Achtergrondinformatie[bewerken]

De schildklier (glandula thyreoidica) is een klein vlindervormig orgaan dat normaliter aan de voorkant van de hals gelegen is (net onder de adamsappel). Een normaal functionerende schildklier zet jodium opgenomen uit voedsel om in twee hormonen. Deze hormonen, T4 en T3, hebben een activerende rol in de stofwisseling. Er zijn diverse aandoeningen die ten grondslag liggen aan een te grote of te kleine schildklierhormoonsynthese.

Oorzaken[bewerken]

De volgende ziekten of processen kunnen hyperthyreoïdie tot gevolg hebben:

  • Thyreotoxicosis factitia
    • Een inname van schildklierhormoontabletten door de patiënt (meestal gebruikt om af te vallen) leidt vaak tot een te grote hoeveelheid schildklierhormoon in het bloed.
  • Ziekte van Graves
    • In dit geval is er een autoimmuunproces gaande waarbij het lichaam antistoffen aanmaakt tegen de TSH-receptoren van de schildklier. Het gevolg is een enorme stimulatie van de aanmaak van schildklierhormoon.
  • Goedaardige tumor in de schildklier (Toxisch adenoom)
    • Een solitaire tumor in de schildklier kan resulteren in een verstoorde aanmaak van schildklierhormoon.
    • Meerdere goedaardige tumoren in de schildklier (Toxisch multi-nodulair struma, ook wel de ziekte van Plummer genoemd)
  • Thyreoïditis (ziekte van Du Quervain en de ziekte van Hashimoto)
    • Vanwege een (virus)infectie of een auto-immuunproces ontstaat een ontsteking van het schildklierweefsel. De al geproduceerde en opgeslagen schildklierhormonen komen vrij, wat resulteert in een hyperthyreoïdie. Na een korte hyperthyreotische fase zal de ontsteking leiden tot een mindere werking van de schildklier en dus tot een tekort aan schildklierhormoon (hypothyreoïdie)
  • Adenoom in de hypofyse
    • Soms ontstaat er een goedaardige tumor in de hypofyse, een adenoom. Indien dit cellen betreft die TSH (schildklierstimulerendhormoon) aanmaken, zal de schildklier enorm snel gaan werken zonder dat dit een fysiologisch doel heeft.

Symptomen[bewerken]

De schildklierhormonen thyroxine en tri-joodthyronine regelen de intensiteit van de stofwisseling. Bij een teveel aan schildklierhormonen zal de stofwisseling worden aangespoord, wat zich uit in de volgende klachten:

  • Warmte-intolerantie (het heel snel warm hebben)
  • Gewichtsverlies (ondanks normale voedselinname)
  • Overmatige transpiratie
  • Gejaagd gevoel
  • Tachycardie (snelle hartslag van soms meer dan 100 slagen per minuut)
  • Tremor (trillen van meestal de vingers, handen)
  • Diarree
  • Ontregelde menstruatiecyclus
  • Hartritmestoornissen - heel zelden
  • Vermoeidheid
  • Spierzwakte
  • Misselijkheid en overgeven - zelden
  • Oogklachten (scheelzien, verandering van de gezichtsscherpte, exoftalmus)

In het geval van de eerder beschreven ziekte van Graves zijn er nog een aantal kenmerkende symptomen. Dit zijn onder andere de struma (krop) die soms wordt gezien, een vergroting van de schildklier. De opengesperde ogen (exopthalmus) die de patiënt vaak een gejaagde blik geven zijn geen uiting van gejaagdheid, maar van een toenemend volume van de achter de ogen gelegen weefsels. Hierdoor komt de oogbol wat naar voren (ook wel het teken van Von Gräfe of Marty Feldman-effect genoemd). In extreme gevallen kunnen de ogen zelfs niet goed meer worden gesloten. Ook kan er sprake zijn van een typische zwelling van het onderhuidse bindweefsel (myxoedeem), dit voornamelijk op de schenen.

Diagnostiek[bewerken]

Wanneer er sprake is van een teveel aan schildklierhormoon en de hierbij behorende klachten moet allereerst de oorzaak worden gevonden. Vaak zal er een bloedtest worden gedaan om te kijken naar de hoeveelheid TSH (schildklierstimulerend hormoon) en T4 (schildklierhormoon). Wanneer de schildklier zelf te hard werkt, bij de ziekte van Graves of bijvoorbeeld een toxisch adenoom, zal er in het bloed een heel hoog peil aan T4 worden gevonden, maar heel weinig TSH. Dat komt doordat de hypofyse geen TSH meer maakt als er genoeg (of te veel) schildklierhormoon is. Ook kan worden gekeken of er speciale antistoffen in het bloed aanwezig zijn die zijn gericht tegen de schildklier.
Naast bloedtests wordt er bij onderzoek naar de oorzaak van hyperthyreoïdie ook gebruikgemaakt van radiologisch onderzoek. Bij dit onderzoek, dat scintigrafie heet, wordt radioactief jodium aan de patiënt toegediend dat in de schildklier wordt gebruikt om schildklierhormoon mee te maken. Via een speciale camera kan nu worden gezien welke gebieden het meeste jodium hebben opgenomen en dus het meest actief zijn (zie foto).

Voorbeelden van verschillende uitkomsten van schildklierscintigrafie
A: Normale schildklier
B: Ziekte van Graves
C: Plummers disease
D: Toxisch adenoom
E: Thyreoïditis

Behandeling[bewerken]

De behandeling van klachten die voortkomen uit een teveel aan schildklierhormoon is volledig afhankelijk van de oorzaak hiervan. Indien er sprake is van de ziekte van Graves is het mogelijk de werking van de schildklier medicamenteus te blokkeren (met carbimazol). Hierbij moet dan vaak wel schildklierhormoon worden bijgegeven omdat er anders een tekort ontstaat. Na een tijd (b.v. 1 jaar) kan de behandeling worden gestaakt om te zien of er weer een normale schildklierwerking ontstaat. In veel van de gevallen blijft de schildklier te actief en zal een deel hiervan worden verwijderd (operatief) of worden "gedood" door middel van therapie met radioactief jodium.
Indien er sprake is van een toxisch adenoom (een klein deel van de cellen die te actief werken), kan er worden gekozen voor radiotherapie. Radioactief jodium wordt dan in hoge dosis toegediend waarna het door voornamelijk de "zieke" cellen zal worden opgenomen. De straling van het radioactieve jodium vernietigt hierbij deze cellen zonder verdere schade aan het omliggende weefsel aan te richten. Dit is een veilige en goede methode om deze oorzaak van hyperthyreoïdie te behandelen, waarna in veel gevallen geen andere therapie meer nodig is.

Ook homeopathische middelen worden bij hyperthyreoïdie wel toegepast, voor de werking bestaat echter geen enkel wetenschappelijk bewijs.

Zie ook[bewerken]