Jaap Spaanderman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jaap Spaanderman
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Land Vlag van Nederland Nederland
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Jacobus Hendrikus Bastiaan (Jaap) Spaanderman jr. (Gouda, 17 oktober 1896 - Laren NH, 22 juli 1985) was een Nederlands pianist, cellist, dirigent en piano- en directiepedagoog. Hij was de zoon van Jacobus Hendrikus Bastiaan Spaanderman sr. (1864-1943), die organist was van de Grote Kerk in Gouda en tevens dirigent.

Hij studeerde cello bij Isaac Mossel en piano bij Sarah Bosmans-Benedicts. Hij behaalde de prix d'excellence als cellist (1918) en als pianist (1920) aan het Amsterdams Conservatorium. Ook studeerde hij directie bij Hagel in Berlijn. In de vroege jaren twintig maakte hij twee concertreizen door Nederlands-Indië. Van 1922 tot 1932 doceerde hij piano aan het Muzieklyceum te Amsterdam. Hij was pianist van het Concertgebouwsextet (als opvolger van Evert Cornelis) en later van het Concertgebouwtrio (met Louis Zimmerman en Marix Loevensohn).

Rond 1930 verlegde hij zijn activititeiten naar het dirigeren, eerst van het PHOHI-orkest van Philips, dat radio-uitzendingen verzorgde voor Nederlands-Indië. Vanaf 1932 was hij dirigent van de Arnhemse Orkest Vereniging (AOV), die hij op hoog peil bracht. Musici als Jo Juda en Herman Krebbers getuigden later van zijn grote partituurkennis, zijn precisie en zijn aandacht voor sfeer en karakter van een stuk.[1] Zijn rol tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog was omstreden, maar bij de zuivering na de bevrijding werd hij na uitgebreid onderzoek volledig vrijgesproken. In 1947 mocht hij dan ook terugkeren bij de AOV, maar in 1949 nam hij zelf ontslag.[2]

Daarna werd hij opnieuw als pianopedagoog bij het Muzieklyceum in Amsterdam actief. Onder zijn leerlingen bevinden zich Bart Berman, Albert Brussee, Theo Bruins, Stanley Hoogland, Jan Marisse Huizing, Guus Janssen, Hans Kox, Reinbert de Leeuw, Hans Vonk en Edo de Waart.