Jacob Lois

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jacob Lois (geboorteplaats en jaar onbekend[1] - 1676, Rotterdam) was een fabrikant, koopman, bestuurder en liefhebber van antiquiteiten. Hij is vooral bekend geworden door een door hem rond 1670 geschreven boek over de geschiedenis van de stad Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland in de vier eeuwen tussen 1270 en 1671. Dit werk was in de 18e en de 19e eeuw een voorname bron voor meerdere geschiedenissen over Rotterdam en omgeving.

Geschiedkundige[bewerken]

Lois was een veelzijdig man, die het bekendst is geworden door zijn onderzoekingen naar het verleden van Rotterdam en het hoogheemraadschap Schieland. Door hem zijn afschriften vervaardigd van Simon Doedes van der Sluys', Beschrijving der sloten en huizen van Schieland en van Willem van der Sluys', Verhaal van den Jonker Fransenoorlog. Zelf is hij de schrijver van de Cronycke ofte korte waere beschrijvinge der stad Rotterdam, beginnende van den jaere 1270 tot den jaere 1671, verrijkt met de voornaemste hantvesten en previlegien ('s Gravenhage, Delft, 1746, 40).

Het gemeentearchief van Rotterdam bezit een deels verkorte, deels uitgebreide kopie van deze druk van 1754. Het werk is gesteld op naam van zijn broer Samuel Lois, die het werk na de dood van zijn broer hier en daar heeft gewijzigd en de handvesten toevoegde.

Overige activiteiten[bewerken]

Lois wordt in 1658 genoemd als "capitein van de burgerie tot Rotterdam, vermaerd schilder, regent van sommige publyque godshuysen aldaer, liefhebber van antiquiteiten".

In 1664 en 1665 was hij schepen. Van beroep was hij blauwverver, een industrie die in de tweede helft van de 17e eeuw te Rotterdam zeer bloeide. Hij stichtte te Rotterdam de eerste kalandermolen, waarvoor hij bij contract van 24 januari 1669 met de stad octrooi verkreeg. In deze kalandermolen gebruikte hij de wind om stoffen op grote schaal mechanisch blauw te verven. Hiervoor werd de kleurstof indigo gebruikt, dat door de VOC uit Azië werd ingevoerd.

Lois interesseerde zich ook voor oude en nieuwe bouwkunst; onder zijn toezicht is in 1662 het gemeenlandshuis van Schieland, naar de plannen van Pieter Post gebouwd; ook is mede door hem de graftombe voor Witte Cornelisz. de With in de Laurenskerk te Rotterdam ontworpen. In de inventaris van zijn boedel, die op 30 oktober 1680 ter Weeskamer werd overgeleverd, kwamen ook veel boeken over architectuur voor.

Lois is ook bekend als schrijver van de kroniek van Willem van der Sluis, waarin hij het fictieve kasteel Polderburg als een realiteit opvoert. Drie eeuwen lang werd er verondersteld dat er een kasteel Polderburg bij Kethel had gelegen. In 1978 werd de mythe doorgeprikt door M.P.C. Scholte in de Rotterdams Jaarboekjes van 1978[2] en 1980[3].

Persoonlijk leven[bewerken]

Hij was een zoon van Adriaan Lois en Susanna Cornelisdochter Coorne. Het is onbekend waar en wanneer hij precies is geboren. Op 31 augustus 1649 trad hij in het huwelijk met Eva van Minnebeek, dochter van Cornelis van Minnebeek en Anna Pietersdochter du Bois. Zijn vrouw overleefde hem. Zijn werk werd voortgezet door zijn waarschijnlijk jongere broer Samuel (overleden in oktober 1707), die zijn geschiedkundige werk aanvulde en onder zijn naam liet uitgeven.

Noten[bewerken]

  1. Gezien de datum van zijn huwelijk, zijn activiteitenpatroon en de sterfdatum van zijn broer is het niet onaannemelijk dat hij tussen 1618 en 1630 is geboren.
  2. M.P.C. Scholte,Polderenburg, Rotterdams Jaarboekje 1978 p. 260-282
  3. M.P.C. Scholte, Polderenburg II, Rotterdams Jaarboekje 1980, p. 236-252

Externe link[bewerken]