Grote of Sint-Laurenskerk (Rotterdam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grote of Sint-Laurenskerk
Rotterdam laurenskerk.jpg
Plaats Laurenskwartier, Rotterdam
Denominatie Van de bouw tot 1572 katholiek. Sindsdien protestant.
Gebouwd in 1449-1525
Restauratie(s) 1952-1968
Gewijd aan Laurentius van Rome
Monumentnummer  32783, 32782
Architectuur
Bouwmethode kruisbasiliek
Stijlperiode Laatgotisch
Toren 65 m
Interieur
Diverse grootste kerkorgel van Nederland
Portaal  Portaalicoon   Christendom
De Laurenskerk tussen 1621 en 1645
Cornelis de Man: Interieur van de Laurenskerk. Ca. 1664-1667. Den Haag, Mauritshuis
Het interieur van de Laurenskerk op een schilderij uit 1668 van Anthonie de Lorme (1610-1673)
Het carillon in de toren van de Laurenskerk speelt zijn melodietjes af zoals die op de grootste speeldoos van Nederland zijn geprogrammeerd
De toren met daarboven de Rotterdamse vlag
Grafmonument van Egbert Kortenaer

De Grote of Sint-Laurenskerk, vaak kortweg Laurenskerk genoemd, is een gotische kerk in Rotterdam. Ze is het enige overblijfsel van het middeleeuwse Rotterdamse stadscentrum. De huidige kerk is een kruising tussen een hallenkerk en een kruisbasiliek. In de kerk is in een van de tentoonstellingskapellen nog een knopkapiteel aanwezig van haar voorganger, een tweebeukige hallenkerk zonder koor en toren.

Geschiedenis[bewerken]

Reeds in 1350 was er in het toenmalige Rotta, een hallen(parochie)kerk zonder toren (gewijd aan Laurentius en Magdalena), op de plaats van het huidige koor van de St. Laurenskerk. De bouw van de toren werd begonnen in 1449, de bouw van de kerk van 1460 tot 1525. Aan het einde van de vijftiende eeuw was de kerk voltooid. De toren, waarvan de bouw in 1449 was begonnen, was toen net zo hoog als de kerk. De toren werd eerst in 1548 verhoogd.[1] In 1621 werd de toren voorzien van een houten spits naar een ontwerp van Hendrick de Keyser. Door de slechte kwaliteit van het gebruikte hout moest deze spits in 1645 worden afgebroken. In de jaren 1645-1646 werd de toren door Dirc Davidsz. Versijde voor de tweede keer verhoogd, nu naar zijn huidige hoogte.[1] De toren werd daarbij voorzien van een stenen vierde geleding, die in 1650 te zwaar bleek te zijn voor de fundering. De toren werd opnieuw onderheid met 500 grenen masten, de fundering werd verzwaard (zie breed uiteenlopende torenvoet van rode baksteen tot eerste geleding) en in 1655 stond de toren weer recht. Deze vierde geleding is de enige in Nederland die gotische en classicistische elementen heeft, en ruimte voor een uurwerk met wijzerplaten. In Gotische kerktorens is er geen ruimte voor een uurwerk met wijzerplaten, daar werden onder andere de galmgaten voor gebruikt.

De toren en de kerk waren aanvankelijk gescheiden door een smal water dat Slikvaart heette. Het Hoogheemraadschap van Schieland maakte aanvankelijk bezwaar tegen demping uit vrees voor afwateringsproblemen. Rond 1460 bestond dit bezwaar niet meer en werd het watertje gedempt. Hierna werd het schip van de kerk verlengd in de richting van de toren.[1]

Veel belangrijke gebeurtenissen vonden in de kerk plaats. De laatste pastoor van de Laurenskerk was Hubert Duifhuis. In 1572 werd tijdens de Reformatie de Laurenskerk een protestantse kerk. In tegenstelling tot andere kerken vond hier geen beeldenstorm plaats, de altaren werden afgebroken, de beelden verwijderd en in november van hetzelfde jaar hield dominee Cornelis Cooltuin er de eerste gereformeerde predicatie. Predikanten van de Laurenskerk waren onder anderen Wilhelmus à Brakel, schrijver van het standaardwerk De Redelijke Godsdienst, Abraham Hellenbroek, schrijver van het in bevindelijk gereformeerde kring nog steeds gebruikte catechisatieboekje Voorbeeld der Goddelijke Waarheden, Johannes Jacobus van Oosterzee en J.R. Callenbach, die enkele jaren voor het bombardement een boekje schreef over de historie van de kerk.

Tijdens het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 werd ook de Laurenskerk zwaar beschadigd door brand, die was begonnen in de houten steigers rondom de toren. Aanvankelijk gingen er stemmen op om de kerk te slopen, maar dit werd door Hitler verboden: de kerk werd "Auf Befehl des Fuhrers unter Kunstschutz gestellt". Ook binnen de voorlopige Rijkscommissie voor de Monumentenzorg waren voor- en tegenstanders van restauratie. Met name commissielid architect J.J.P. Oud verzette zich tegen herbouw en bracht in 1950 een alternatief plan in de publiciteit waarbij slechts de toren als herdenkingsplaats zou worden behouden. Daarachter zou een nieuwe, kleinere kerk komen, met tussenin een vijver. Dit alternatieve plan werd terzijde gelegd, vooral omdat de St. Laurenskerk te zeer als een symbool van de Rotterdamse gemeenschap werd gezien. In 1952 legde koningin Juliana de eerste steen voor de restauratie, die pas in 1968 werd voltooid.

In 1971 werd door de hervormde gemeente Rotterdam het Laurenspastoraat opgericht, dat sindsdien wekelijks kerkdiensten verzorgt. In 1981 werd de Laurenskerk ook de thuisbasis van de vrijzinnige wijkgemeente Maaskant/Open Grenzen. De Laurenskerk is in Nederland een van de weinige uit de middeleeuwen stammende, bij protestanten in gebruik zijnde, grootstedelijke kerkgebouwen die nog elke zondag voor de eredienst wordt gebruikt.

Uitbreiding[bewerken]

In het midden van de jaren 70 van de twintigste eeuw ontwierp architect Wim G. Quist een vijftal kubussen van 5 bij 5 meter, om aan de vraag naar meer gebruikersruimte in de kerk te voldoen. De kubussen, bekleed met zwarte hardsteen, zijn tegen de noordgevel van de kerk geplaatst. De ruimte tussen de kubussen is van glas gevat in zwarte kozijnen. De architect koos voor een abstracte, niet-historiserende architectuur die niet zou concurreren met de bestaande kerk. Het ontwerp riep veel protest op, dat na verloop van tijd verstomde omdat de uitbreiding nauwelijks opvalt. De kubussen hebben elk hun functie en kunnen los van de kerk worden gebruikt. [2]

Bezienswaardigheden[bewerken]

De kerk bevat diverse bezienswaardigheden, onder andere de bronzen deuren in de toreningang, die oorlog en vrede afbeelden. Deze zijn ontworpen door de Italiaanse beeldhouwer Giacomo Manzù. Het is een geschenk van Pakhuismeesteren Rotterdam. Het koperen koorhek uit 1715 in Lodewijk XIV-stijl, waaronder de zeer fraaie onbeschadigde deuren, met bovenop het enige marmerwerk van het oude hek, een opengewerkte latei met wapens van de kerkmeesters, is opgesteld in het hoogkoor. Het koor wordt nu aan de achterzijde afgesloten door het koperen hek. Op de kapitelen boven de muurkolonnetten aan de ingangen van de kapellen van de noorder- en zuiderzijbeuk van het schip zijn taferelen te zien met Bijbelse en wereldse voorstellingen. Het opvallende bronzen doopvont, geschenk van de Bijenkorf, is van de hand van Hans Petri. Het is een voorbeeld van naoorlogse figuratieve kunst. In de kapel van de zending is een bronzen beeldengroep aangebracht voor zendingspredikant Anthonie van Hambrouck, die in de zeventiende eeuw werd vermoord op Nederlands-Formosa. Deze is van de hand van Leendert Bolle en dateert uit 1930, maar moest vanwege oorlogsschade na de oorlog opnieuw worden gegoten. In de kapel van Leven en Dood hangt een bronzen gedenkplaat voor ds. Abraham Rutgers (1883-1942), doodgemarteld door kampbewakers van concentratiekamp Dachau, waar hij was opgesloten vanwege zijn stellingname tegen de Duitse bezetting. Het geld voor deze gedenkplaat werd bijeengebracht door zijn gemeenteleden. Voorts is er in 1969 in een kapel een bronzen gedenkplaat aangebracht voor Steven Hoogendijk (1698-1788), ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van het Bataafs Genootschap. Deze is niet zichtbaar voor publiek.

In 11 van de 16 kapellen van de kerk, die sinds de reformatie geen functie meer hadden, is in 2010 een permanente tentoonstelling ingericht, getiteld: Een monument vol verhalen, met sprekende installaties en digitale toepassingen. Met respect voor de laatgotische architectuur worden in de kapellen thema's verbeeld die met de Sint-Laurenskerk en haar plaats in Rotterdam te maken hebben. De vloer van de 12 kapellen in het schip van de kerk is bedekt met de overgebleven zerken van vooraanstaande Rotterdammers.

De kapel van de Librije wordt afgesloten door een eikenhouten doophek uit de 17e eeuw, afkomstig uit de Hervormde Kerk van Willige Langerak. In een van de vitrines van de kapel ligt een Erasmianium van Erasmus van Rotterdam, getiteld: D. Erasmi de Conscribendis Epistollis.

In een van de kapellen zijn door de Oorlogsgravenstichting in 1996 twee herdenkingsstenen aangebracht ter nagedachtenis aan de leden van het verzet. Een steen bevat een fragment van een radiotoespraak van Koningin Wilhelmina uit 1942.

In de sluiting van het hoogkoor is een gebrandschilderd raam aangebracht van glazenierster Gunhild Kristensen, voorstellend De Heilige Geest.

De toren[bewerken]

De skyline van Rotterdam wordt niet meer bepaald door de St. Laurenstoren, hoewel hij wel de "oudste rechten" heeft te midden van de wolkenkrabbers. De 64 meter hoge toren is van april tot en met september, op woensdag en zaterdag onder begeleiding van een gids te beklimmen. Tijdens de beklimming zijn onder meer de drie grote luidklokken en het carillon van François Hemony uit 1660 met zijn enorme speeltrommel te zien. De beiaard is gespaard gebleven tijdens de brand bij het bombardement op Rotterdam, doordat hij op een betonnen vloer in de toren stond. In 1960 werd de beiaard nog uitgebreid met een vierde octaaf door Eijsbouts en hij heeft totaal 49 klokken. In datzelfde jaar goot Eijsbouts drie grote luidklokken. Ze klinken in de tonen A°-c'-d'. De grootste klok draagt het opschrift Laurencius van haar voorganger, die in 1461 werd gegoten door Jan en Willem Hoerken.[3]

Praalgraven[bewerken]

  • Grafmonument van schout-bij-nacht Johan van Brakel (ca. 1618-1690), vervaardigd door J. Blommendael, in kapel witmarmeren gedenkplaat met grafschrift, ingelegd met familiewapens van Van Brakel en figurale hoeken, op zwartmarmeren ondergrond.
  • Grafmonument van luitenant-admiraal Egbert Bartolomeusz Kortenaer (1604-1665), vervaardigd door onbekende beeldhouwer.
  • Grafmonument van vice-admiraal Witte Corneliszoon de With (1599-1658), vervaardigd door P. Rijcx, naar ontwerp van J. Lois.
  • In kapel een in de muur gebeeldhouwde witmarmeren wandplaat met latijnse tekst, van Chalonerus Chute de la Vine, ridder in het graafschap Hampshire Engeland, (1688-1705), vervaardigd door J. de Vou. (Niet zichtbaar voor publiek).

Zerken[bewerken]

  • De vrouw van admiraal Piet Hein, 1640.
  • De eerste en tweede vrouw van admiraal Luitenant Generaal Maarten Harpertszoon Tromp, 1633.
  • Hendrik Roosevelt, een van de voorvaderen van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt, (niet zichtbaar voor publiek), 1728.
  • Henricus Zwaerdekroon, rector Latijnse School, met een opschrift uit de Koran in Arabische lettertekens , Sura 2, "Voorzie u van teerkost op de weg, de beste teerkost is Godsvrucht", 1652.
  • Petrus Hofstede, predikant, Hoogleraar, 1803.
  • Willem Buytewech, kunstschilder, waarvan schilderijen in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam en in het Rijksmuseum, 1624.
  • Jan Cornelisz. Ouderogge, klok- en geschutgieter, (gieter van het standbeeld van Erasmus van Rotterdam), bronzen wapenschild met familiewapen, en bronzen gedenkplaat met grafschrift, in Renaissancestijl, 1625.
  • Adriaan Slecht vd. Heym, staande zerk met zeer groot koperen wapenschild met familiewapens, grafschrift in loden letters, 1706.
  • Gotische zerk van vóór de Reformatie met onder andere in het randschrift: "Bidt voor seyne ziel", 1553.
  • J. van Waesberghe, boekdrukker in Rotterdam, 1590.
  • Fam. Pesser, brouwer van de Swarte Leeuw, (2 personen, door Rembrandt geschilderd), 1641.

Veel van de 1340 zerken werden in 1940 vernietigd door de eerder genoemde brand. In twaalf kapellen van de Noorder- en Zuiderzijbeuk zijn de belangrijkste ingepast, waaronder de hierboven genoemde zerken. Enkele bijzondere zerken uit de kerk worden bewaard in het depot van het Museum Rotterdam. Aan het Kerklaantje van de Algemene Begraafplaats Crooswijk zijn een aantal zerken te vinden die stoffelijke overblijfselen, afkomstig uit de Sint-Laurenskerk, bedekken. Vijftien zerken die naast de kerk lagen werden in 2009 gerestaureerd en tijdelijk opgeslagen. Bij de herinrichting van de Binnenrotte zullen in 2017, 10 hiervan aan de buitenzijde van het koor worden gelegd, en markeren zo het kerkhof dat tot 1620 achter de kerk heeft gelegen.

Orgels[bewerken]

Het Marcussen-orgel, gebouwd in 1973

De kerk heeft vijf orgels: het hoofdorgel met 85 sprekende stemmen, en 7600 pijpen, het transeptorgel met 44 sprekende stemmen, het koororgel met acht sprekende stemmen, het kapelorgel met vijf sprekende stemmen en een kistorgel voor kamermuziek. Het hoofdorgel, 23 meter hoog, is het grootste mechanische kerkorgel van Europa. Het werd, evenals het transept- en koororgel, gebouwd door de Deense firma Marcussen & Søn en kwam gereed in 1973. Het hoofdorgel, het transeptorgel, (de kast is uit 1539 en afkomstig uit de Bartholomeuskerk te Schoonhoven, waar het op het voormalige doksaal stond) en het koororgel (de kast is uit 1720 en afkomstig uit een katholieke schuilkerk uit Amsterdam) werden door de Nederlandse organist George Stam omschreven als: De Koning in het schip, de jonge Prins in het transept en het kleine Prinsesje in het koor. Het kapelorgel werd gemaakt door de firma van Vulpen te Utrecht. Het marmeren orgeloksaal van het hoofdorgel is een exacte kopie van het oksaal (J.Cuidici 1746-1819) van het voormalige hoofdorgel, met nog overgebleven bronzen ornamenten.

Hayo Boerema is sinds 2005 de organist-titularis van de Sint-Laurenskerk. Regelmatig zijn er orgelconcerten in de Sint-Laurenskerk en traditioneel is er elk jaar in januari een nieuwjaarsconcert.

Gebruik[bewerken]

In de eenentwintigste eeuw wordt de Sint-Laurenskerk, naast de nog bestaande functie voor de eredienst, in toenemende mate multifunctioneel geëxploiteerd. De kerkruimte is te huur voor concerten, toneelvoorstellingen en andere grote bijeenkomsten. Jaarlijks wordt in de Laurenskerk op Palmzondag de Matthäus Passion van J. S. Bach uitgevoerd door de Laurenscantorij en het Laurens Bachorkest. In 2015 werd in een van de kapellen van de Noorderzijbeuk een restaurant geopend, genaamd "De Swarte Leeuw", zie zerk van fam. Pesser.

In de kunst[bewerken]

Toren van de Laurenskerk als onderdeel van het kunstwerk Hoorn des Overvloeds in de Rotterdamse Markthal

Een afbeelding van de toren van de Grote of Sint-Laurenskerk is te zien in het kunstwerk Hoorn des Overvloeds in de Markthal van Rotterdam.

Literatuur[bewerken]

  • J.J.P. Oud, 'Rotterdam en de St. Laurens', in: De Groene Amsterdammer, 29 juli 1950.
  • J.H. Besselaar jr., Het orgel in de Groote Kerk te Rotterdam.
  • Dr. J.R. Callenbach, De Groote Kerk te Rotterdam.
  • F.A. van Lieburg, De Laurens in het midden. Uit de geschiedenis van de Grote Kerk van Rotterdam.
  • P.C. Bloys van Treslong Prins, Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Zuid-Holland.
  • D. Broekhuizen, 'Omstreden herstel. De restauratie van de Laurenskerk', in: D. Broekhuizen, De Stijl toen - J.J.P. Oud nu, Rotterdam, NAi Publishers 2000, p. 120-136. ISBN 90-5662-193-9.
  • De Laurenskerk Rotterdam, een monument vol verhalen, a monument full of stories.
  • De Groote of Sint Laurenskerk te Rotterdam, door Jac. Bakker, 1942.
  • Daar kerkte Rotterdam, Jan van Bommel Jzn., 1965
  • De Zeeheldengraven in de St. Laurenskerk door H. W. de Jong 1907.

Externe links[bewerken]