Janhagel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Koektrommel, met janhagel boven in het midden, tussen de chocolate chip-koekjes, spritskoekjes, Deldense moppen, speculaasjes en biscuitjes.

Janhagel (ook als Jan Hagel gespeld) is een typisch Nederlands soort koekje. Het is een rechthoekig, broos koekje, bedekt met grove suiker (de 'hagel') en eventueel amandelschaafsel. Het is een oude specialiteit, die door nog maar weinig bakkers gemaakt wordt.

Veel mensen kennen janhagel als kleine koekjes met anijssuiker er op, maar er bestaat ook een andere vorm van janhagel, een taai-taai achtige koek met een anijs smaak. Deze koek wordt nog op traditionele wijze gebakken door Bakkerij Kok

Vroeger werd deze koek ‘Strontboen’ Jan-Hagel genoemd. Dit omdat als de boeren vroeger de stal hadden schoongemaakt, met het personeel een plak janhagel werd gegeten.

Trivia[bewerken]

Janhagel is ook een scheldnaam voor het gewone volk, het gepeupel, veelvuldig gebezigd door Markies de Canteclaer in de Bommelsaga. Ook kapitein Haddock uit De avonturen van Kuifje mocht dit woord graag in de mond nemen.

De term bestond al in de 17e eeuw en heeft waarschijnlijk zijn oorsprong in verwensingen als "de hagel sla hem". De janhagel verwijst dus naar de 'gewone man' die zich grof uit.[1]

In de Tweede Wereldoorlog werden geüniformeerde NSB'ers en landwachters voor janhagel uitgemaakt.

Zie ook[bewerken]