Markies de Canteclaer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Querulijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt de Basse-Cour
Strippersonage
Bedacht door Marten Toonder
Stripreeks Bommelsaga
Introductie Tom Poes en de watergeest, 1947
Antropomorf dier haan
Dier haan
Kenmerken Voert al dan niet terecht de titel markies, is verarmd en gevoelig voor status; lorgnetdrager.
Beroep dichter, reder
Lijst van personages uit Tom Poes
Portaal  Portaalicoon   Strip

Querulijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt de Basse-Cour (ook wel de Cantecler, tevens komt de Barneveldt voor) is een stripfiguur uit de Nederlandse stripreeks Avonturen van Tom Poes, ook bekend als de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder (1912-2005).

Oorsprong[bewerken | brontekst bewerken]

Markies de Canteclaer maakte zijn intrede in het verhaal Tom Poes en de watergeest uit 1947.

Naam[bewerken | brontekst bewerken]

Er zijn enkele varianten in de naam van de markies. De achternaam Canteclaer, Cantecleer, Kanteklaar, Cantecler of Chanteclair betekent helder zingend.[1] Het is een in verhalen vaker gebruikte naam voor een haan, die reeds voorkomt in het middeleeuwse dierdicht Van den vos Reynaerde. Toonder plaatste het tussenvoegsel de ervoor.

De naam Van Barneveldt of De Barneveldt verwijst naar hét pluimveecentrum van Nederland, de plaats Barneveld.

Het zelden gebruikte deel Basse-Cour is Frans voor 'achtererf' of 'hoenderhof'.[2]

De voornaam Querulijn is verbonden met querulantisme. De markies heeft vaak over anderen te klagen.

Personage[bewerken | brontekst bewerken]

Toondermonument te Rotterdam. Rechts de markies de Canteclaer (links professor Sickbock).

De markies heeft de gedaante van een haan. Hij is een hooghartig personage dat erg neerkijkt op zijn sociale omgeving. Hij woont in een paleis, niet ver van Bommelstein, met een aantal lakeien. Zijn stamslot Troebeloo heeft hij aan de gemeente Rommeldam in bruikleen gegeven.[3] Hij pretendeert van adel te zijn, maar net zo min als bij heer Bommel zijn hiervoor aanwijzingen te vinden in de Bommelsaga. Het naamdeel Basse-Cour suggereert eerder een bescheiden komaf.

In het verhaal Het betoverde schaakspel, dat in 1952 in Wereldkroniek en in 1980 nogmaals in het weekblad Donald Duck werd gepubliceerd, fungeert de markies als raadsheer voor de koning.[4] Zijn vaste attribuut is een lorgnet.[5]

De markies de Canteclaer koestert een minachting voor iedereen die niet van zijn stand is. Met name zijn buurman Olivier B. Bommel − die hij zelf meestal aanduidt als "deze, eh... Bommel" − moet het nogal eens ontgelden. Desondanks zoekt heer Bommel in zijn stille strijd ook vaak bijval van zijn elitaire buurman. Wanneer heer Bommel het met de markies heeft over "heren van onze stand", antwoordt de markies: "Ik ken uw stand niet". Bij andere gelegenheden schaart de markies heer Bommel onder het door hem verafschuwde plebs, crapuul, janhagel of grauw. Het uitzicht op de “bouwval” Bommelstein is de markies een doorn in het oog.

Zijn leefgewoonten en uitspraken zijn door het Franse leven en de Franse taal geïnspireerd. Vetes vecht hij dan ook het liefst met de sabel of het pistool uit of hij stuurt zijn lakeien met een opdracht. Zijn afschuw laat hij merken door kreten als "fi donc", zijn (afkeurende) verbazing door de bastaardvloek "parbleu" of "tiens". Hij spreekt anderen aan met het Latijnse "amice" en met "gij".

De markies is vaak bezig met het knippen van zijn haag. Hij verplaatst zich met een draagstoel. In het maatschappelijk leven is hij eigenaar van de rederij die kapitein Wal Rus onder contract heeft. Hij wordt regelmatig geplaagd door migraine. Dagelijks neemt hij met burgemeester Dickerdack de kranten door op de Kleine Club.

Naast de dichtkunst heeft de esoterie zijn warme aandacht. Na afloop van de verhalen De vuur-salamander en Het spook van Bommelstein, is zijn waardering voor zijn buurman Bommel dan ook stilaan gestegen.

Poëzie[bewerken | brontekst bewerken]

Tot zijn voornaamste bezigheden hoort het schrijven van gedichten in de trant van de Tachtiger Jacques Perk, waarmee hij in het algemeen weinig gehoor trekt.

Hanezang en Vleugeljaren zijn gedichtenbundels van Querulijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt, bezorgd door Marten Toonder.

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

Uitgeverij De Bezige Bij heeft uiteindelijk twee bundels van zijn hand gepubliceerd:

  • Hanezang. Poëmen van Querulijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt, bijeengelezen door Marten Toonder, 1987
  • Vleugeljaren. Poëmen van Querulijn Xaverius, Markies de Canteclaer van Barneveldt, bijeengelezen door Marten Toonder, 1989

In 1997 verscheen bij dezelfde uitgeverij een verzamelbundel:

  • De verzamelde poëmen. Waarin opgenomen Vleugeljaren en Hanezang, vermeerderd met herontdekt ongepubliceerd werk. Querulijn Xaverius Markies de Canteclaer van Barneveldt. Bezorgd door Marten Toonder; met een nawoord van Martin van Amerongen

Citaten[bewerken | brontekst bewerken]

  • "Deze stuitende figuur is niets te dol."
  • "De aarde wordt steeds platter. Een schijf, bewoond door rapalje en botteriken."
  • "Waarom bedrijft ge die platte grollen toch niet elders, amice?"
  • "Fi donc! Daar loopt ge zowaar met een torenklok in een etui! Waar is het einde aan uw platte grollen, amice?" (nadat heer Bommel hem een opzichtig horloge toonde dat hij ten geschenke had gekregen)