Wal Rus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wal Rus
Strippersonage
Stripreeks Bommelsaga
Introductie Het verdwijneiland, 1941
Antropomorf dier walrus
Kenmerken zeekapitein
Lijst van personages uit Tom Poes
Portaal  Portaalicoon   Strip

Wal Rus is een stripfiguur uit de Nederlandse stripreeks Avonturen van Tom Poes, ook bekend als de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Hij is een antropomorfe walrus die werkt als zeekapitein.

Oorsprong[bewerken]

Kapitein Wal Rus is waarschijnlijk deels een afspiegeling van Marten Toonders eigen vader,[1] die zeekapitein was. Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was hij de haven van Rotterdam uitgevaren. Op het moment dat het eerste verhaal met kapitein Wal Rus erin uitkwam (1941), wist Marten Toonder niet waar zijn vader zich bevond.[2]

Toen Marten Toonder een jongetje van acht was, mocht hij een keer meevaren van Rotterdam naar Hamburg op het stoomschip Algenib. Die ervaring is duidelijk in de scènes op de Albatros herkenbaar.

Personage[bewerken]

Wal Rus doet − net als professor Sickbock − zijn intrede in het verhaal Het verdwijneiland uit 1941. Hij is de niet erg fijnbesnaarde, maar goudeerlijke gezagvoerder van het schip de Albatros. Hij komt al vroeg in de serie voor als medestander van Tom Poes bij het bestrijden van het kwaad. Hierbij blijkt hij gemakkelijk de vuisten te gebruiken om een geschil te beslechten. Hij is ooit begonnen als lichtmatroos op de Cornelia.[3] Zijn vaderland is de Noordpool, zoals hij zelf vertelt in het verhaal Vriend Vijand.

Anderen dan Tom Poes beschouwt hij bijna zonder uitzondering als landrotten (door hemzelf vaak ook "landkwabben", "landkrabben" of "landlubbers" genoemd). Hij heeft hiernaast nog een heel repertoire aan overige krachttermen en scheldwoorden. Iets wat hij niet ziet zitten noemt hij "overgehaald"; zo kan hij het bijvoorbeeld hebben over "overgehaalde landkrabben".

Met de Rommeldammers heeft Wal Rus weinig te maken, verder dan de haven komt hij zelden. Heer Bommel wordt door Wal Rus vooral gewaardeerd om het makkelijk trekken van de portefeuille om overtochten te betalen.

Hij verbastert voortdurend de namen van anderen. Van de naam Bommel maakt kapitein Wal Rus allerlei vervormingen zoals Blobbers, Blommers, Boffers of Bobbel, maar hij noemt heer Bommel nooit bij zijn juiste naam.[4] Ook anderen worden door de kapitein vaak niet bij hun juiste naam genoemd. Dit gebeurt uiteindelijk slechts bij de eerste kennismaking De Chinese waaier en in het verhaal Het griffoen-ei.

In het verhaal Mom Bakkesz wordt hij door muiters in een sloep overboord gezet. Maar al snel vraagt de bemanning hem weer terug als gezagvoerder. Verder heeft hij af en toe te maken met markies de Canteclaer, die optreedt als de reder waarvoor hij vaart. Tegen het eind van de verhalenreeks is de gezagvoerder eigenaar geworden van zijn afgeschreven, doch goede schip.[5]

Trivia[bewerken]

  • Spraakverwarringen tussen heer Bommel en Wal Rus komen veelvuldig voor. In het ballonstripverhaal De IJzervreters[6] deelt heer Bommel aan de scheepsman mede wat er gebeurt, als men te maken krijgt met "de toorn van een Bommel". Wal Rus begrijpt dit niet en verbetert dit naar "de toren van Babel" − kennelijk is het woord "toorn" (woede) hem onbekend. Daarop antwoordt Bommel weer dat zijn naam niet "Babel", maar Bommel is.