Tom Poes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen   Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de onderstaande inhoud, of een gedeelte daarvan, samengevoegd zou moeten worden met Bommelsaga, of dat er een duidelijkere afbakening tussen deze artikelen dient te worden gemaakt  (hier melden).
Icoontje doorverwijspagina Zie Tom Poes (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Tom Poes.
Tom Poes
Strippersonage
Rotterdam, Noordereiland, Thorbeckestraat. Kunstwerk "Tom Poes" van Tamyra & Saskia Meesters
Rotterdam, Noordereiland, Thorbeckestraat. Kunstwerk "Tom Poes" van Tamyra & Saskia Meesters
Stripreeks Bommelsaga
Introductie 16 maart 1941
Kenmerken vriend en eeuwige redder
Lijst van personages uit Tom Poes
Portaal  Portaalicoon   Strip

Tom Poes is een Nederlandse stripfiguur en het hoofdpersonage in de stripreeks de Bommelsaga of de Avonturen van Tom Poes, bedacht door Marten Toonder. Tom Poes is een kleine, witte kat. De naam van de strip werd door Phiny Dick gesuggereerd, een uur voordat Marten naar de Telegraaf moest, toen ze thuiskwam met moorkoppen. Marten vroeg haar ook de strip te schrijven, maar na zes afleveringen gaf ze de opdracht terug. "Het is trouwens jouw verhaal." Tom Poes is volgens Phiny een broertje van haar Miezelientje.[1]

Oorsprong[bewerken]

In 1931 maakte de jonge Marten Toonder een zeereis naar Buenos Aires. Daar ontmoette hij een gewezen assistent van Pat Sullivan en Otto Messmer, de geestelijke vaders van Felix de Kat. Deze Jim Davis bracht in korte tijd Toonder enkele principes van het striptekenen bij. Het is mogelijk dat deze ervaring[2] Toonder ertoe heeft gebracht juist een kat de hoofdrol in zijn grote stripreeks te geven.

De strip[bewerken]

De eerste Tom Poes-strip (Tom Poes ontdekt het geheim der blauwe aarde) verscheen vanaf 16 maart 1941 in het dagblad De Telegraaf/Nieuws van de dag. Aanvankelijk betrof het een kinderstrip, voor jeugd vanaf 10 jaar. De eerste zes strips van het eerste verhaal werden geschreven door Phiny Dick, Toonders echtgenote, maar ze zijn van het begin af aan getekend door Toonder zelf. De eerste buitenlandse publicatie verscheen op 18 december 1941 in het tweeweeksblad Punta in Tsjechoslowakije.[3] Phiny vond het erg leuk dat Fraenkel van De Telegraaf de broer van haar Miezelientje eruit had gezocht.

De avonturen van Tom Poes verschenen niet alleen als dagstrip maar ook als weekstrip. Dagelijks werd de strip gepubliceerd in diverse dagbladen, aanvankelijk in De Telegraaf, na de oorlog gedurende meer dan vier decennia in het NRC Handelsblad en de Volkskrant (1947-1965)), en in vele regionale dagbladen. Wekelijks verscheen de strip onder andere in Ons Vrij Nederland, Donald Duck en Revue. In de dagstrip staan de teksten naast of onder de tekeningen, in de weekstrip zijn ze in tekstballonnen in de tekeningen opgenomen. De dagstrip met 11768 afleveringen geldt als het belangrijkste werk. De afleveringen zijn verdeeld over 177 verhalen, met als laatste verhaal Het einde van eindeloos in 1986.

Waar Toonder aanvankelijk teksten schreef om de tekeningen te verduidelijken, werden vanaf ca. 1950 geleidelijk de rollen omgedraaid. Toonder was niet langer in de eerste plaats een tekenaar, maar werd een verteller. Zijn verhaaltrant kent vele eigenaardigheden, waarvan enkele woorden sindsdien als neologismen hun weg in het dagelijks taalgebruik hebben gevonden.[noten 1]

Hoofdpersonages[bewerken]

Aanvankelijk was Tom Poes de enige hoofdfiguur in de strip, die overigens niet altijd zijn naam zou blijven dragen: veel latere verhalen in de Bommelsaga dragen de naam van heer Bommel, die in het derde avontuur In den toovertuin zijn intrede deed. Heer Bommel werd eerst een vast karakter in de strips, en langzamerhand groeide hij zelf min of meer uit tot de nieuwe hoofdpersoon. Het 153e verhaal, Het griffoen-ei, voor het eerst gepubliceerd in de NRC van 9 januari 1976 t/m 6 maart 1976, is het enige verhaal in de reeks waarin Tom Poes helemaal geen rol heeft.

Het succes van de Tom Poes-verhalen is voor een deel terug te voeren op de wisselwerking tussen de slimme, bijna betweterige kat en de dommige en ietwat naïeve, goedbedoelende heer van stand. Het grote succes is dan ook waarschijnlijk voor een zeer groot deel terug te voeren op het personage van Heer Bommel. In De kiekvogel (1958) maakte ook Anne Marie Doddel, de vriendin en uiteindelijke echtgenote van Heer Bommel, haar opwachting.

Tom Poes woont al die jaren aan de Zandweg, vlak bij het kasteel aan de Distellaan.

Overzicht van alle verhalen[bewerken]

In de kranten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Bommelsaga#De dagbladpublicaties en Lijst van verhalen van Heer Bommel en Tom Poes voor een volledig overzicht.

In de Donald Duck[bewerken]

Tom Poes verscheen lang ook als ballonstrip in het weekblad Donald Duck. Soms waren dit bewerkingen van dagstrips, soms geheel nieuwe verhalen. Deze werden weer opnieuw uitgegeven door Panda. De strip verscheen eerst van 1 oktober 1955 tot 23 augustus 1969, vervolgens opnieuw van 22 augustus 1980 tot 7 oktober 1988, en daarna nog eens in 1999 en 2000.[4] De laatste vijf verhalen uit die periode zijn echter overdrukken van verhalen die oorspronkelijk in het weekblad Revue verschenen. Enkele platen zijn opnieuw getekend (wat duidelijk te zien is), omdat de oorspronkelijke tekeningen bij de brand op Kasteel Nederhorst (waar Toonder Studio's destijds was gevestigd) verloren waren gegaan. Overigens zijn de meeste verhalen uit de Donald Duck niet van de hand van Marten Toonder zelf, maar van zijn studiomedewerkers. De laatste twee verhalen zijn verzorgd door Dick Matena, die eind jaren negentig de strip op verzoek van Toonder Studio's voortzette.

Vanaf 8 maart 2013 verscheen er een nieuw Tom Poes-verhaal, de Pas-Kaart, dat werd voorgepubliceerd in tien nummers van het emigratiemagazine VertrekNL. Matena is zowel de schrijver als de tekenaar van dit verhaal.

Uitgaven in albumvorm[bewerken]

In de jaren zeventig en tachtig verschenen de meeste Tom Poes-stripverhalen als album bij uitgeverij Oberon in Haarlem. De verhalen werden in willekeurige volgorde uitgegeven. Het eerste in de reeks was Tom Poes en de Schatscherven. In 1994 werd deze reeks opgevolgd door een tweede reeks met een gele omslag bij Uitgeverij Big Balloon. Het eerste in de reeks was Tom Poes en het geheim van het Nevelmoeras. Na een handjevol delen stopte deze reeks eind jaren negentig. In 2001 begon Uitgeverij Panda met een geheel nieuwe reeks luxe verzamelboeken waarin alle Tom Poes-stripverhalen uit de Donald Duck in de juiste volgorde opgenomen werden. Omdat het hier een facsimile-uitgave betrof, werden de pagina's een op een uit de Donald Duck-nummers overgenomen en waar mogelijk gerestaureerd.

Verfilmingen[bewerken]

Op basis van het verhaal De zwelbast (1957) maakte Rob Houwer in 1983 een lange tekenfilm, Als je begrijpt wat ik bedoel.

Erkenningen voor Toonder[bewerken]

In 1954 werd Toonder opgenomen als lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, waarmee hij als literator werd erkend. De discussie over het literair gehalte van de Tom Poes-verhalen zou hierna nog jaren voortduren. Met het verschijnen van het verhaal De bovenbazen in 1964 verstomde deze discussie.[5] Sindsdien zijn Toonders literaire kwaliteiten onomstreden.

Postzegel[bewerken]

In 2016 werd ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Tom Poes een speciale postzegel uitgebracht door PostNL, waarop Tom Poes en Olivier B. Bommel zijn uitgebeeld met bekende uitspraken van hen. Zoals Tom Poes: "Hm, echt een dag voor avonturen!" en Olivier B. Bommel: "Als je begrijpt wat ik bedoel..."

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]