Johan Æmilius Abraham van Panhuys

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Portret van Johan Æmilius Abraham van Panhuys
Het monument langs het Hoendiep.

Jhr. mr. Johan Æmilius Abraham van Panhuys, heer van Nienoord (Leek (Groningen), 17 oktober 1836Hoogkerk, 6 november 1907) was een Nederlands bestuurder.

Familie[bewerken]

Van Panhuys was een zoon van jhr. mr. Ulrich Willem Frederik van Panhuys (1806-1882), lid gedeputeerde staten van Groningen, en Wendelina Cornera barones von Inn- und Kniphausen (1805-1878), dochter van mr. Haro Casper baron von Inn- und Kniphausen, heer van Nienoord. Hij trouwde in 1859 met jkvr. Catharina Johanna van Sminia (1834-1882) en in 1884 met Trijntje Looxma (1844-1907). Uit het eerste huwelijk werden vier kinderen geboren, onder wie jkvr. Wendelina Cornera van Panhuys (1861-1929) die trouwde met jhr. Helenus Marinus Speelman, 6e baronet (1852-1907); en jhr. Hobbe van Panhuys (1868-1907), burgemeester van Leek, lid provinciale staten van Groningen, kamerheer i.b.d.

Loopbaan[bewerken]

Hij was burgemeester van de Friese gemeente Tietjerksteradeel (1864-1880) en Groningen (1880-1883) en lid van Provinciale Staten van Friesland (1866-1883). Van Panhuys was commissaris van de Koningin van Groningen (1883-1893) en daarna, in 1893, gedurende korte tijd commissaris van de Koningin van Overijssel. Als vicepresident van de Raad van State (1893-1897) was hij geen succes. Hij nam ontslag om gezondheidsredenen (voortdurende slapeloosheid) en ging rentenieren. Van Panhuys was Minister van Staat vanaf 1898 tot zijn dood in 1907.

Door het overlijden van zijn kinderloze oom Ferdinand Folef von Innhausen und Kniphausen werd Johan Æmilius Abraham eigenaar van de borg Nienoord in Leek.

Overlijden[bewerken]

Van Panhuys is samen met zijn tweede echtgenote, zoon Hobbe, schoondochter De Blocq van Scheltinga en huisknecht Meindert van Wijk verdronken toen het rijtuig waarin zij reisden ten gevolge van dichte mist in het Hoendiep geraakte.[1] De vier familieleden werden naast de kerk van Midwolde begraven.[2] Omdat zijn zoon Hobbe slechts twee minderjarige kinderen achterliet, die vervolgens door andere familieleden werden opgevoed, kwam ook een einde aan de bewoning van het huis Nienoord.

De dramatische dood van de vier familieleden en huisknecht - zij hadden zich in het rijtuig laten insluiten omdat zij die dag bij een bank in Groningen een groot geldbedrag hadden opgenomen en de paniek van het verdrinkende vijftal was zo groot geweest dat volgens ooggetuigen "de nagels in de leren kap van het rijtuig staken" - maakte in Groningen grote indruk. In 2007 werd op de plaats van het ongeval een monumentje geplaatst. Een stoet van rijtuigen heeft te hunner nagedachtenis op 6 november 2007 de fatale tocht langs het Hoendiep nog eens gemaakt.

Johan Æmilius Abraham van Panhuys was Commandeur in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau, Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Voorganger:
J.G.W.H. baron van Sijtzama
Burgemeester van Tietjerksteradeel
1864-1880
Opvolger:
S.B. Drijber
Voorganger:
B. van Roijen
Burgemeester van Groningen
1880-1883
Opvolger:
J.N.A. Bucaille
Voorganger:
L. graaf van Heiden Reinestein
Commissaris van de Koning(in) van Groningen
1883-1893
Opvolger:
C.C. Geertsema
Voorganger:
J.H. Geertsema Czn.
Commissaris van de Koningin van Overijssel
1893
Opvolger:
P. Lycklama à Nijeholt
Voorganger:
Jhr. G.C.J. van Reenen
Vicepresident van de Raad van State
1893-1897
Opvolger:
Jhr. J.W.M. Schorer