Kłodzko

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Dit artikel gaat over de plaats Kłodzko. Voor de gelijknamige gemeente zie Kłodzko (gemeente).
Kłodzko
Glatz
Stad in Polen Vlag van Polen
Klodzko flag.svg POL Kłodzko COA 1.svg
Kłodzko (Polen)
Kłodzko
Situering
Woiwodschap Neder-Silezië
District powiat Kłodzki
Gemeente Kłodzko
Coördinaten 50° 27′ NB, 16° 39′ OL
Algemeen
Oppervlakte 25 km²
Inwoners (2005) 28.540
(1142 inw./km²)
Overig
Identificatiecode 20802
Website http://www.klodzko.pl/
Portaal  Portaalicoon   Polen

Kłodzko (Duits: Glatz) is een stad in het Poolse woiwodschap Neder-Silezië, gelegen in de powiat Kłodzki. De oppervlakte bedraagt 25 km², het inwonertal 28.540 (2005). Kłodzko is de geboortestad van de componist en stadsmuzikant Johann Christoph Pezel(ius) (1639-1694).

Geschiedenis[bewerken]

Het interieur van de Kerk van de Hemelvaart van de Heilige Maagd Maria

Kłodzko is een van de oudste steden in Silezië. In de tiende eeuw ontstond het als de Tsjechische vesting Kladsko op de route van Praag naar Wrocław. In 981 wordt een ‘castellum Kladsko’ genoemd als een grensfort van het koninkrijk Bohemen tegen veroveringszuchtige Polen. De Poolse koning probeerde in de 12de eeuw dit fort in handen te krijgen. Dat lukte maar tijdelijk en gaf aanleiding tot de bouw van een sterkere vesting en de benoeming van een Boheemse burggraaf ter plaatse. De bijbehorende nederzetting werd tot stad uitgebouwd en bevolkt met kolonisten uit Saksen, die in 1275 Maagdenburger stadsrecht ontvingen en de stad sinds 1223 Glatz noemden. Inmiddels was het koninkrijk Bohemen een deel van het Duitse Rijk geworden. De stad werd een centrum voor handel en ambachten (textiel) en had een eigen munt. In de 15de eeuw werd de stad hoofdstad en residentie van een gelijknamig graafschap onder Heinrich von Münsterberg. In de 16de eeuw koos de stadsraad voor radicale vormen van de hervorming, en gaf een plaats aan volgelingen van Kaspar von Schwenckfeld, die een spritualistische leer aanhingen, verwant met die van de mennonieten. Zij werden bestreden door lutheranen én rooms-katholieken. Ferdinand van Habsburg, koning van Bohemen, zou na de Slag op de Witte Berg in 1622 de Contrareformatie opleggen en voor het protestantse Glatz betekende dat eerst een belegering en inname door koninklijke troepen die meer dan de helft van de bebouwing verwoestten en vervolgens een epidemie welke aan meer dan de helft van de op dat moment 7.000 burgers het leven kostte. In 1680 vond door een pestepidemie opnieuw een halvering van de bevolking plaats. In 1742 veroverde de koning van Pruisen, Frederik, de stad maar de Habsburgse Oostenrijkers waren twee jaar later weer terug, echter voor de duur van één jaar. Dat gebeurde opnieuw in 1760 waarna in het vredesverdrag in 1763 Glatz voorgoed Pruisisch werd. De gemoderniseerde vesting kon de Franse troepen onder Napoleon weerstaan, maar door deze krijgsverwikkelingen had zij zich amper ontwikkeld. Het aantal inwoners was in de 17de en 18de eeuw constant gebleven op 4.000 en bereikte aan het begin van de 19de eeuw de 6.000. Groei kwam langzaam door de vestiging van kleinschalige industrie en publieke bestuursorganen en hogere scholen. De aanleg, sinds 1877, van de spoorlijn tussen Breslau (Wrocław) en Waldenburg (Wałbrzych) maakte de ontwikkeling van houtverwerkende, keramische en metaalindustrie mogelijk. Voor de Eerste Wereldoorlog had zich al een verdubbeling voorgedaan van de bevolking tot 14.000. Aanspraken, in 1919, van het nieuwe Tsjechoslowakije op de stad, omdat ze eeuwenlang en tot 1763 Boheems was geweest, werden afgewezen. De bevolking was voor meer dan 97% Duitstalig. Tot de Tweede Wereldoorlog ging de bevolkingsgroei snel door tot 23.000. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de stad een werkkamp voor krijgsgevangen uit de Sovjet-Unie, België en Frankrijk. Sinds 1945 hoort Kłodzko tot Polen. Op weinigen na werd de bevolking in 1945 in haar geheel als Duitsers uitgewezen en de nieuwe Poolse autoriteiten bracht Polen voor hen in de plaats (zie Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog). De stad was in 1945 nauwelijks beschadigd; verval van delen van de binnenstad werd daarna niet door restauratie maar door afbraak en nieuwbouw gecompenseerd. De nieuwe bevolking nam tot 1990 toe tot 30.000 om daarna te stagneren. In 1997 liep de benedenstad onder water en de schade aan de gebouwen kon in 2004 met Europese subsidies worden hersteld.

Geboren in Glatz-Klodzko[bewerken]

  • Johann Christoph Schambogen (1636–1696), rector van de Karls Universiteit (Carolineum) van Praag.
  • Michael Friedrich Graf von Althann (1680–1734), vice-koning van Napels en Sicilië, kardinaal van Vác (Waitzen)
  • Johann Franz Hoffmann (ca. 1700–1766), schilder van kerkinterieurs
  • Paul Rogalla von Bieberstein (1835–1907), Pruisisch generaal en historicus
  • Octavio von Zedlitz-Neukirch (1840–1919), afgevaardigde voor de Vrij-conservatieve partij in de Rijksdag
  • Robert von Dobschütz (1850–1927), Pruisisch generaal
  • Leopold von Wiese (1876–1969), socioloog en econoom met nationaal-socialistische sympathieën
  • Georg Neugebauer (1901–1984), sinds 1920 NSDAP-lid, sinds 1932 afgevaardigde in de Rijksdag
  • Bernhard Neugebauer (1932–2015), DDR-diplomaat
  • Bogdan Zdrojewski (* 1957), Poolse Minister voor Cultuur
  • Jakub Szulc (* 1973), Poolse minister van Gezondheid


In het klooster van de Augustijner reguliere kanunniken werd naar verluidt een van de oudste monumenten van de Poolse literatuur geschreven, wat evenwel niet zeker is. Het zogenaamde Psalter floriańskiego, in het Latijn Psalterium florianense of Psalterium trilingue, in het Duits Florianspsalter bevat psalmvertalingen in het Latijn, Pools en Duits, en werd gevonden in het klooster Sankt Florian in Oostenrijk.

Monumenten[bewerken]

Fragment van het centrum
  • Laat-gotische parochiekerk (Pfarrkirche Mariä Himmelfahrt) gebouwd van het midden-veertiende tot de helft van de vijftiende eeuw, barokke verbouwing van 1673
  • Jezuïetencollege (1664-90, C. Lurago)
  • Franciscanerkerk (1628-31, herstel 1711 - M. von Frankenberg) en het klooster (1731) met muurschilderingen in de refter (1744, FA Schaeffler)
  • gotische brug Młynówce (1390) (Brücktorbrücke) uit de late barok.
  • Hall (zestiende tot achttiende eeuw, de wederopbouw van 1890) met een toren (1653-54) een aantal van de huizen (de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw),
  • de site van het kasteel bastionvesting (1680-1702, J. Carovana, uitbreiding in de achttiende eeuw).

Zie ook[bewerken]

zie graafschap Glatz

Gezicht op de stad vanaf het fort