Keizeraalscholver

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Keizeraalscholver
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2018)
Keizeraalscholver
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Suliformes
Familie:Phalacrocoracidae (Aalscholvers)
Geslacht:Leucocarbo
Soort
Leucocarbo atriceps
(King, 1828)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Keizeraalscholver op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De keizeraalscholver (Leucocarbo atriceps, synoniem: Phalacrocorax atriceps) is een zwart-witte zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers), uit het zuiden van Zuid-Amerika. De vogel komt voornamelijk voor in rotsachtige kustgebieden, maar plaatselijk ook bij grote binnenmeren.[2] Sommige taxonomische autoriteiten, zoals de international community of ornithologists, plaatsen de soort in het geslacht Leucocarbo, anderen in het geslacht Phalacrocorax. De taxonomie is zeer complex en over de indeling in soorten en ondersoorten bestaat geen consensus.

De IUCN classificeert de keizeraalscholver als niet bedreigd omdat de soort wijd verbreid is. De grootte van de populatie is niet precies bekend, maar er zijn geen aanwijzingen dat de populatie-aantallen significant afnemen. Omdat er geen consensus is over de indeling in soorten geeft de IUCN geen schattingen van de populatie-aantallen.[1]

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De keizeraalscholver bereikt een lichaamslengte van 69 tot 74 cm en een spanwijdte van 112 cm. Hij weegt dan tussen de 2,5 en 3,5 kilogram. Mannetjes zijn meestal iets groter en zwaarder dan vrouwtjes, anders is er geen opvallend seksueel dimorfisme.

Het verenkleed is wit op de keel, wangen, voorkant van de hals en de onderzijde. De bovenzijde is daarentegen glanzend zwart. Tijdens het broedseizoen hebben volwassen keizeraalscholvers een kuif en op de basis van de bovensnavel zit een oranje-gele gebobbelde knobbel. De poten zijn vleeskleurig en de tenen en zwemvliezen zwart. De juvenielen zijn bruin en wit gekleurd. Buiten de broedtijd is de naakte huid doffer van kleur en ontbreken de kuif en de witte veren op de achterzijde van de vleugels.

Leefwijze[bewerken | brontekst bewerken]

In de winter leven deze dieren in grote groepen, die op zee foerageren. In de zomer doen ze dit meestal alleen. Keizeraalscholvers eten voornamelijk schaaldieren en kleine vissen, waarop ze al duikend jagen. Meestal foerageren ze in kustwateren; er zijn sommige populaties die verder op open zee verblijven.

Voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

Ze broeden in kolonies en vormen ook groepen tijdens rustperiodes en op zoek naar voedsel. Ze broeden vaak in de buurt van rotspinguïns en wenkbrauwalbatrossen. Het nest is gemaakt van zeewier, modder en gras. De nestkom is bekleed met gras. Het legsel bestaat uit twee tot vier eieren. Deze zijn bleek groenblauw. De broedtijd is 28 dagen.

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

De keizeraalscholver is inheems op het Antarctisch Schiereiland en de eilanden voor de kust van Antarctica, zuidelijk Zuid-Amerika en de Falklandeilanden. Hij broedt op de South Orkney Islands, de South Shetland Islands, bij Kaap Hoorn en Patagonië en op Heard dicht bij zee in kolonies bestaande uit enkele tientallen paren. Op de Falklandeilanden is de keizeraalscholver een wijdverbreide broedvogel.

Er zijn twee ondersoorten:[3]

  • L. a. atriceps: zuidelijk Zuid-Amerika.
  • L. a. albiventer: Falklandeilanden.

De vogel is gedeeltelijk trekvogel.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Hadoram Shirihai: A Complete Guide to Antarctic Wildlife. The Birds and Marine Mammals of the Antarctic Continent and Southern Ocean. Alula Press, Degerby 2002, ISBN 951-98947-0-5.
  • Robin und Anne Woods: Atlas of Breeding Birds of the Falkland Islands, Anthony Nelson, Shorpshire 1997, ISBN 0904614-60-3