Knardijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Knardijk is een binnendijk die als landscheiding de grens vormt tussen Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Hij is oorspronkelijk aangelegd als de zuidelijke buitendijk van de droog te leggen polder Oostelijk Flevoland, die de eerste fase (1957) vormde in de aanleg van de grotere polder Flevoland. Doordat Zuidelijk Flevoland aanzienlijk later werd voltooid (1968), bleef de Knardijk nog lange tijd een volwaardige buitendijk, die de scheiding vormde tussen het nieuwe land en het buitenwater in het zuidelijke compartiment van het IJsselmeer.

De Knardijk dankt zijn naam aan de vroegere ondiepte de Knar in de Zuiderzee.

Functies[bewerken]

De twee hoofdvaarten in de Flevopolder, de Lage en de Hoge Vaart, worden in de Knardijk onderbroken door sluizen, de Lage Knarsluis en de Hoge Knarsluis. Behalve de historische scheiding tussen Oostelijk en Zuidelijk Flevoland vormt de Knardijk ook de waterstaatkundige compartimentering van de Flevopolder. De dijk voorkomt dat bij een dijkdoorbraak de hele Flevopolder onder water loopt. Door het sluiten van de beide sluizen wordt een mogelijke inundatie tot de helft van de Flevopolder beperkt.

Over de Knardijk ligt een weg. Deze is bij de sluizen alleen voor fietsers berijdbaar. Het deel van de N707 dat aan de zuidoostkant in het verlengde van de dijk ligt, heet eveneens Knardijk. In de rotonde bij Harderhaven heeft de weg een afslag als de N302 en loopt, nog steeds als Knardijk, langs haven De Knar, door tot in Harderwijk.

Zie ook[bewerken]