Koffervissen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koffervissen
Acanthostracion quadricornis
Acanthostracion quadricornis
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Tetraodontiformes (Kogelvisachtigen)
Onderorde: Balistoidei
Familie
Ostraciidae
Rafinesque, 1810
Onderfamilie
Afbeeldingen Koffervissen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Koffervissen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen
De op doorsnee driehoekige Rhinesomus triqueter uit de westelijke Atlantische Oceaan

De koffervissen (Ostraciidae) zijn een familie van vissen uit de orde kogelvisachtigen, nauw verwant aan de kogelvissen (Tetraodontidae) en de vijlvissen (Monacanthidae). Koffervissen zijn over het algemeen nogal hoekig van vorm. Bijzonder kenmerk is dat ze geen buikvinnen hebben. Ze bezitten een pantser van, bij volwassen dieren met elkaar vergroeide, zeshoekige beenplaten, dat fungeert als een sterke beschermende doos. Mond, ogen, kieuwen, vinnen en staart steken door openingen in het pantser naar buiten. De gepantserde huid maakt het lichaam van deze vissen nogal star. In tegenstelling tot de meeste andere vissen, zwemmen koffervissen dan ook vooral met hun vinnen. Net als de kogelvissen zijn sommige koffervissen (met name uit de geslachten Lactophrys en Lactoria) in staat om bij gevaar een sterk giftige vloeistof af te scheiden.

Koffervissen worden aangetroffen in de Atlantische, Indische en Grote Oceaan. De soort Acanthostracion quadricornis kan tot 50 centimeter lang worden. De vissen zijn eetbaar en worden soms geroosterd.

Aquarium[bewerken]

Koffervissen zijn over het algemeen niet geschikt om te houden in aquaria. Dit komt doordat zij door het gif dat zij produceren andere vissen in het aquarium, en soms ook zichzelf, kunnen doden.

Taxonomie[bewerken]

Tot 1980 werd de familie algemeen onderverdeeld in twee onderfamilies: Ostraciinae en Aracaninae. De soorten uit deze laatste groep (geslachten Aracana, Anoplocapros, Caprichthys, Capropygia, Kentrocapros en Polyplacapros) hebben een vergelijkbaar gepantserde huid als de echte koffervissen maar verder meer primitieve kenmerken, waaronder een gekielde buik. Ze leven op grotere diepte (dieper dan 200 meter) in de Indische Oceaan en het daaraan grenzende West-Pacifisch gebied. In 1980 verhief Tyler de Aracaninae tot een aparte familie Aracanidae.[1] Ze worden hier verder niet behandeld. In 1994 behandelde Nelson de Ostraciidae overigens weer als bestaande uit de twee hier al genoemde onderfamilies, en merkte over de Aracaninae slechts op dat Tyler ze als een aparte familie behandelde.[2] Fishbase, dat zich op Nelson zegt te baseren, behandelt de Aracanidae als aparte familie en onderscheidt binnen de familie Ostraciidae nu nog één onderfamilie, de Ostraciinae,[3] en de volgende 25 recente soorten:[4]

Uitgestorven[bewerken]

Noten en referenties

  1. Tyler, J.C. (1980). Osteology, phylogeny, and higher classification of the fishes of the order Plectognathi (Tetraodontiformes). NOAA Technical Report NMFS Circular 434: 1-422.
  2. Nelson, J.S. (1994). Fishes of the world. Third edition. John Wiley & Sons, Inc., New York: p. 446.
  3. Ostraciidae volgens Fishbase
  4. Soortenlijst volgens Fishbase
  5. Door Bleeker gepubliceerd als subgenus van Ostracion; in 1980 door Tyler opgewaardeerd tot geslacht (zie: Acanthostracion op CAS - Catalog of Fishes).
  6. Door Swainson gepubliceerd als subgenus van Tetrosomus; in 1865 door Bleeker opgewaardeerd tot geslacht (zie: Lactophrys op CAS - Catalog of Fishes).
  7. Door Jordan & Fowler gepubliceerd als subgenus van Ostracion; in 1980 door Tyler opgewaardeerd tot genus (zie: Lactoria op CAS - Catalog of Fishes).
  8. Over het grammaticale geslacht van namen in dit genus (en andere genusnamen die erop gebaseerd zijn, zoals Acanthostracion) bestaat nogal eens verwarring. Een naam eindigend op -on suggereert dat het geslacht onzijdig is maar uit de namen die Linnaeus in 1758 aan de soorten in het geslacht gaf, blijkt dat hij het als mannelijk behandelde (met toenamen als trigonus, bicaudalis, cornutus, tuberculatus, etc.). De regel is dat bij het bepalen van het grammaticaal geslacht de eerste auteur wordt gevolgd, tenzij een naam op grond van de Romeinse of Griekse traditie al een geslacht had. Ostracion was echter geen bestaande naam toen Linnaeus die gaf en had dus ook geen grammaticale traditie.
  9. Zie: Paracanthostracion op CAS - Catalog of Fishes.
  10. Door Swainson gepubliceerd als subgenus van Ostracion; in 1980 door Tyler opgewaardeerd tot genus (zie: Rhinesomus op CAS - Catalog of Fishes).
  11. Zie: Rhynchostracion op CAS - Catalog of Fishes.
  12. Zie: Tetrosomus op CAS - Catalog of Fishes.