Labradoodle

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Labradoodle
Hondenras
Labradoodle
Labradoodle
Basisinformatie
Andere namen Labradoedel
Oorsprong Australië
Classificatie FCI: niet erkend
Bijnaam Doodle, Doedel
Eigenschappen
Schofthoogte 60 - 65cm
Gewicht Reu: 25 - 35kg

Teef: 20 - 27kg

Hoofd Metacefaal
Gebit Schaargebit
Labradoodle Dugga.jpg
Lijst van hondenrassen

De labradoodle (in Nederland ook bekend onder de naam labradoedel) is een gefokt kruisingsproduct waarbij aanvankelijk werd uitgegaan van kruisingen tussen de labrador retriever en de Franse poedel. De hond wordt door de overkoepelende organisatie FCI niet als ras erkend.

Beschrijving[bewerken]

Omdat de labradoodle een kruising en geen ras is, hebben pups geen consistente voorspelbare eigenschappen. Hoewel de meeste labradoodles een aantal gemeenschappelijke eigenschappen hebben, blijven hun uiterlijk en gedragskenmerken tot op zekere hoogte onvoorspelbaar.

Uiterlijk[bewerken]

De hond is middelgroot tot groot en houdt qua uiterlijk het midden tussen de gebruikte oorspronkelijke twee rassen.

Vacht[bewerken]

Hij komt voor in verschillende kleurvariëteiten zoals wit, rood, bruin, zwart, zilver-, karamel- en goudkleurig. Ook de textuur van de vacht kan sterk verschillen. Sommige labradoodles hebben bijvoorbeeld krullen, terwijl andere lange sluikharen hebben, of kortharig zijn.

Grootte[bewerken]

Labradoodles kunnen zeer verschillende afmetingen hebben omdat er nog geen uniformiteit van fokpraktijk en consensus over fokrichting bestaat.

De schofthoogte van een labradoodle kan sterk variëren van hond tot hond, maar over het algemeen is de hond ergens tussen de 60cm en 65cm hoog. Een volwassen reu kan ergens tussen de 25kg en de 35kg wegen, en een teef tussen de 20kg en de 27kg.

Hoofd[bewerken]

Het hoofd is breed met welgevormde wenkbrauwen. De snuit is korter dan de hersenschedel.[1]

Ogen[bewerken]

De labradoodle heeft grote, levendige, ovale ogen.[1]

Staart[bewerken]

De staartaanzet begint vrij laag. De staart zelf wordt vaak krom omhoog gedragen.[1]

Aard[bewerken]

De labradoodle is een hond met een vrolijk karakter en met een enorme "will to please". Ze kunnen de emoties van hun baas goed aanvoelen, een kwaliteit dat hun erg geschikt maakt als therapiehond.[1]

Oorsprong[bewerken]

Gebruiksdoel[bewerken]

De labradoodle werd oorspronkelijk gefokt om te dienen als hypoallergene assistentiehond.

Geschiedenis[bewerken]

De Australiër Wally Conron is de geestelijke vader van de labradoodle, hoewel hij in recente interviews aangeeft daar niet meer zo trots op te zijn.[2]

Conron, een fokker van de Royal Victorian Guide Dogs Association, kruiste voor het eerst een poedel met een labrador in 1989. Zijn doel was om de een hond te creëren die de vachtstructuur heeft van een poedel en de "will to please" van de labrador retriever. Het was ook Conron die de naam labradoodle bedacht heeft.[3] De inspiratie voor deze kruising kwam van een Hawaiäans koppel die Wally Conron eind jaren '80 hebben gevraagd om voor hun een hulphond te fokken die bij hun noden zou passen. De vrouw van het koppel was namelijk slechtziend en had een blindengeleidehond nodig, maar haar echtgenoot was allergisch aan de meeste honden.[4]

Gezondheid[bewerken]

Meest voorkomende gezondheidsproblemen[bewerken]

Aangezien de labradoodle geen echt hondenras is, is het moeilijk te voorspellen welke gezondheidsproblemen er kunnen opduiken bij deze honden. Bij rashonden kan men dit meestal nagaan via de stamboom en de bloedlijnen. Dit is meestal niet mogelijk bij de labradoodle, daarom wordt er meestal vanuit gegaan dat deze honden dezelfde ziektes en gebreken kunnen hebben van zowel de poedel alsook de labrador retriever.

Levensverwachting[bewerken]

Een gezonde labradoodle wordt ongeveer 14 jaar oud.

Omgang[bewerken]

Verzorging[bewerken]

De vacht van de labradoodle vraagt enige tijd en aandacht, ongeacht of de hond krullen heeft of niet. Het wordt aangeraden de vacht wekelijks tot dagelijks te borstelen, afhankelijk van de lengte en de textuur. Hierbij besteedt men best extra aandacht aan de plaatsen op het lichaam waar er veel wrijving is zoals: de oksels, de lies en achter de oren. Op deze plaatsen ontstaan gemakkelijk klitten in het haar.

Net zoals bij de poedel kan het zijn dat de vacht van deze hond onophoudelijk blijft groeien. Daarom gaan vele labradoodles ook om de 8 à 12 weken naar een hondenkapsalon om de vacht bij te knippen. Sommige eigenaars opteren om de vacht te laten afscheren door de trimmer, terwijl andere liever een mooi kapsel laten knippen. Sommige labradoodles mogen echter niet geschoren worden omdat hun vachtstructuur dat niet toelaat. Men vraagt dus best eerst advies aan de hondentrimmer vooraleer men een beslissing neemt over wat te doen met de vacht.

Opvoeding[bewerken]

In het algemeen is de labradoodle een erg aangename huishond die erg intelligent is met een enorme "will to please". Door zijn intelligentie is deze kruising makkelijk te trainen, maar heeft deze ook een consequente opvoeding nodig anders kan het een vervelende hond worden.[5]

Activiteiten[bewerken]

Zoals al eerder vermeld zijn labradoodles erg energieke, intelligente en veelzijdige honden. Dit maakt hun erg geschikt voor de volgende activiteiten:

  • Agility
  • Dock diving
  • Dogdance
  • Frisbee
  • Gehoorzaamheid
  • Zwemmen

Controverse[bewerken]

Hypoallergeen?[bewerken]

De labradoodle heeft zijn populariteit mede te danken aan dat deze kruising geadverteerd wordt als een hypoallergene hond en dus ideaal is voor mensen die normaal allergisch zijn aan honden. Hier bestaat in de kynologie echter veel onenigheid over of dit wel klopt.

Allergenen, zoals eiwitten uit de vacht, huidschilfers en speeksel, veroorzaken na inademing allergische klachten. Het idee is dat honden zoals labradoodles minder of geen allergenen uitscheiden.[6]

Studie[bewerken]

Esmeralda Krop, onderzoekster bij het Institute for Risk Assessment Sciences, heeft samen met dierengeneeskundestudente Doris Vredegoor en de afdeling Dermatologie van de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren een onderzoek gevoerd waarbij de hoeveelheid allergeen in het haar, de vacht en de omgeving werd vergeleken tussen hypoallergene en niet hypoallergene rassen.

Ongeveer 20% van de mensen in de Westerse-wereld is allergisch voor honden. Vele onder hun geven aan dat ze minder klachten ervaren bij bepaalde hondenrassen, maar tot nu toe heeft de wetenschap daar nog geen verklaring voor. Bij 75% van de mensen die allergisch zijn worden de klachten veroorzaakt door het allergeen Can f1. Men weet niet precies welke functie dit allergeen heeft en het is ook onduidelijk of een hond zonder dit eiwit kan.[6]

Voor dit onderzoek werden er monsters genomen van de haren, de vacht en de omgeving van de honden. Vervolgens werd er gemeten hoeveel Can f1 er werd aangetroffen bij hypoallergene honden, waaronder de labradoodle, ten opzichte van niet hypoallergene honden. Uit de resultaten bleek dat de hypoallergene honden een hogere hoeveelheden Can f1 in hun haar en vacht hebben dan bij honden die niet hypoallergeen zijn. Er werd echter geen verschil gevonden in de hoeveelheid Can f1 in de lucht ten opzichte van huishoudens met een normale hond. Het lijkt dus voor de allergische klachten niet uit te maken of je een gewone of hypoallergene hond in huis neemt. De hoeveelheid Can f1 op de grond was wel opvallend lager bij huishoudens met labradoodles, maar dit kan toegeschreven worden aan dat gezinnen die last hebben van allergieën vaker, meer en grondiger schoonmaken in hun huis. Dit werd jammergenoeg niet nagevraagd in de bijhorende enquête va dit onderzoek.[6]

Deze enquête werd afgenomen onder de eigenaren van de honden met betrekking tot allergische klachten en symptomen. Ruim 80% van de bevraagde beweerd minder klachten te ervaren wanneer ze in contact komen met een hypoallergene hond ondanks de testresultaten. De resultaten van de enquête moeten wel met een korreltje zout genomen worden aangezien er geen allergietesten werden gedaan bij de bevraagde eigenaren. Hierdoor zou het kunnen dat sommige mensen alleen denken allergisch te zijn of dat ze juist niet allergisch zijn aan bepaalde honden. Het placebo-effect kan hier een grote rol spelen.[6]

Trivia[bewerken]

Bekende baasjes[bewerken]

  1. a b c d Alle informatie over het Labradoodle of Australian Labradoodle ras. Labradoodleinfo Geraadpleegd op 2017-08-21
  2. Our Dogs Publishing. https://www.ourdogs.co.uk/News/2011/news.php Geraadpleegd op 2017-08-21
  3. IEALB. IEALB - Geschiedenis van de Australian Labradoodle. www.iealb.eu Geraadpleegd op 2017-08-21
  4. Ellis Hamburger. Labradoodle inventor: I created a 'Frankenstein'. The Verge (2014-02-07) Geraadpleegd op 2017-08-21
  5. Labradoodle. Hondencentrum Geraadpleegd op 2017-08-21
  6. a b c d Tessa Louwerens, De hypoallergene hond bestaat niet (.pdf), nr. 5, Tijdschrift voor Diergeneeskunde, 2015-05.