Ladislaus Posthumus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ladislaus Posthumus
1440-1457
Ladislas the Posthumous 001.jpg
Koning van Hongarije
Periode 1444-1457
Voorganger Wladislaus I
Opvolger Matthias Corvinus
Aartshertog van Oostenrijk
Periode 1440-1457
Voorganger Albert II
Opvolger Frederik V
Koning van Bohemen (keurvorst)
Periode 1440-1457
Voorganger Albert
Opvolger George van Podiebrad
Markgraaf van Moravië
Periode 1440-1457
Voorganger Albrecht van Habsburg
Opvolger George van Podiebrad
Vader Albrecht II van Habsburg
Moeder Elisabeth II van Bohemen

Ladislaus (Komárno, 22 februari 1440Praag, 23 november 1457) werd na de dood van zijn vader, keizer Albrecht II, geboren en daarom kreeg hij de bijnaam Posthumus. Zijn moeder was Elisabeth II van Bohemen, dochter van keizer Sigismund.

Hij was als Ladislaus I hertog van Oostenrijk alsook koning van Bohemen en als Ladislaus V koning van Hongarije.

Hoewel Ladislaus al bij zijn geboorte de wettelijke koning was, hadden de Bohemers en Hongaren Ladislaus III van Polen uitgeroepen tot koning Wladislaus I. Helene Kotannerin, een hofdame, wist de heilige Stefanskroon echter te stelen en naar Wiener Neustadt te brengen zodat de jonge Ladislaus op 15 mei 1440 kon worden gekroond. Voor zijn eigen veiligheid werd hij onder de hoede van keizer Frederik III, een familielid uit de Stiermarken-linie, geplaatst. Frederik hield hem echter als gevangene en regeerde zelf in Oostenrijk.

Na de dood van zijn semi-naamgenoot Wladislaus in de Slag bij Varna op 10 november 1444 werd de 4-jarige Ladislaus koning van Bohemen en Hongarije. De regering werd in Bohemen waargenomen door George van Kunstadt-Podiebrad en in Hongarije door Johannes Hunyadi.

Vanaf 1450 werd bij de Oostenrijkse adel de druk om Ladislaus te bevrijden groter en in 1452 werd hij, onder leiding van Ulrich van Eyczing en Ulrich van Celje (Duits: Cilli), met geweld bevrijd. Ulrich van Celje nam de opvoeding van de jongen op zich en daarmee de facto ook het regentschap.

In 1453 werd Ladislaus op 13-jarige leeftijd in Bohemen zonder veel tegenstand tot koning gekroond. In Hongarije echter kreeg Ulrich van Celje het aan de stok met de Hunyadi's. De belangrijkste reden was dat zij de strijd tegen de Ottomanen leidden terwijl Celje - en dus Ladislaus - daar weinig heil in zag en probeerde de landsverdediging te hinderen. Na de belegering van Belgrado werd Celje door Ladislaus Hunyadi vermoord en Ladislaus liet deze laatste na een showproces op 16 maart 1457 onthoofden. De Hongaren waren hier zo woedend over dat de koning naar Praag vluchtte.

Nog datzelfde jaar, kort voor zijn geplande huwelijk met Magdalena van Valois (1443-1495), dochter van Karel VII van Frankrijk, stierf Ladislaus op 17-jarige leeftijd. Hij zou zijn vergiftigd door zijn politieke tegenstanders in Bohemen, maar dit is nooit bewezen. Vermoedelijk stierf hij aan leukemie. In Oostenrijk werd hij opgevolgd door Frederik III, in Hongarije door de Hunyadi Matthias Corvinus en in Bohemen door George van Kunstadt-Podiebrad, die daarmee de eerste Europese koning werd die het katholieke geloof afzwoer en de ideeën van Jan Hus omarmde.