Lambert II van Leuven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lambert II Balderik
? - † 1054
Balderic2.jpg
Graaf van Leuven en Brussel
Periode 1041-1054
Voorganger Hendrik I van Leuven
of Otto van Leuven
Opvolger Hendrik II van Leuven
Vader Lambert I van Leuven
Moeder Gerberga van Neder-Lotharingen

Lambert II, bijgenaamd Balderik[1] (992/995 - Doornik, 19 juni 1054), graaf van Leuven en van Brussel, was de tweede zoon van Lambert I (†1015) en Gerberga van Neder-Lotharingen (†1018).[2]

Leven[bewerken]

Afhankelijk van de bron volgde hij ofwel zijn broer Hendrik I op,[3] ofwel diens zoon Otto.[4] Hij wordt voor het eerst vermeld als graaf van Leuven op 3 januari 1041. Hij was ook graaf van Brussel en voogd over de abdij van Nijvel en de abdij van Gembloers. Op 16 november 1047 stichtte hij samen met zijn echtgenote Oda van Verdun het Sint-Goedelekapittel in de Sint-Michielskerk te Brussel, waarheen hij de relieken van de heilige Goedele van Brussel liet overbrengen.[5]
Hij sloot zich in 1051 aan bij de opstand van Boudewijn V van Vlaanderen tegen keizer Hendrik III.[6] In een treffen met het keizerlijk leger sneuvelde hij bij Doornik in 1054.[7]
Hij werd begraven in de abdijkerk van Nijvel, waar hij in het necrologium herdacht wordt op 19 juni. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik II.

Huwelijk[bewerken]

Lambert en Oda van Neder-Lotharingen hadden onder anderen de volgende kinderen:

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Lambert II Balderik
Overgrootouders Reinier II van Henegouwen
(890-932)

?
(-)
?
(-)

?
(-)
Lodewijk IV van Frankrijk
(920-954)
∞ 939
Gerberga van Saksen
(913–969)
?
(-)

?
(-)
Grootouders Reinier III van Henegouwen (920-973)

Adela van Leuven (929-961)
Karel van Neder-Lotharingen (953-992)

? (-)
Ouders Lambert I van Leuven (950-1015)

Gerberga van Neder-Lotharingen (980-1018)
Lambert II Balderik (992-1054)

Referentie[bewerken]

  • E. Brandenburg, Die Nachkommen Karls des Großen, Neustadt an der Aisch, 1998, p. 11, tabel 5, 132.
  • C. Cawley, Brabant & Louvain, fmg.ac (2006-2015).
  • W. Glocker, Die Verwandten der Ottonen und ihre Bedeutung in der Politik, Keulen - Wenen, 1989, p. 325.
  • L. Heinrich, Zwölf Bücher niederländischer Geschichten, I, Halle, 1832 p. 552-553.
  • A. Thiele, Erzählende genealogische Stammtafeln zur europäischen Geschichte, II.1, Frankfurt, 2001, tabel 17 - foutief.
  • M. Werner, Der Herzog von Lothringen in salischer Zeit, in S. Weinfurter - e.a. (edd.), Die Salier und das Reich, I, Sigmaringen, 1991, p. 447.
  • C. Knetsch, Das Haus Brabant. Genealogie der Herzoge von Brabant und der Landgrafen von Hessen, Darmstadt, vol. 1, 1917, S. 16-17, Tafel I
  • ADB:Otto (Markgraf von Meißen)

Noten[bewerken]

  1. Sigebert van Gembloers, Chronicon 1038 (= D.L.C. Bethman (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, VI, Hannover, 1844, p. 358), Ex Chronicis Brab. (= Kronieken van Brabant, 14e-15e eeuw), in Magno Chron. Belg., p. 106, geciteerd in RHGF XI, p. 423, Genealogia Ducum Brabantiae Heredum Franciae 4 (= Monumenta Germaniae Historica, Scriptores XXV, Hannover, 1880, p. 389).
  2. Genealogica comitum Buloniensium (= Monumenta Germaniae Historica, Scriptores IX, p. 301).
  3. Anonymus, Vita Gudilae 21 (1048-1051).
  4. Sigebert van Gembloers, Chronicon 1038 (= D.L.C. Bethman (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores VI, Hannover, 1844, p. 358).
    Het bestaan van Otto van Leuven wordt betwijfeld: Van Droogenbroeck F. J., 'De 11e-eeuwse graaf Otto van Leuven, mythe of werkelijkheid?' (2018).
  5. A. Miraeus, Opera diplomatica et historica, I, Leuven, 17232, XLVII, p. 57.
  6. Herman van Reichenau, Chronicon ad anno 1051 (= (= G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, V, Hannover, 1844, p. 130).
  7. Sigebert van Gembloers, Chronicon 1054 (= D.L.C. Bethman (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores VI, Hannover, 1844, p. 360), Gesta episcoporum Cameracensium. Continuatio 70 (= D.L.C. Bethman (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores VII, Hannover, 1846, p. 494), Emond de Dynter, Chronica nobilissimorum ducum Lotharingiae et Brabantiae ac regnum Francorum I (= P.F.X. de Ram (ed.), Chronique des ducs de Brabant, I, Brussel, 1854-1860, p. 33).
  8. a b Annalista Saxo 1070 (= G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores IV, Hannover, 1844, pp. 697), Emond de Dynter, Chronica nobilissimorum ducum Lotharingiae et Brabantiae ac regnum Francorum I (= P.F.X. de Ram (ed.), Chronique des ducs de Brabant, I, Brussel, 1854-1860, p. 33).
  9. Annalista Saxo 1070 (= G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores IV, Hannover, 1844, pp. 697).
  10. E. Brandenburg, Die Nachkommen Karls des Großen, Neustadt an der Aisch, 1998, p. 11, tabel 5, 132.
  11. C. Knetsch, Das Haus Brabant. Genealogie der Herzoge von Brabant und der Landgrafen von Hessen, Darmstadt, vol. 1, 1917, S. 16-17, Tafel I
  12. Deutsche Biographie
  13. C. Cawley, Brabant & Louvain, fmg.ac (2006-2015).
  14. Van Droogenbroeck ziet in haar waarschijnlijk een dochter van Reinier, zoon van Lambert I van Leuven. Van Droogenbroeck F. J., Paltsgraaf Herman II (+1085) en de stichting van de abdij van Affligem (28 juni 1062), in Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis (Hilversum, 1999), pp. 38-95.