Naar inhoud springen

Luilak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Voor het gelijknamige volksverhaal, zie Luilak (volksverhaal).
Luilak
Een jongen heeft veel plezier in het schrijven van luilak (juni 1928)
Een jongen heeft veel plezier in het schrijven van luilak (juni 1928)
Soort dag
Andere namen looilak
Type onofficieel
Verwant met Bokkentocht, luilakmarkt, luilakvuur
Viering
Viering Noord-Holland en omstreken
Gevierd door jeugd
Status en tijdlijn
Datum vrijdag-zaterdag voor Pinksteren
Links
Lawaai makende jongens in de Grote Houtstraat (Haarlem, 1964)

Luilak of Looilak is een folkloristische viering die wordt gehouden op de zaterdag voor Pinksteren. De traditie wordt in vooral de Nederlandse provincie Noord-Holland en in mindere mate in Zuid-Holland gevierd. Van oorsprong wordt tijdens Luilak in de vroege morgenuren (in de nacht van vrijdag op zaterdag) door kinderen veel lawaai gemaakt om langslapers en telaatkomers wakker te maken en te bespotten.

Een groep kinderen wijzen naar iemand bij wie ze aan de bel getrokken hebben (ca. 1930)
Luilak wordt gevierd op de Ceintuurbaan in de Pijp, met een barricade van fietsen (Amsterdam, 1971)

Ondanks dat de viering met pinksteren samenvalt is deze niet christelijk gebonden. Er wordt vrij algemeen van uitgegaan dat het een viering is met een Friese oorsprong. Er zijn overeenkomsten met andere vieringsdagen zoals 1 april en Sint Thomasdag (21 december) waarbij ook langslapers worden gespot.[1]

Over de symboliek en de herkomst van het feest bestaan verschillende interpretaties, maar de viering komt hoogstwaarschijnlijk voort uit de traditie dat de langslaper, degene die het laatst uit bed kwam, op de zaterdag voor Pinksteren de anderen uit het gezin of de familie op "luilakbollen" (warme broodjes met stroop) moest trakteren.[2] Later zou dat wekken overgenomen zijn door straatjongens die in groepjes rondtrokken en rumoer maakten. Ook sleepten ze spullen en dode dieren mee die aan de dichte deuren werden gebonden.[3]

Van de zestiende en zeventiende eeuw is bekend dat de viering al op de vrijdagavond na zonsondergang begon, en dan tot de volgende avond duurde. Niet zelden vochten de straatjongens met elkaar of tegen mannen. Keuren uit die tijd melden ook verboden ten aanzien van Luilak. In de achttiende eeuw verschuift het begin van Luilak dieper de nacht in.

Aan het einde van de negentiende eeuw werd luilakviering ontmoedigd. Zo riep de burgemeester van Wormerveer in 1884 op om het luilak vieren tegen te gaan.[4] Rond de jaren 1880s tot 1930s verdween Luilak steeds meer naar de vergetelheid.[2]

Opleving medio 20e eeuw

[bewerken | brontekst bewerken]

Net voor de oorlog in de jaren 1930s, probeert men te traditie weer terug te laten opleven,[2][5] en begint het vieren met ongeregeldheden weer terug in het nieuws te komen. Volgens De Telegraaf worden 103 arrestaties verricht op 7 mei 1944.[2] Echter lijkt dit vooral te komen door een strenger optreden na de tijd van stimulatie van de viering:

Voorheen streken de autoriteiten nog wel eens met den hand over het hart als op den Zaterdag voor Pinksteren met veel rumoer het luilakvieren werd ingezet. Toen de folkloristische beteekenis echter zozeer op den achtergrond geraakte dat de kinderen zelfs geen luilak-liedje meer kenden (...) zag de overheid er terecht nog maar baldadigheid in.[2]

Na 1965 wordt het feest weer steeds meer gevierd. Opvallend is dat sindsdien ook de nadruk weer lag op het lawaai maken. Naast belletje trekken (waarbij dan de avond ervoor preventief de bel wordt afgezet) dat al sinds het begin van twintigste eeuw veel gedaan werd, begon men ook fietsen met ratels (fietskleppers) of fietssirenes uit te rusten, of oude bussen, pannen of blikjes achter de fiets aan te slepen. Vroeger werd dit bijvoorbeeld gedaan met een al dan niet zelfgemaakte kar. Ook het bekladden van ramen of andere zaken kwam weer terug. Dit gebeurde vroeger vaak met boter, zeep en krijt. Later werd er naast zeep en boter ook meel en eieren gebruikt en werden wc-rollen over boomtakken gegooid om deze te "versieren".[2][5][6]

Luilak wordt grofweg gevierd in het gebied tussen Texel en Delft in het westen van Nederland. De mate waarin het wordt gevierd verschilt echter sterk binnen het gebied, rond Leiden is het fenomeen nauwelijks bekend, terwijl rond Alphen aan den Rijn,[7] Delft en Gouda het fenomeen Luilak beter bekend is. Buiten deze kernregio wordt Luilak van oudsher in en rond Gorinchem, Raamsdonksveer, Made en Zevenaar gevierd. Verder zijn er van Luilak afstammende tradities, zoals de afgeleide luilakbloemenmarkt in de steden Utrecht, Haarlem en Almere.[2] In Almere kwam de luilaktraditie tot leven door verhuizing van vele Amsterdammers naar Almere rond 1980.

De viering kent een sterke traditie rond Amsterdam. In de andere gebieden is de viering door de eeuwen heen met vlagen wel en niet gevierd. De grootste dip was rond de eeuwwisseling (circa 1900). Rond de oorlog (tussen 1940–1965) begon het weer langzaam op te leven.[2] Alleen in Amsterdam en de Zaanstreek werd het toen nog uitgebreid gevierd. Na 1965 wordt het echter ook weer in andere gebieden uitgebreider gevierd.

Het verschilt per stad en dorp hoe laat Luilak aanvangt. In sommige plaatsen begint het al kort na middernacht, maar in andere woonplaatsen, zoals rond Amsterdam, pas na vier uur. Vanzelfsprekend verschilt het meedoen naar leeftijd. Jongeren starten vaak eerder met Luilak dan kinderen tussen de 9 en 14 jaar. Ook de gebruiken bij Luilak verschilden en verschillen nog altijd per plaats.

Kattenkwaad en lawaai

[bewerken | brontekst bewerken]

In Amsterdam en omstreken werd Luilak in de 20ste eeuw gevierd door de jeugd met het uithalen van kattenkwaad en maken van lawaai in de nachtelijke uren om zo de spot te drijven met (uit)slapers; de luilak. Voorbeelden zijn belletje trekken, fikkie stoken, lawaai maken met blikken en pannen, en toiletpapier al gooiend afrollen over de bomen in de tuin van het lokale bestuur.[2][5][6] 's Ochtends vroeg op de zaterdag voor Pinksteren konden warme 'luilakbollen' ("zo groot als een kwart kadetje") worden gehaald bij de lokale bakkers.[2][5][6] De luilakvuren zoals men die kent rond Amsterdam en de Zaanstreek hebben een mindere verspreiding in het heroverde luilakgebied. Bovenop zo'n vuur zat vaak de Jan Luilak. Enkele dorpen en volksbuurten hebben deze luilakvuren gebruikt als middel om vandalisme tegen te gaan, door dit vuur als evenement te organiseren als alternatief voor de viering.

In West-Friesland, in de Zaanstreek en in Purmerend, was er oorspronkelijk na Eerste en Tweede Pinksterdag op de dinsdag daarna ook een derde Pinksterdag, Pinkster Drie. De drie Pinksterdagen, waarop niet gewerkt moest worden, noodzaakte een vroeg opstaan op de dag ervoor, om alle voorbereidingen te plegen. Op Pinkster Drie (ook wel Bokkiesdag genoemd) trokken mensen sinds oudsher uit verschillende plaatsen in de provincie naar Purmerend om een bokje (geit) te kopen. Pinkster Drie is slechts in een aantal plaatsen nog een traditie. De Purmerender veemarkt is verleden tijd en de dinsdag na Tweede Pinksterdag is een gewone werkdag, maar er wordt nog veel aandacht besteed aan deze bijzondere dag. Ieder jaar vindt er een Bokkentocht plaats. De Bokkiestocht (ook wel Bokketochie) is een fiets- en looptocht van ongeveer vijftien kilometer door de polder van Zaandam naar Purmerend en van kroeg naar kroeg om bokbier te proeven, steeds van een andere brouwerij. Bij elk café wordt er een stempel gezet; als alle stempels zijn opgehaald wacht er een cadeautje. Ook wordt op "Derde Pinksterdag" de jaarlijkse Wielerronde van Krommenie gereden, een sportief spektakel.

Luilakmarkt (Haarlem, 1947)

Op een aantal plaatsen wordt Luilak voorafgegaan door een luilak(bloemen)markt,[2] deze vindt plaats op de vrijdagavond tot middernacht of net iets voorbij middernacht. De oudst bekende markt is de Haarlemse potjesmarkt aan de Raamsingel en -vest uit de jaren 1890. In de nacht van vrijdag op zaterdag en zaterdagochtend wordt het daadwerkelijke Luilak gevierd.

In Boskoop wordt sinds 1956 het Luilak Voetbaltoernooi georganiseerd. Bij dit toernooi deden in 2016 (de 61e editie) 1200 kinderen mee aan meer dan 250 voetbalwedstrijden die gespeeld werden tussen 3 uur 's nachts en 12 uur 's middags.

In het begin van de 21e eeuw werd door een groep in Den Helder meerdere jaren op rij luilak gevierd door om 6 uur in de morgen rock- en metalbands in de buitenlucht op te laten treden.[8]

De kinderen die het vroegst op waren gingen de straat op om langslapers wakker te maken en ze te bespotten met onder andere rijmpjes en liedjes. Er bestaan tal van luilakliedjes, zoals Luilak (19e eeuw), Luie motte (waarschijnlijk rond 1900) en Luilak, beddezak (rond 1980).[9] Hieronder enkele voorbeelden:

Luilak in de Jordaan (Amsterdam, 1957)

Luilak, beddezak:[2][6][10]

Luilak, beddezak, [kermispop,]
Staat om negen uren op!
Negen uren, hallef tien,
Kan de luilak nòg niet zien.

Het woord 'kermispop', dat later uit het liedje verdween, werd spreekwoordelijk gebruikt voor een langslaper; wie kermis had gevierd, sliep immers tot ver in de dag.[2] Zoals bij veel volksliedjes die mondeling zijn doorgegeven bestaan er vaak variaties van hetzelfde liedje. Soms is 'kermispop' weggelaten, of veranderd in "slaapkop".[6] De laatste regel van bovenstaande lied komt ook voor als "dan kan men de luilak zien!"[2][11] of "heb je die luilak al gezien?".[6]

Regio Zaandam:[2]

De looie lak
De slaperige zak
Vanmorgen niet vroeg opgestaan
Je ken wel weer naar bed toe gaan

Weerstand en oplossingen

[bewerken | brontekst bewerken]
Amsterdamse burgemeester A.J. d'Ailly ontsteekt het luilakvuur aan de Hoofdweg. Deze luilakviering werd georganiseerd door de gezamenlijke speeltuinverenigingen van Amsterdam-West. (Amsterdam, 1949)
Geluidsopname van een Luilak-viering om 4:25 uur (Delft, 2024)

Ten gevolge van de opleving medio 20e eeuw begon op veel plaatsen de viering opnieuw steeds meer uit de hand te lopen. Van te grote vuren tot puur vandalisme. In onder meer Delft, Amsterdam en de Zaanstreek worden door de gemeentelijke autoriteiten tot heden toe, vaak samen met jongerenwerk en heemkundige verenigingen, pogingen gedaan om de luilakviering meer te controleren. Zo probeerde men door het organiseren van evenementen als optochten, officiële luilakvuren, gratis filmvoorstellingen en muziekoptredens, onder meer om vandalisme te beteugelen en weer de nadruk te leggen op het lawaai maken.[6]

Bij de luilakviering van 3 juni 2006 besloot de politie Noord-Holland Noord in het hele gebied extra personeel in te zetten. Dit bleek te helpen: het aantal vernielingen was beduidend minder dan voorgaande jaren.

Zie de categorie Luilak-viering van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.