Messerschmitt Kabinenroller

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Messerschmitt Kabinenroller
FMR Tg500 am 1976-08-14.jpg
Productiejaren 1953-1964
Uitvoeringen
Concurrenten Goggomobil, Heinkel Kabine, Isetta, Lloyd, Zündapp Janus
Ontwerper Willy Messerschmitt en Fritz Fend
Fabriek Messerschmitt
Portaal  Portaalicoon   Auto

De Messerschmitt Kabinenroller is een kleine twee-persoonsauto van Duitse afkomst. Het is een zogenaamde dwergauto. De auto werd tussen 1953 en 1956 geproduceerd door de Duitse fabrikant Messerschmitt en tussen 1956 en 1964 door Fahrzeug- und Maschinenbau GmbH. Het prototype werd in 1952 gemaakt door Willy Messerschmitt en Fritz Fend, een van zijn voormalige werknemers.[1] De bijnaam van de auto luidde Snow White's Coffin.

Geschiedenis[bewerken]

De "Flitzer" werd door Fend ontworpen als een eenzitter, met drie wielen, voor invaliden. De eerste auto's werden in 1948 ontworpen met de aandrijving gelijk aan die van een Vliegende Hollander met een fietshulpmotor. Een Vliegende Hollander is een speelgoedvoertuig aangedreven door het stuur vooruit te duwen en terug te trekken. Tussen maart 1949 en maart 1950 werden er 98 stuks met een inhoud van 98 cm³ en 4,5 pk gebouwd. Deze modellen zouden later als het type Flitzer 100 bekend worden. Tussen maart 1950 en december 1951 werden 154 stuks gebouwd met een Riedel-motor met een inhoud van 98 cm³ en 4,5 pk. Deze voertuigen hadden een topsnelheid van 75 km/h. De eerste modellen werden gebouwd met fietswielen, deze werden aan de voorzijde vervangen door kruiwagenwielen. Voordat Fend de auto verkocht aan Messerschmitt werd het geproduceerd door Fend automotive GmbH. Het hoofdkantoor bevond zich in München.

Niet langer zelfstandig[bewerken]

Vanwege grote vraag naar de auto waren er de plannen om de productie met tien stuks uit te breiden, dit was echter vanwege het ontbreken van voldoende financiën niet mogelijk. In 1952 werd Fend opgeheven en ging op in de vliegtuigfabriek Messerschmitt. Messerschmitt mocht geen vliegtuigen meer bouwen en stapte dus over op de kleine auto's. In 1953 werd het type KR 175 gepresenteerd op de Autosalon van Genève.

Van Messerschmitt naar Fahrzeug- und Maschinenbau Regensburg[bewerken]

In verband met de vliegtuigorders van de staat moest Willy Messerschmitt medio 1956 de autobouw opzeggen. Dit terwijl hij kort tevoren nog had verklaard: "Ik ben altijd vastbesloten geweest om naast vliegtuigbouw ook auto's te ontwikkelen. De fabriek in Regensburg is exclusief opgezet voor de auto-industrie en dit zal alleen in de toekomst zo blijven. Vanaf 15 januari 1957 werd de Kabinenroller bij de nieuw gebouwde Fahrzeug- und Maschinenbau Regensburg GmbH (FMR) geproduceerd. Aandeelhouders van het bedrijf waren de ingenieur Fritz Fend en M. Fabrikant Valentin Knott.

Van 1957 tot 1961 werden er naast de KR 200 ook de vierwielige FMR TG 500's gebouwd.

Van de KR 200 zijn vier varianten gemaakt: KR 200 met plexiglas kap, cabrio-limousine, roadster en sport, werden er nog tot 1964 kleine hoeveelheden gebouwd. Er is ook een versie gemaakt met een trekhaak, deze kon dan als bezorgvoertuig dienstdoen.

In de uit 1979 stammende Duitse speelfilm Der Willi-Busch-Report, van scenarist en regisseur Niklaus Schilling, speelde een KR 200 een essentiële rol. In de film raast een verslaggever na gebeurtenissen bij de Duits-Duitse grens. Ook in het vervolg, Deutschfieber, speelde de auto weer een rol.

Productie[bewerken]

De auto's werden gemaakt door de vliegtuigfabrikant Messerschmitt. Omdat Duitse fabrikanten na de Tweede Wereldoorlog geen vliegtuigen meer mochten maken gingen zij over op consumentenproducten.[2] Hierbij koos Messerschmitt voor de productie van auto's voor twee personen. De auto's werden gebouwd van lichte materialen waarbij de veiligheid van de passagiers ondergeschikt was aan de kosten van de materialen.

De Kabinnenroller werd in vier uitvoeringen gebouwd: de KR 175, KR 200, KR 201 en de Tiger. De Tiger was de enige vorm met vier wielen. De officiële aanduiding was Tg 500.

In 1955 werden er 12.000 KR 200's verkocht.

Vormgeving[bewerken]

De Kabinenroller is vrij smal vormgegeven met plaats voor twee inzittenden: de chauffeur voorin en daarachter de passagier. De chauffeur heeft meer ruimte, want de achterzijde is smaller. Direct achter de passagier bevindt zich de motor die tevens het achterwiel aandrijft. Om de motorkap omhoog te kunnen doen moet de enige deur van de auto geopend worden. Deze deur is tevens het dak en is gemaakt van plexiglas. Het geheel gaat zijwaarts open. Het passagierscompartiment is vormgegeven als een cockpit. Op de motorkap kon een rek geplaatst worden zodat er een of meerdere koffers meegenomen konden worden, dit was de enige plaats voor bagage.

In plaats van een rond stuur heeft de Kabinenroller een vliegtuigstuur, deze is lichter dan een gewoon stuur en neemt ook minder ruimte in beslag.

Over de twee inzittenden heen gaat de enige deur, deze is vrijwel geheel van glas. Er was ook de optie om van de auto een cabrio te maken.

Aan de voorzijde bevinden zich twee wielen en aan de achterzijde één. Dit was tevens het wiel dat aangedreven werd. Alleen de Tiger had twee achterwielen.

Technische gegevens[bewerken]

Gegevens KR 175 KR 200 KR 500
Motor 1-cilinder-tweetakt 1-cilinder-tweetakt 2-cilinder-tweetakt
Inhoud 173 cm³ 191 cm³ 494 cm³
PK 9 10,2
Afmetingen L x B x H 2820x1220x1200 mm 2820x1220x1200 mm 3000 mm × 1270 mm × 1245 mm
Wielbasis 2030 mm 2030 mm 1885 mm
Gewicht, zonder bestuurder 220 kg 240 kg 390 kg
Productietijd 1953 tot 1955 1955 tot 1964 1957 tot 1961
Aanschafprijs in 1955 2470,00 DM 2395,00 DM n.v.t.
3725,00 DM in 1961

Trivia[bewerken]

  • De Franse Inter175 lijkt sterk op de Kabinnenroller.[3]
  • In 2008 kwam het Franse bedrijf Lumeneo met een elektrische versie van de Messerschmitt Kabinenroller: de Smera.[4] Gelijk aan de Kabinnenroller is het stuur vormgegeven als een vliegtuigstuur.

Afbeeldingen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • (de) Hanns-Peter Rosellen: Deutsche Kleinwagen nach 1945: geliebt, gelobt und unvergessen, Weltbild Verlag, 1991. ISBN 3-89350-040-5
  • (de) Reinhard Lintelmann: Die Motorroller und Kleinwagen der fünfziger Jahre, Verlag W. Podszun, 1995 ISBN 3-86133-136-5
  • (de) Johnny Leyla Messerschmitt Kabinenroller. Mobilität für das Wirtschaftswunder, Komet Verlag, Keulen, 2010 ISBN 978-3-89836-954-1