Miguel Díaz-Canel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Miguel Díaz-Canel
Díaz-Canel
Díaz-Canel
Volledige naam Miguel Díaz-Canel Bermúdez
Geboren 20 april 1960
Geboorteplaats Villa Clara
Land Cuba
Functie president
Sinds 19 april 2018
Voorganger Raúl Castro
Partij Communistische Partij van Cuba
Functies
2018-heden president
2013-2018 eerste-vicepresident raad van state
2012-2013 vicepresident ministerraad
2009-2012 minister van hoger onderwijs
2003-heden lid politbureau
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Miguel Díaz-Canel Bermúdez (Villa Clara, 20 april 1960) is sinds 19 april 2018 president van Cuba. Daarvoor had hij een carrière als Cubaans politicus[1] en eerste-vicepresident van de raad van state sinds 2013. Sinds 2003 is hij lid van het politbureau van de Communistische Partij, en hij was minister van hoger onderwijs van 2009 tot 2012; in 2012 werd hij benoemd tot vicepresident van de ministerraad. Een jaar later, op 24 februari 2013, werd hij gekozen tot eerste-vicepresident van de raad van state. Na de president is dit de hoogste staatsfunctie in Cuba. Op 19 april 2018 volgde hij Raúl Castro op als president van Cuba.

Carrière[bewerken]

Díaz-Canel slaagde in 1982 als ingenieur in elektronica. Hij ging drie jaar bij het leger, tot hij in april 1985 les ging geven aan de universiteit "Marta Abreu" van Las Villas. Hij was eerste secretaris van de Communistische jongerengroepering van Villa Clara.

In 1993 ging hij werken voor de Communistische Partij van Cuba en een jaar later werd hij gekozen als eerste-secretaris van de Communistische Partij in de provincie Villa Clara. In 2003 werd hij gekozen als eerste-secretaris van de Communistische Partij in de provincie Holguín en werd hij lid van het politbureau van de nationale Communistische Partij.

In mei 2009 werd hij minister van hoger onderwijs, wat hij zou blijven tot 22 maart 2012, toen hij vicepresident werd van de ministerraad.

Referenties[bewerken]

  1. (en) Raúl Castro Says His New 5-Year Term as Cuba’s President Will Be His Last, The New York Times, 24 februari 2013, ingezien op 13 augustus 2014