Milieu intérieur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met milieu intérieur[1] of inwendig milieu[2] wordt de samenstelling (het milieu) van de extracellulaire lichaamsvloeistoffen in een meercellig organisme bedoeld. Het is een fundamenteel concept dat stelt dat alle cellen zich in een vloeibare omgeving bevinden, wat de uitwisseling van aan- en afvoerstoffen mogelijk maakt. Het is vertaling van het Franse milieu de l’intérieur. De Franse fysioloog Claude Bernard gebruikte de term vanaf 1854 in zijn werken en benoemde tevens de eigenschap het vermogen te hebben de weefsels en organen te kunnen beschermen. Bernard gebruikte de term in het kader van de ontwikkeling van zijn nieuwe levenstheorie, die de traditionele ideeën van vitalisme en zelfgenezend vermogen (dat algemeen bekendstond als vis medicatrix naturae) verving. Vermoedelijk heeft hij de term niet echt zelf bedacht, maar overgenomen van histoloog Charles Robin.

De term milieu intérieur werd pas in de vroege 20e eeuw algemeen geaccepteerd, onder invloed van fysiologen als Joseph Barcroft en met name Walter Bradford Cannon, die het idee van homeostase ontwikkelde en de nadruk legde op het zelfregulerend vermogen van het menselijk lichaam. Het idee van zelfregulerende vermogen werd onder andere door de Amerikaanse wiskundige Norbert Wiener verder uitgewerkt naar de niet-levende wereld, waarmee hij het fundament legde voor de cybernetica.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. Silbernagl, S., Despopoulos A. & Steen, J.C. van der (1998). Sesam Atlas van de fysiologie. (11de druk). Baarn: Bosch & Keuning.