Nederlands Loodswezen BV

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Loods onder een helikopter
Loodsboot Columbia verlaat de haven van IJmuiden
Loodsboten bij Vlissingen

Het Nederlands Loodswezen BV is een facilitaire organisatie die de aangesloten registerloodsen de middelen verschaft om hun werk uit te oefenen. Zo int het Loodswezen de loodsgelden en zorgt de organisatie voor het transport van en naar zeeschepen.

Geschiedenis[bewerken]

In de eerste helft van de 19e eeuw waren er in Nederland voor het loodsen van zeeschepen staatsloodsen en loodsen die lid waren van particuliere loodsenverenigingen.[1] In 1852 werd een staatscommissie benoemd met de opdracht voor de loodsen een nieuwe organisatievorm te ontwerpen. De commissie adviseerde één Rijks-Loodswezen waar alle loodsen in opgaan. Na invoering van de Loodsenwet van 1859 viel het Loodswezen eerst onder het Ministerie van Marine en later het Ministerie van Defensie.[1]

Binnen Defensie werd weinig aandacht besteed aan het loodswezen. In augustus 1958 werd de Vereniging 'De Nederlandse Loods' (VNL) door loodsen opgericht.[1] De VNL stuurde aan op een verzelfstandiging. Omstreeks 1980 kwam het Loodswezen onder Rijkswaterstaat te vallen. In augustus 1982 kwam een rapport uit van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken (DGSM) waarin de een privatisering van het loodswezen werd aanbevolen. Het duurde nog zo’n zes jaar, maar in 1988 werd het Loodswezen buitenambtelijk verzelfstandigd.[1] De loodsen verenigden zich in de Nederlandse Loodsen Corporatie en werden aandeelhouder van het ondersteunende bedrijf Nederlands Loodswezen B.V..[1]

Activiteiten[bewerken]

Bij het Nederlandse loodswezen werken ongeveer 450 registerloodsen. Verder zijn er zo’n 400 medewerkers die de loodsen ondersteunen bij hun werkzaamheden. Per jaar verzorgen zij ruim 80.000 scheepsbewegingen naar Nederlandse havens en circa 10.000 bewegingen naar Vlaamse havens via de Westerschelde.

Regio's[bewerken]

In Nederland zijn de loodsactiviteiten verdeeld over vier regio’s:

  • Noord voert loodsdiensten uit op de Eems, voor de haven van Delfzijl en de Eemshaven en voor het gebied Harlingen. De loodsen worden van en naar de schepen gebracht met loodstenders vanuit de Eemshaven en Harlingen. In de Eemhaven staat het coördinatiecentrum voor deze regio.
  • Amsterdam-IJmond: deze regio begint 26 mijl uit de kust in de IJ-geul, voert langs het gehele Noordzeekanaal en eindigt bij het Amsterdam-Rijnkanaal. De regio zorgt tevens voor de beloodsingen in de havens van Den Helder en het zuidwestelijke gedeelte van de Waddenzee. Jaarlijks worden meer dan 13.000 schepen geloodst in deze regio.
  • Rotterdam-Rijnmond is operationeel in de havens van Rotterdam, Dordrecht, Moerdijk, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Hoek van Holland en Scheveningen. Tot dit gebied behoren ook de vaargeulen in het zuidelijk deel van de provincie Zuid-Holland en een aantal vaargeulen in de provincie Zeeland. Met ongeveer 60.000 loodsverrichtingen per jaar is dit de belangrijke regio in Nederland en een van de grootste in Europa.
  • Scheldemonden: hier opereren de loodsen in alle havens langs de Wester- en Oosterschelde. Voor de Vlaamse havens van Antwerpen en Gent is een speciale regeling van toepassing. De Nederlandse loodsen zijn verantwoordelijk voor 27,5% van alle scheepvaart naar Antwerpen en Gent, de Vlaamse loodsen beloodsen de overige 72,5%.

Tarieven[bewerken]

Bij de verzelfstandiging van het Loodswezen in 1988 zijn de loodsdiensten door de wetgever opgedragen aan de registerloodsen.[2] Het zijn private ondernemers, maar vanuit het mededingingsoogpunt worden zij beschouwd als een collectief monopolie.[2] Op een monopolistische markt, acht de wetgever onafhankelijk toezicht noodzakelijk om een behoorlijke verhouding tussen prijs en kwaliteit te bewerkstelligen. De scheepvaart heeft een wettelijke verplichting gebruik te maken van loodsen Hierbij heeft de reder geen keuzevrijheid. Vanwege het ontbreken van alternatieven, ontbreekt bij de aanbieder van de loodsdiensten een natuurlijke externe prikkel om de tarieven laag te houden. Om misstanden te voorkomen heeft de overheid de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), die later is opgegaan in de Autoriteit Consument en Markt, aangewezen als toezichthouder.[2] In de Loodsenwet, [3] dient de ACM voor elk kalenderjaar de loodsgeldtarieven vast te stellen. Hierbij houdt zij rekening met de efficiëntie, de productiviteit en de kwaliteit van de diensten.[2]

Tot eind 2013 was het tarief gebaseerd op de actuele diepgang van het schip en de af te leggen afstand in zeemijlen.[4] Verder was er geen eenheid, iedere haven had zijn eigen tarief en er was sprake van kruisfinanciering tussen grote en kleine schepen en tussen grote en kleine havens. Vanaf begin 2014 betaalt een schip met dezelfde diepgang voor een loodsreis met dezelfde gemiddelde tijd in alle Nederlandse zeehavens hetzelfde tarief.[4] De nieuwe structuur bestaat uit een starttarief, dit is een vast basistarief voor het aan boord brengen en van boord halen van de loods en ter dekking van de vaste kosten van het Loodswezen. Dit tarief is gebaseerd op de actuele diepgang en is gedifferentieerd op basis van het beloodsingspunt. Vervolgens start het variabele trajecttarief vanaf het moment dat de loods aan boord stapt tot aan het moment dat het schip afmeert. Tot slot geldt er voor bijzondere reizen, bijvoorbeeld bijzondere transporten, ijsgang of inzet van meer dan een loods, een toeslag.[4]

Schepen[bewerken]

Voor het vervoer van de loodsen wordt gebruikgemaakt van de volgende vervoermiddelen:

Nieuwe loodsboten besteld[bewerken]

Op 15 september 2010 tekenden de Nederlands Loodswezen B.V. en scheepswerf Barkmeijer Shipyards in Stroobos het contract voor de bouw van drie grote loodsvaartuigen.[5] Het contract heeft een waarde van 81 miljoen euro.[6] De nieuwe schepen vervangen de ruim 35 jaar oude loodsboten Marfik, Menkar en Markab. De nieuwe boten dragen ook de namen van de sterren die gebruikt worden bij de navigatie, Polaris, Pollux en Procyon. Het eerste schip, de Polaris, is in het najaar 2012 in de vaart gekomen.

Schepen overgenomen van het Rijk[bewerken]

De volgende schepen werden per 1 september 1988 overgenomen van het Rijk:

Naam Bouwjaar Overdrachtswaarde
in guldens
Afbeelding
Wega 1968 3 000 000
Altair 1974 6 000 000
Spica 1973 6 000 000
Fomalhaut 1974 6 000 000
Markab 1978 9 000 000 Markab p1.JPG
Menkar 1977 9 000 000
Mirfak 1977 9 000 000
Albatros 1984 4 500 000
Zeekoet 1983 450 000
Stern 1976 200 000
Kokmeeuw 1980 500 000
Jan van Gent 1969 500 000
Aalscholver 1969 500 000
Zeemeeuw 1970 500 000
Zeezwaluw 1971 500 000
Wulp 1978 1 000 000 Pilot Vessel Wulp IMO 9033878 Rotterdam - Flickr - Joost J. Bakker IJmuiden.jpg
Roerdomp 1980 1 000 000
Reiger 1980 1 000 000
Bruinvis 1965 675 000
Walvis 1965 675 000
Delfshaven 1959 300 000
Zilvermeeuw 1954 250 000

Naast deze bedrijfsorganisatie bestaat er ook een beroepsorganisatie voor de registerloodsen: de Nederlandse Loodsencorporatie.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e Loodswezen Geschiedenis, geraadpleegd op 6 november 2013
  2. a b c d ACM Beoordelingskader meest efficiënte werkwijze registerloodsen, 15 mei 2012, geraadpleegd op 9 november 2013
  3. Overheid.nl Loodsenwet, geraadpleegd op 9 november 2013
  4. a b c Nederlands Loodswezen: Brochure Nieuwe tariefstructuur loodsgeld, geraadpleegd op 19 november 2013
  5. Schuttevaer Loodswezen bestelt bij Barkmeijer, 24 september 2013, geraadpleegd op 8 december 2013
  6. Scheepsbouw Nederland Friezen bouwen luxe loodsboot voor haven Rotterdam, 9 oktober 2012, geraadpleegd op 8 december 2013