Niek van der Schaft
| Niek van der Schaft | ||||
|---|---|---|---|---|
Door Van der Schaft ontworpen doopvont bij de doop van prins Willem-Alexander in de Grote of Sint-Jacobskerk te Den Haag | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Nicolaas van der Schaft | |||
| Geboren | Hof van Delft, 12 april 1893 | |||
| Overleden | Voorburg, 5 september 1980 | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | beeldhouwer | |||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Nicolaas (Niek) van der Schaft (Hof van Delft, 12 april 1893 – Voorburg, 5 september 1980) was een Nederlands beeldhouwer.[1] Hij wordt ook vermeld als Nic. van der Schaft.
Leven en werk
[bewerken | brontekst bewerken]Van der Schaft was een zoon van Nicolaas van der Schaft en Antonia Charlotta Theodora Vermeulen. Hij werd opgeleid aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus in Amsterdam, als leerling van Willem Retera, op wiens atelier hij enige tijd werkte. Hij was vanaf 1919 assistent van Arend Odé aan de Technische Hogeschool in Delft. Van der Schaft trouwde in 1921 met de Zeeuwse Maria Pieternella Johanna (Nel) de Munck, waarna hij zich in Middelburg vestigde. Zij woonden later in Utrecht en Rijswijk en kregen vier kinderen.[2]
Van der Schaft was van 1930 tot 1949 als Rijksbeeldhouwer in dienst bij het Rijksbureau voor de Monumentenzorg.[3] De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bezit nog een collectie bouwstenen verzameld door Van der Schaft.[4] Hij werkte onder meer aan kerkgebouwen en stadhuizen. Hij ontwierp het doopvont dat in 1962 werd geschonken aan de Sint-Jacobskerk, het werd gebruikt bij de doop van prins Willem-Alexander (1967) en prinses Amalia (2004). Van der Schaft was lid van de Haagsche Schetsclub, waarmee hij ook exposeerde.
Werken (selectie)
[bewerken | brontekst bewerken]- 1919-1936: Gevelbeelden (onder andere Karel de Grote), pinakels e.d. aan de Choertoren en de gevel van het stadhuis van Middelburg
- 1920-1945: Kapitelen voor de Sint-Janskerk (Gouda)
- 1922: Kapitelen in het schip van de Nieuwe Kerk (Delft)
- 1926: Pinakels e.d. aan de toren van de Nieuwe Kerk (Delft)
- 1927: Baldakijnen aan de toren van de Hervormde kerk in Elst
- 1932: Medaillons voor toren van de Sint-Martinuskerk (Woudrichem)
- 1932-1933: Wapenleeuwen en baldakijnen stadhuis van Veere
- 1936: Burgemeester Huizingabank, met portretplaquette van Johannes Huizinga, Terneuzen
- 1936: Stadswapen stadhuis van Bergen op Zoom
- 1938: Gargouilles en pinakels voor de toren van de Cunerakerk (Rhenen)
- 1941: Beeld van Sint Maarten voor het stadhuis van Doesburg
- 1943: Ornamenten voor de Martinitoren in Groningen
- 1946: Monument voor de gevallen Urkers, Urk. In samenwerking met architect Philip Bolt.[5]
- 1962: Doopvont voor de Grote of Sint-Jacobskerk (Den Haag)
Galerij
[bewerken | brontekst bewerken]- Karel de Grote (1920)
- Sint Maarten (1941)
- monument voor de gevallen Urkers (1946)
- ↑ Biografische gegevens bij het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis
- ↑ Marjo van der Schaft/, "Liefdevolle herinnering aan Nico", op Oorlogsgravenstichting.nl. Over zoon Nico (1922-1945) en diens ouderlijk gezin.
- ↑ Steencollectie van het Rijk, Natuursteencollecties deel 10, 2018
- ↑ Natuursteencollecties digitaal ontsloten, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
- ↑ Monument voor de Gevallen Urkers, Flevoland Erfgoed.