Operatie Dynamo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Operatie Dynamo
Onderdeel van De Slag om Frankrijk
Evacuerende Britse troepen
Evacuerende Britse troepen
Datum 26 mei - 3 juni 1940
Locatie Duinkerke, Frankrijk en Het Kanaal
Resultaat Geslaagde geallieerde operatie
Strijdende partijen
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Vlag van Frankrijk Frankrijk
Flag of German Reich (1935–1945).svg Duitsland
Commandanten en leiders
Vlag van Verenigd Koninkrijk John Vereker Flag of German Reich (1935–1945).svg Gerd von Rundstedt
Vlag van Verenigd Koninkrijk Bertram Ramsay
Vlag van Verenigd KoninkrijkHarold Alexander
Vlag van Verenigd Koninkrijk William Tennant
Portaal  Portaalicoon   [[Portaal:Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk

Saaroffensief · Operatie Royal Marine · Ardennen · Sedan · Montcornet · Saumur · Maginot Line · Weygand Plan · Arras · Boulogne · Calais · Duinkerke · Operatie Dynamo · Abbeville · Lille · Operatie Paula · Alpen · Fall Rot · Operatie Cycle · Operatie Ariel · Fall Braun

|Tweede Wereldoorlog
Slag om Frankrijk

Saaroffensief · Operatie Royal Marine · Ardennen · Sedan · Montcornet · Saumur · Maginot Line · Weygand Plan · Arras · Boulogne · Calais · Duinkerke · Operatie Dynamo · Abbeville · Lille · Operatie Paula · Alpen · Fall Rot · Operatie Cycle · Operatie Ariel · Fall Braun

]]
Britse troepen op de torpedobootjager Vanquisher bij laag water aan de pier van Duinkerke. Het verschil tussen eb en vloed was maximaal zo’n 7 meter.
Britse troepen staan klaar om te ontschepen in Dover.

Operatie Dynamo was een actie in de Tweede Wereldoorlog, van 26 mei tot 4 juni 1940, om de Britse expeditionaire troepen in Duinkerke te evacueren.

Toelichting[bewerken]

De troepen waren bij de Slag om Duinkerke door de oprukkende Duitsers omsingeld. De operatie kreeg de naam Dynamo omdat de evacuatie werd gepland in de dynamokamer van het marinehoofdkwartier onder het kasteel te Dover. De operatie werd georganiseerd door viceadmiraal Ramsay en bestond uit een gecombineerde vloot van 40 Britse en Franse torpedobootjagers met daarnaast mijnenvegers, patrouilleschepen, vrachtschepen, plezierboten en honderden privé-bootjes die al dan niet vrijwillig dienst deden.

Op 26 mei vertrok als eerste de Mona’s Isle uit Dover om 21:00 uur.[1] Rond middernacht bereikte ze de haven van Duinkerke en er kwam 1420 man aan boord.[1] Op de terugreis werd ze beschoten vanaf de Franse kust door Duitse artillerie maar dit bracht nauwelijks schade. Later werd ze met mitrailleurs beschoten door zes Messerschmitt Bf 109 jachtvliegtuigen. Rond het middaguur van 27 mei bereikte ze Dover met 23 doden en 60 gewonden.[1]

Aan de kade waren veel troepen en het was noodzakelijk daar enige orde in aan te brengen om de inscheping te versnellen. Kapitein William Tennant werd met acht officieren en 160 man overgezet om de evacuatie aan de Franse kant te leiden.[2] Hij arriveerde op 27 mei aan boord van de torpedobootjager Wolfshound. Rond 6 uur in de middag kwam hij aan in Bastion 32, een versterking van het Franse leger ter bescherming van de haven, waar hij zijn hoofdkwartier inrichtte.[2] Zijn team begon direct met het organiseren van de evacuatie.

In de nacht van 27 op 28 mei was de Duitse marine actief bij de Kwinte boei.[3] Er lagen schnellboten te wachten op schepen die onderweg naar Dover waren. De torpedobootjager Wakeful, met 640 man aan boord, werd die avond getorpedeerd en zonk in 15 seconden.[3] Passerende schepen stopten om drenkelingen te redden waaronder de torpedobootjager Grafton, ook volgeladen met geëvacueerde troepen. De Grafton werd geraakt door een torpedo van de onderzeeboot U 62.[3] De Grafton was zwaar beschadigd maar bleef drijven. Veel van de bemanning en passagiers verlieten veilig het schip alvorens de Ivanhoe het tot zinken bracht.[3]

De haven en kades werd zwaar aangevallen door de Duitse luchtmacht, maar de pieren die ruim een kilometer in zee staken nauwelijks.[4] De pieren hadden een stenen basis met daarop een staketsel. Ze waren niet gebouwd om schepen aan te laten meren, maar na een test met de Queen of the Channel bleek dit toch goed te werken.[4] De oostelijke pier werd een zeer belangrijk inscheeppunt voor de manschappen. Door de rook van de gebombardeerde olieopslagtanks en een gunstige wind, was de pier ook nauwelijks zichtbaar vanuit de lucht.[4] Het inschepen van manschappen ging hier veel efficiënter dan via de stranden.

Voor de stranden was de diepgang gering en grote schepen konden niet dicht genoeg bij de kust komen om manschappen direct op te halen. Veel kleine bootjes waren noodzakelijk, zij voeren naar de kust, namen de troepen aan boord en brachten deze naar de schepen. Dit op en neer pendelen kostte veel tijd. De branding liet de bootjes omslaan en soms kwamen er teveel mensen aan boord zodat de bootjes omsloegen of zonken door een te zware belading. Om de inscheping vanaf de stranden te vergemakkelijken werden provisorische pieren gemaakt van militaire voertuigen. Deze werden bij eb naast elkaar in zee geplaatst en daarover kwamen vlonders. Voor de kleinere schepen had dit als voordeel dat ze verder van de kust en branding konden wegblijven en de troepen konden met min of meer droge voeten bij de schepen komen.

Op 31 mei bezocht Winston Churchill het Franse militaire hoofdkwartier in Parijs.[5] Hij meldde dat er zo'n 165.000 man was gered, waarvan 15.000 van het Franse leger.[5] Eerder was wel afgesproken dat Frankrijk hun eigen evacuatie zouden regelen, met er waren onvoldoende schepen om dit te realiseren. Dit lage aantal Franse militairen leidde tot rancune bij de Franse staf waarop Churchill reageerde met "Bras-Dessus, Bras-Dessous", arm in arm, en gaf bevel aan de evacuatievloot meer Franse troepen te evacueren.[5] Op 1 juni kwamen meer Franse dan Britse soldaten in Dover aan.

Door felle aanvallen van de Luftwaffe namen de verliezen scherp toe. Veel schepen werden gebombardeerd en de verliezen noodzaakten de evacuatie bij daglicht te staken. Hierdoor werd de capaciteit beperkt en daalde het aantal geëvacueerden tijdens de laatste dagen van de operatie.

Gedurende negen dagen evacueerde deze armada van meer dan 900 schepen 338.226 militairen, voor het merendeel Brits en 123.095 Fransen, vanuit Duinkerke en de omliggende stranden.

Troepen aangekomen in Engeland uit Duinkerke (1940)
Dag Van de stranden Uit de haven van Duinkerke Totaal
27 mei 7.669 7.669
28 mei 5.390 11.874 17.804
29 mei 13.752 33.558 47.310
30 mei 29.512 24.311 53.823
31 mei 22.942 45.072 68.014
1 juni 17.348 47.081 64.429
2 juni 6.695 19.561 26.256
3 juni 1.870 24.876 26.746
4 juni 622 25.553 26.175
Totaal 98.671 239.555 338.226

Tijdens de evacuatie vochten delen van de British Expeditionary Force en het Frans leger een hevige strijd tegen het oprukkende Duitse leger ter behoud van de verdedigingslijn rond de evacuatiezone. Tijdens de evacuatie werden zo'n 50.000 voertuigen achtergelaten en werden 45.000 Britse en Franse soldaten (meerderheid) en een dekkend bataljon Belgen niet geëvacueerd. De Britten verloren 235 schepen in de operatie.

Een gedeelte van de geëvacueerde Franse troepen werd onmiddellijk weer aan land gebracht via de havens van Normandië, doch velen werden kort erna gedood of gevangengenomen.

Vaarroutes[bewerken]

Beschikbare vaarroutes voor de evacuatieschepen

Voor de grotere schepen waren drie routes beschikbaar. Het kortst was route Z, tussen Dover en Duinkerke was de afstand 39 zeemijl (75 kilometer). Voor Duinkerke liggen parallel aan de kustlijn zandbanken en de schepen die route Z gebruikten voeren hierdoor lange tijd vlak langs de Franse kust. Bij daglicht werden de schepen beschoten door Duitse artillerie. Route X was met 55 zeemijl iets langer, maar veiliger. De route ging echter door een mijnenveld dat eerst geruimd moest worden. De route Y was met 87 zeemijl (161 km) het langst. De vaartijd was zo’n 8 uur of tweemaal langer dan route Z. Deze route was wel veiliger maar reduceerde de capaciteit vanwege de langere vaartijd. De schepen volgden eerste de kust naar het oosten tot de Kwinte boei en maakten daar een draai van 270 graden naar Dover. Schepen die deze route gebruikten kwamen het vaakst in contact met Duitse marineschepen en vliegtuigen.

Museum[bewerken]

In Duinkerke is een museum Mémorial du Souvenir met deze militaire operatie als hoofdthema. Het museum is gevestigd in een militair bouwwerk, Bastion 32, dat tijdens de Slag om Duinkerke dienst deed als militair hoofdkwartier voor de Franse en Brits strijdkrachten.

Trivia[bewerken]

De MTB 102, een motortorpedoboot van de Royal Navy, is een van de weinige schepen die deelnam aan de operatie en nog rondvaart als museumschip. De MTB heeft zelfs twee dagen dienst gedaan als vlaggenschip tijdens de operatie.

Zie ook[bewerken]

Naslagwerk[bewerken]

  • (en) The miracle of Dunkirk. Auteur: Walter Lord. Uitgeverij: Penguin Books, Engeland (1984). ISBN: 0 14 00 5085.