Overwintering op Nova Zembla

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tekening van Het Behouden Huys naar de beschrijving van Gerrit de Veer

De Overwintering op Nova Zembla van een groep schepelingen onder leiding van Willem Barentsz vond plaats op een eiland van de Russische Nova Zembla-archipel in de winter van 1596-1597. Barentsz had opdracht van de predikant, geograaf en een van Amsterdams belangrijkste kaartenmakers Petrus Plancius om een noordoostpassage richting India en China te vinden. Ook hoopten beide mannen de beloning van 25.000 guldens die de Nederlandse Staten-Generaal hiervoor had uitgeloofd te kunnen innen. Deze beloning is door het latere mislukken van de expeditie nooit uitgekeerd. Na twee eerdere mislukte pogingen met kleinere schepen Nova Zembla zuidelijk via de Karische Poort te passeren probeerde men met het schip De windhond het eiland noordelijk voorbij te komen. Barentsz slaagde er inderdaad in de noordpunt van Nova Zembla te ronden, maar kwam daarna aan de kust vast te zitten in het ijs. Van timmerhout uit het schip en aangespoeld drijfhout werd een hut gebouwd om op het eiland te kunnen overwinteren. Dit onderkomen is bekend geworden als het Behouden Huys. Vlak na het bouwen van de hut stierf de timmerman, als eerste van de groep.

De volgende lente werd een sloep van het schip verbouwd, zodat de zeventien opvarenden naar de bewoonde wereld konden terugkeren. Pas in juni was de kust zover ijsvrij dat men kon vertrekken. Barentsz stierf een week na het vertrek en werd op Nova Zembla begraven. Zijn mannen bereikten onder leiding van Jacob van Heemskerck, die als commies meevoer, het Russische schiereiland Kola, waar ze werden opgepikt door een Nederlands handelsschip van kapitein Jan Cornelisz Rijp.

Gerrit de Veer maakte van deze tocht een reisverslag dat grote bekendheid zou krijgen. Hij beschreef op 24 januari 1597 een zonsopgang, twee weken eerder dan verwacht. Voor het verschijnsel is pas in 1998 een verklaring gevonden; een arctische luchtspiegeling, die bekendstaat als het Nova Zembla-effect. Van de zeventien opvarenden van Barentsz' reis zouden twaalf opvarenden Nederland levend terugzien.

Het Behouden Huys was in de negentiende en twintigste eeuw nog gedeeltelijk intact. Ook van het schip van Barentsz zijn door Russische onderzoekers nog stukken teruggevonden.[1]

Hendrik Tollens wijdde in 1820 een episch gedicht aan de reis van Barentsz: De overwintering der Hollanders op Nova Zembla.

In 1996 baseerde de Zaanse muziekgezelschap 'de Kift' het theaterstuk en de CD "Gaaphonger" op de overwintering.

Een documentaire van de RVU en outcuts van "Terug naar Ijshaven" zijn te vinden op YouTube.

Naar aanleiding van deze overwintering is in 2011 met als regisseur en producent Reinout Oerlemans de Nederlandse film Nova Zembla gemaakt met in de hoofdrollen: Derek de Lint (Willem Barentsz), Victor Reinier (Jacob van Heemskerck) en Jan Decleir (Petrus Plancius)