Penitentiaire Inrichting Wolvenplein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf PI Utrecht (Wolvenplein))
Ga naar: navigatie, zoeken
P.I. Wolvenplein aan de Wittevrouwensingel.
De lange gevangenisvleugels naar Het Vlak in 1989.
Gevangenis aan het Wolvenplein linksonder in een foto uit 1923.
Dienstwoning verbonden aan het complex.
Symbolisch kunstwerk De wolvin en de eik van Suzanne Willems naast de P.I. Wolvenplein.

De Penitentiaire Inrichting Wolvenplein is een uit 1856 daterende gevangenis in het centrum van de Nederlandse stad Utrecht. Tot de sluiting in 2014 was het de oudste cellulaire gevangenis van Nederland die nog als penitentiaire inrichting in gebruik was.

Geschiedenis[bewerken]

In de voorgeschiedenis van deze gevangenis werden in Utrecht gevangenen onder meer opgesloten in diverse stadspoorten en verdedigingstorens zoals de Tolsteegpoorten en Plompetoren. Tot ver in de 19e eeuw had de stad Utrecht nog een tuchthuis. Ook zaten vele veroordeelden hun straf uit in landelijke gevangenissen, zoals het kasteel van Woerden voor mannen en het kasteel van Montfoort voor vrouwen. Geslapen werd er in slaapzalen, gewerkt in werkzalen. Ook de Rijkswerkinrichtingen waren op groepen ingericht. Het verblijf in groepen was door orde- en zedeloosheid in de loop van de 19e eeuw maatschappelijk niet meer acceptabel. Een antwoord daarop was de cellulaire opsluiting: eenzame opsluiting volgens het Pensyllvanisch systeem. Als criminaliteit besmettelijk was, zou eenzame opsluiting dat tussen gevangenen gaan voorkomen.

In Nederland leidde dat in 1850 in Amsterdam tot de opening van de eerste cellulaire gevangenis, zes jaar later gevolgd door een tweede in Utrecht. De locatie daarvan werd het niet meer in gebruik zijnde in de noordoosthoek van de stad gelegen aarden bolwerk Wolvenburg. De stadsverdediging van Utrecht, stadsmuren en bolwerken, waren sinds de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie rond 1830 niet meer nodig. In 1852 werd daartoe besloten en het bolwerk werd door de stad verkocht aan het Rijk. In 1856 vond de officiële opening plaats en daarmee werd het tot in 2014 de oudste nog in gebruik zijnde cellulaire gevangenis in Nederland. Eenzame opsluiting was een uit Amerika overgewaaide gedachtegang dat door middel van isolatie misdadigers tot inkeer en 'genezing' kwamen.

Gevangenis Wolvenburg[bewerken]

De Utrechtse gevangenis kreeg een kruisvormige plattegrond naar ontwerp van I. Warnsinck en de ingenieur van Waterstaat J. Fijnje. Het cellenblok werd omsloten door een muur en een voorgevel met daarin woningen voor het personeel. [1]

De gevangenis op Wolvenburg heeft een centrale hal (het vlak), van waaruit het toezicht plaatsvond op de drie vleugels waarin de gevangenen individueel in hun cel waren ondergebracht. Twee van de drie vleugels waren bestemd voor mannen (117 personen), de derde vleugel kende 19 cellen voor vrouwelijke gevangenen. Aan het eind van iedere drie verdiepingen hoge vleugel bevonden zich de luchtkooien. Alle cellen waren voorzien van stromend water, licht, verwarming en een w.c. De gevangenis had drie reinwaterkelders voor de opvang van hemelwater. De riolering loosde op de stadsbuitengracht. Buiten de individuele luchtkooi die een half uur per dag gebruikt kon worden, werd een gevangene de rest van de tijd in zijn cel gehouden. Op cel moest een gevangene arbeidstaken uitvoeren. Onderlinge contacten tussen gevangenen waren ten strengste verboden. Elke gevangene werd met zijn of haar nummer aangesproken. Om te verhinderen dat gevangenen elkaar konden zien, kregen ze bij de overbrenging naar de luchtkooi kappen over het hoofd. Het gevangenisterrein kreeg een ringmuur met hekwerk, een directiegebouw voor de portier en drie directieleden (strafgevangenis, vrouwengevangenis en militaire gevangenis) en nog twee dienstwoningen. De directeur was verplicht op het gevangenisterrein te wonen en mocht zonder toestemming van het bestuur van het gesticht (de regenten) het terrein niet verlaten.

Uitbreiding in 1877[bewerken]

Inmiddels was de straat waaraan de gevangenis ligt voorzien van de naam Wolvenplein. In 1877 werd de gevangenis uitgebreid met een verlengde noordoostvleugel inclusief souterrain naar een ontwerp van architect J.F. Metzelaar. Hij was hoofdingenieur van de gevangenissen en gerechtsgebouwen bij het departement van justitie. Na dat jaar werden voortaan uitsluitend nog mannen in het Wolvenplein gevangengezet; de vrouwen werden overgeheveld naar de Gansstraat. Architect W. Metzelaar, de zoon volgde bij Justitie zijn vader op, ontwierp het in 1903 gerealiseerde kerkgebouw voor de gevangenen dat op het terrein staat. Tot die tijd werd de dienst op cel bijgewoond, op opeenvolgende uren stond één van de dubbele celdeuren op een kier. Zo werd ook het onderwijs ontvangen. In 1914 werd het gevangenisregime versoepeld. De periode van cellulaire opsluiting was inmiddels van het eerste half jaar van de straf verhoogd via een jaar naar maximaal vijf jaren conform het Wetboek van Strafrecht van 1886. De gevolgen van de eenzame opsluiting, het bij gevangenen veroorzaken van mentale afwijkingen tot krankzinnigheid, waren pas in 1914 maatschappelijk niet meer acceptabel. Ook had de cellulaire opsluiting andere verwachtingen niet waargemaakt, de afschrikking en voorkoming van besmetting had de recidive niet teruggedrongen. In de cellulaire gevangenissen kwamen er grotere vertrekken waar gezamenlijke arbeid uitgevoerd kon worden. Het was afgelopen met het voorkomen van oogcontact tussen de gevangenen, maar onderling praten was niet toegestaan.

Periode Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Wegens cellenoverschot was gevangenis Wolvenplein vanaf 1929 enige tijd gesloten. Het Willem Pompe Instituut, destijds nog het Criminologisch Instituut geheten, vestigde zich er in 1934. Ook het Melk Controle Centrum vond er onderdak en een afdeling van de Universiteitsbibliotheek. Rond 1939 werd de gevangenis gemoderniseerd om het weer in gebruik te kunnen nemen. De cellen kregen grotere getraliede ramen met overigens ondoorzichtig glas. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog annexeerde de Duitse bezetter het complex en nam het vanaf 1942 in gebruik als Deutsche Untersuchungs- und Strafgefängnis. De gevangenis was voor door de politie opgepakte zwarthandelaren, verspreiders van verboden lectuur, betrapten op het bezit van een radio et cetera. Op 6 mei werden meer dan 170 gevangenen bevrijd, zij hadden in de oorlogstijd verzet getoond. Anderen bleven opgesloten en meer dan 100 leden van N.S.B. namen de vrije plaatsen in. Van de bevrijdde gevangenen zijn meer verhalen over het gevangenisleven bekend. Tot die tijd en ook daarna liepen bijna alle gevangenen (uiteraard) niet te koop met hun belevenissen in het gevang. Zo zouden in de Duitse periode ook nog lijfstraffen zijn toegepast in gevangenis Wolvenplein. Het hanteren van de bullenpees door cipiers werd in Nederland in 1951 uit het strafreglement gehaald. Verhalen werden bekend over de 'goede' en de 'slechte' bewakers. Goede bewakers waren bereid om het thuisfront op de hoogte te stellen van de aanwezigheid op Wolvenplein en brachten ook andere berichten over. Overigens hebben al die jaren voor de Tweede Wereldoorlog en ook de jaren erna bewaarders dergelijke diensten verleend.

Van Huis van Bewaring naar Penitentiaire Inrichting[bewerken]

In 1951 werd de strafgevangenis een Huis van Bewaring. In een Huis van Bewaring worden verdachten opgesloten tot hun berechting en zitten veroordeelden tot een korte vrijheidsstraf hun veroordeling uit. De laatsten kwamen ook wel alleen weekenden om de straf niet hun normale leven te veel te laten verstoren. In de jaren 1970 kwam er een aanzienlijke versoepeling van het strafregiem. In de gebouwen kwamen doucheruimten, huiskamers voor de gevangenen voor onderwijs en spel, een sportgelegenheid en lokalen voor vakonderwijs. Gevangenissen kregen bij Justitie de naam Penitentiaire Inrichting (P.I.). De functie van bewaarder ontwikkelde zich tot penitentiair inrichtingswerker (P.I.-er). Een meer normale menselijke omgang werd de norm tussen gevangenen en personeel. Gevangenen konden vanaf deze tijd hun eigen kleding gaan dragen. In de huiskamers was een keukengedeelte aanwezig om zelf, eens per week, een maaltijd samen te stellen met uit het gevangeniswinkeltje gekochte ingrediënten. Het toegenomen onveiligheidsgevoel van onze samenleving zorgde intussen wel voor extra prikkeldraad op de gevangenismuren, cameratoezicht en het hakken van in de zichtlijn staande bomen rond het gevang. De drugsgerelateerde criminaliteit zorgde ondertussen voor veel gevangenen met een verslaving. De P.I.-er leerde daar mee om te gaan. In het jaar 2000 vond een grote renovatie plaats en werd het gevangeniscomplex na een lange procedure van tien jaar een rijksmonument. Architect Marc van Roosmalen werkte in dienst van de Rijksgebouwendienst het ontwerp uit. Nieuwe veiligheidseisen en wensen van Justitie veroorzaakten concessies aan het monumentale karakter van de gevangenis. De open galerijen zijn gedeeltelijk met veiligheidsglas afgescheiden om compartimentering mogelijk te maken. Alle cellen kregen een groot doorzichtig raam van geïsoleerd veiligheidsglas, gevangenen konden voor het eerste vrij naar buiten kijken. Alle installaties werden vernieuwd en uitgebreid met het nieuwste cameratoezicht en elektronische sloten. In deze P.I., nog steeds Huis van Bewaring, kwam een apart gedeelte voor de uitvoering van een tweejarige maatregel voor veelplegers, eerst S.O.V. maatregel geheten en later I.S.D. maatregel. Voor de Dienst Justitiële Inrichtingen werkten er in 2012 ongeveer 120 medewerkers en er konden 124 mensen worden gedetineerd.

Sluiting[bewerken]

De criminaliteit in Nederland is de laatste tien jaren gedaald. Door het beleid van meer gevangenen op cel (stapelbed), controle via enkelbanden en alternatieve straffen zijn er minder gevangenissen nodig. De sluiting van de gevangenis vloeide voort uit een bezuinigingsoperatie waartoe het kabinet in 2013 had besloten.[2] De kleine gevangenis Wolvenplein werd inefficiënt bevonden en afgeschreven. In juni 2014 werden de laatste gevangenen overgebracht naar een andere gevangenis. Het Rijk gaat het gebouw verkopen. Een lokaal initiatief Stadsdorp Wolvenburg zet zich in voor herbestemming van het bolwerk, ook gedurende de verkoopperiode. Tot de verkoop is de gevangenis sinds april 2015 in gebruik voor tijdelijke bestemmingen. Er vinden soms tentoonstellingen plaats, mensen hebben er een (kleine) werkplek gehuurd of houden er hun verenigingsvergadering of uitvoering. Een definitieve herbestemming kan nog enige jaren op zich laten wachten.

Gevangenen[bewerken]

Bekende/ beruchte mensen die hier vast hebben gezeten waren onder meer:

Bronnen, noten en/of referenties

Noten

  1. Warnsinck was tevens verantwoordelijk voor de Amsterdamse gevangenis, die ook op een bolwerk werd gebouwd en een kruisvormige plattegrond heeft. Die gevangenis had hij samen met de ingenieur van Waterstaat Van Gendt ontworpen. Het ontwerp voor de Amsterdamse gevangenis vertoonde sterke gelijkenis met een Engelse gevangenis die ze eerder ter plekke hadden bestudeerd: de HM Prison Pentonville.
  2. Het politieke besluit tot vervreemding van gevangenis Wolvenplein Regeringsbesluit 2013