Stierslangen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Pituophis)
Ga naar: navigatie, zoeken
Stierslangen
Amerikaanse stierslang (Pituophis melanoleucus)
Amerikaanse stierslang (Pituophis melanoleucus)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie: Colubrinae
Geslacht
Pituophis
Holbrook, 1842
Afbeeldingen Stierslangen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Stierslangen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Stierslangen[1] (Pituophis) zijn een geslacht van slangen uit de familie gladde slangen (Colubridae).

Verspreiding en habitat[bewerken]

Alle soorten komen voor in delen van Noord- en Midden-Amerika en leven in de landen Canada, Mexico en de Verenigde Staten. In de Verenigde Staten komen de soorten voor van de westkust tot de oostkust. Stierslangen zijn bewoners van drogere, licht begroeide bergstreken die ook wel in landbouwgebieden te vinden zijn.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De lichaamslengte loopt uiteen van ongeveer een tot twee meter. Van de soort Amerikaanse stierslang (Pituophis melanoleucus) is wel eens een exemplaar van 2,58 meter aangetroffen.[2]

Stierslangen hebben een overwegend lichtbruine kleur met donkere, veelal ronde vlekken. De lichaamskleur is variabel; ook helder gele dieren met bruine vlekken komen voor evenals individuen met een witte basiskleur en roodbruine vlekken. Vaak zijn de vlekken aan de kopzijde donkerder dan aan de staartzijde. De vlekken in de nek en op de kop zijn langwerpiger van vorm. Een ondersoort van de Amerikaanse stierslang, Pituophis melanoleucus lodingi is melanisch en is altijd zeer donkerbruin tot zwart van kleur zonder vlekken.[2]

Voedsel[bewerken]

Stierslangen jagen op verschillende knaagdieren, maar ook vogels en de eieren van vogels worden wel gegeten. De eieren worden in één keer doorgeslikt. Voorbeelden van prooidieren zijn muizen, ratten, goffers en grondeekhoorns. Vogels waarvan de eieren worden opgegeten zijn kwartels en eenden.[1] Jongere slangen eten voornamelijk hagedissen.

Verdediging[bewerken]

Stierslangen zijn niet giftig, ze wurgen hun prooi. Ze gedragen zich zeer agressief als ze worden verstoord maar dit is pure bluf en de slangen zijn ongevaarlijk. Zo wordt de bek dreigend geopend en worden snelle schijnaanvallen uitgevoerd, waarbij de bek echter gesloten blijft. De slang blaast het lichaam vol met lucht en laat de lucht vervolgens door de luchtpijp ontsnappen. De lucht wordt vervolgens langs een klepje gevoerd, de epiglottis, wat een laag sissend geluid veroorzaakt. Het lijkt enigszins op de zware ademhaling van een stier, en hieraan is de Nederlandstalige naam te danken.

Stierslangen zijn tenslotte in staat om snel met hun staartpunt te trillen. Dit brengt een geluid voort dat sterk doet denken aan een ratelslang.[2] De giftige ratelslangen hebben echter een verhoornde ratelachtige staartpunt, die bij stierslangen altijd ontbreekt. Stierslangen zijn niet de enige slangen die ratelslangen nabootsen, dit is ook van andere groepen bekend zoals de zaagschubadders en de lanspuntslangen.

Taxonomie[bewerken]

De groep werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door John Edwards Holbrook in 1842.[3]

Er zijn zes soorten, vier hiervan zijn verdeeld in verschillende ondersoorten, en er zijn vijftien ondersoorten in totaal.

Soorten[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]