Naar inhoud springen

Prachtriet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Prachtriet
Miscanthus sinensis
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:Eenzaadlobbigen
Clade:Commeliniden
Orde:Poales
Familie:Poaceae
Onderfamilie:Panicoideae
Geslachtengroep:Andropogoneae
geslacht
Miscanthus
Andersson (1855)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Prachtriet op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Prachtriet (Miscanthus) is een geslacht van ongeveer vijftien soorten overblijvende grassen, die van nature voorkomen in de subtropische en tropische regio's van Afrika en Zuid-Azië. Miscanthus sinensis komt voor tot in gematigd Oost-Azië.

Enkele soorten:

In de Benelux zijn voornamelijk het energiegewas Miscanthus ×giganteus en de sierplant Miscanthus sinensis bekend.

Deze wordt ook wel, foutief, "olifantsgras" genoemd, omdat ze verward wordt met het uit Afrika afkomstige Pennisetum purpureum.

Miscanthus ×giganteus heeft een zeer hoge biomassaproductie en kan dus goed gebruikt worden als veevoer of als energiegewas voor het produceren van duurzame energie. De hoge elasticiteit van de stengel maakt de plant ook geschikt als grondstof voor bouwmaterialen. Zo kan het als wapening in beton gebruikt worden (merknaam: Xiriton), waardoor het beton CO₂ bindt, hogere treksterkte krijgt, taaier en tegelijk veel lichter wordt. Daarom is het mogelijk om hier drijvende constructies mee te bouwen.[3][4]

De stevige wortels verhinderen daarnaast erosie van de bodem.

In Nederlandse tuinen worden siergrassen aangeplant, in navolging van Piet Oudolf en anderen. Onder deze siergrassen is Miscanthus sinensis het meest vertegenwoordigd, samen met Cortaderia selloana en Cenchrus alopecuroides.

Bij het veredelen deed de Duitse kweker Ernst Pagels het pionierswerk. Hij heeft veel cultivars ontwikkeld en dat is de reden dat relatief veel van deze Duitse namen dragen. Er is veel variatie in hoogte, groeikracht en habitus. M. sinensis 'Zebrina' en de meer stijf omhoog groeiende M. sinensis 'Stricta' met de gele banden zijn vrij bekend. Veel cultivars ontwikkelen herfstkleuren, bijvoorbeeld: M. sinensis 'Flammenmeer' en M. sinensis 'Africa'. Sommige cultivars krijgen geen pluimen in ons klimaat (bijvoorbeeld de witbonte M. sinensis 'Variegata'), maar de meeste vallen op door meestal glanzende rozebruine pluimen. Door hun toenemende populariteit verschijnen steeds meer cultivars. Er is onder andere een tendens van lager blijvende cultivars die wat sneller een plek kunnen hebben in de relatief kleine Nederlandse tuinen.

De soorten excelleren in de herfst met hun pluimen en behouden vaak in de winter een mooi silhouet. Het is om die reden en ook ter bescherming tegen de vorst verstandig ze pas in het voorjaar handbreed af te knippen, om plaats te maken voor de nieuwe groei. Bijna alle houden ze van zon en niet te droge grond. De planten woekeren niet, maar vormen wel een steeds grotere pol. M. ×giganteus kan als uitzondering ook met weinig zon toe.

Culturele betekenis in Japan

[bewerken | brontekst bewerken]
Kawase Hasui, Late herfst in Ichikawa (1930), een ukiyo-e houtsnede met bloeiend prachtriet op de voorgrond

In Japan staat Miscanthus sinensis bekend als susuki (of ススキ), en deze wordt traditioneel geassocieerd met de herfst. Al in de achtste eeuw werd de plant genoemd als een van de 'zeven bloemen van de herfst' in de invloedrijke bloemlezing Man'yōshū. Hij komt vaak voor in Japanse kunstwerken en gedichten met een herfstthema, wordt gebruikt voor versieringen bij het vollemaanfestival tsukimi, en is een van de twaalf seizoensbloemen in het traditionele kaartspel hanafuda.

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Miscanthus van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.