Principaal-agenttheorie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De principaal-agenttheorie (agency theory), ook wel het lastgever-agenttheorie, betreft situaties waarin een persoon of organisatie de bevoegdheid heeft beslissingen te nemen namens een andere persoon of organisatie.[1][2] Volgens principaal-agenttheorie kan deze situatie zorgen voor inefficiëntie, omdat de agent (opdrachtnemer) snel de neiging zal hebben om niet alleen de belangen van de opdrachtgever na te streven bij het uitvoeren van taken voor die opdrachtgever, maar ook om in eigenbelang op te treden.[3] Een groot deel van de economische theorie onder de naam 'corporate governance theorie' heeft als doel om oplossingen te vinden voor deze inefficiëntie.[4][5]

Uitleg[bewerken]

In situaties waarin een persoon of organisatie de bevoegdheid heeft om voor een ander persoon of organisatie te handelen, ontstaat er informatieasymmetrie in het voordeel van de agent. De opdrachtgever is niet volledig in staat om te controleren wat de opdrachtnemer doet, omdat de opdrachtgever de taak niet zelf uitvoert en daarmee bepaalde informatie niet heeft. Door de informatie- en kennisvoorsprong van de agent krijgt deze ruimte om buiten, of zelfs tegen het belang van de principaal, het eigenbelang te dienen. Dit wordt ook wel een moral hazard probleem genoemd.[1][2][3]

Opdrachtnemers (agenten) worden meestal ingeschakeld omdat zij specialisten zijn en door hun positie dichter bij het vuur wordt deze kennisvoorsprong nog eens vergroot.[3] De agent is weliswaar gehoorzaamheid verschuldigd aan de principaal, maar de principaal kan dit niet afdoende controleren. Voorbeelden van deze problematiek doen zich voor in de meeste verhoudingen op basis van ondergeschiktheid, zoals werkgever-werknemer, aandeelhouders-directie, hogere manager-lagere manager, minister-ambtenaar, regering-ministers, parlement-regering, of staatshoofd-regering.[2] Door verschillende mechanismen kan men de belangen van principaal en agent op een lijn stellen of een afdoende controle inbouwen.

Extensies[bewerken]

Meerdere principalen[bewerken]

Het probleem van meerdere principalen is een extensie van het principaal-agent probleem. Wanneer meerdere principalen een agent aansturen, bestaat er niet alleen het probleem dat de agent moet worden aangestuurd, maar ook dat de meerdere principalen het eerst eens moeten worden over precies welke doelen worden meegegeven aan de agent.[6] Dat is vaak een probleem, omdat principalen een belang erbij hebben dat hun individuele doelen worden nagestreefd in plaats van het algemeen belang, en daarom de agent kunnen gaan lobbyen om hun specifieke doelen na te streven, wat ten nadele komt van efficiëntie en democratische verantwoording.[6] Het probleem van meerdere principalen is gelinkt aan mindere efficientie en democratische legitimiteit in onder andere de aansturing van regering, agentschappen en ministeries, publiek-private samenwerking, intergemeentelijke samenwerking, en bedrijven met meerdere aandeelhouders.[6]

Voorbeelden[bewerken]

Werkgever-werknemer[bewerken]

Een van de meest voorkomende voorbeelden is de principaal-agentproblematiek in de werksfeer tussen de werknemer en diens werkgever of superieur. De baas, chef of manager kan immers niet 100% controleren wat zijn werknemers doen, heeft zijn eigen takenpakket en heeft bovendien meerdere werknemers waarop hij moet letten. De werknemer voert de taak uit en weet daardoor precies wat er gaande is. Deze informatievoorsprong verschaft de werknemer de ruimte om tot op zekere hoogte zijn eigen belangen na te streven. Dit speelt bij alle hiërarchische verhoudingen op het werk.

Voorbeeld: De baas stelt voor een bepaalde taak een tijdslimiet van 4 uur. De werknemer kan het in 3 uur, en voor de onderneming zou dit efficiënter zijn. De baas kan echter niet controleren hoe snel hij werkt terwijl de werknemer dat zelf wel weet. De werknemer doet de taak in 3 uur en gebruikt het resterende uur om op internet te surfen.

Aandeelhouders-bestuur[bewerken]

Tussen aandeelhouders en bestuurders binnen een onderneming speelt dezelfde problematiek, vooral wanneer de onderneming groter en het aandeelbezit versnipperd is. Niet alleen kan een aandeelhouder slecht controleren wat bestuurders doen, ook hebben bestuurders grotendeels autonomie en kunnen aandeelhouders wanneer ze verdeeld zijn geen vuist maken richting het bestuur. Publicatieregels, transparantieregels en corporate governance, alsmede bestuurdersaansprakelijkheid, vormen instrumenten waarmee kan worden voorkomen dat bestuurders ongecontroleerd hun gang kunnen gaan.

Voorbeeld: Een directeur pleegt verduistering door ondernemingsgelden ten eigen bate aan te wenden. De aandeelhouders hebben maar een keer per jaar op de AV en het uitkomen van de jaarstukken de kans de directie te controleren. Voor een en ander uitkomt is de directeur vertrokken naar een zonnig land, zijn opvolger moet de rommel opruimen.

Opdrachtgever-opdrachtnemer[bewerken]

Ook bij opdrachten en projecten kan principaal-agentproblematiek ontstaan, bijvoorbeeld bij bouwprojecten. De opdrachtnemer zal hier eveneens niet geneigd zijn meer te doen dan wat de opdrachtnemer kan controleren. Ook zal de verleiding groot zijn bij het hanteren van een budget kwistig te zijn met het hanteren van kosten; wanneer de grens genaderd wordt kunnen de extra kosten als 'onvoorzien' worden geclaimd en verhoging worden gevraagd. Bijkomend probleem is dat tussentijdse beëindiging van het project leidt tot half afgemaakt werk, bijvoorbeeld een onleefbaar huis of een bouwput van een tuin. Een en ander kan worden gemitigeerd door de opdrachtnemer in termijnen uit te betalen.

Voorbeeld: Drie werklieden hebben een bedrag van EUR 5,000 ontvangen om het binnenwerk van een huis op te knappen. Ze weten dat ze de klus in 2 weken kunnen klaren maar ze geven aan 3 weken nodig te hebben en nemen er hun gemak van. Een keer per dag komt de opdrachtgever kijken, dan doen ze of ze druk aan het werk zijn. Na 3 weken geven ze aan nog een week en nog eens EUR 2,500 nodig te hebben, en de opdrachtgever betaalt accepteert in de wetenschap dat zijn interieur door de werkzaamheden in een onleefbare bouwput is herschapen.

Colporteurs[bewerken]

Doordat colporteurs niet in dienst bij hun opdrachtgever zijn en buitenshuis werken, wordt de controle nog moeilijker. Vaak worden slechts doelen gesteld of worden ze slechts betaald voor zover ze succesvolle transacties sluiten. Hierdoor is de verleiding groot om zaken te doen die tegen het beleid en belang van het bedrijf ingaan, zoals klanten onder druk zetten of misleiden. Om deze reden geldt bij verkoop op afstand een bedenktijd, waarbinnen de klant zonder opgaaf van redenen de transactie kan annuleren.

Voorbeeld: Een colporteur krijgt EUR 10 voor ieder telefoonabonnement dat hij verkoopt. Om zijn verkoopcijfers op te krikken misleidt hij klanten en gedraagt hij zich opdringerig. Nadien hebben de klanten een slecht gevoel en klagen ze bij het bedrijf. Dit biedt zijn verontschuldigingen aan; het kan niet nagaan wat er precies gezegd is maar er ligt wel een getekend contract. De boze klant maakt gebruik van de mogelijkheid dit te annuleren.

Parlement-regering[bewerken]

Op nationaal niveau komt principaal-agentproblematiek voor tussen het parlement (de principaal) en de regering (de agent). De ministers bezitten departementen gevuld met goed opgeleide en gespecialiseerde ambtenaren. Het parlement bestaat in veel gevallen uit tussen de 50 en 500 personen die om politieke redenen zijn gekozen. Met name bij technische wetgeving, bijvoorbeeld een belastingtechnische wet, komt het hierdoor vaak voor dat de minister deze wet vrijwel ongehinderd door het parlement kan loodsen omdat dit niet de specifieke kennis heeft om deze op zijn juiste merites te beoordelen.

Voorbeeld: De Nederlandse regering dient een wet in over het vervoer, de opslag, de behandeling en verwerking van een aantal chemische stoffen. Van de 150 Tweede Kamerleden hebben er maar drie de juiste opleiding en ze zijn bovendien ondergesneeuwd in ander werk. De wet komt hierdoor vrijwel ongehinderd door de Tweede Kamer.

Verwijzingen[bewerken]