Psyllium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Psyllium (zaadhuiden)
zaden van Plantago ovata

Psyllium of psylliumvezel ((Psyllii testa) is een product dat bestaat uit de zaadhuiden (te vergelijken met de fijne zemelen van de graanvruchten) van de zaden van de plantensoorten Plantago ovata (Indische psyllum) of Plantago afra (synoniemen Plantago indica en Plantago psyllium) van het geslacht Weegbree. Het duizendkorrelgewicht van de zaden is ongeveer 2 gram. Het bevat 10 - 12% aan in de zaadhuid voorkomende slijmstoffen en vezels. Het wordt onder de naam psylliumvezels als levensmiddel verhandeld. Ze hebben een heilzame werking op de stoelgang. De voornaamste productie van psyllium vindt plaats in India en Pakistan.

De zaadhuiden worden vers in hun geheel, gedroogd, gehakt of gemalen tot poeder verhandeld. Ook komen ze in een capsulevorm voor. Veel vrij beschikbare laxeermiddelen of voedingsvezelsupplementen zoals Metamucil, Colon Cleanse, Serutan, Fybogel, Bonvit, Effersyllium en Konsyl bestaan voor het grootste gedeelte uit psylliumvezels.

Psyllium wordt als plantaardige bulkvormer en als bevorderaar van de stoelgang gebruikt.[1] Het kan zowel bij verstopping als diarree gebruikt worden. Ook kan het bij het prikkelbaredarmsyndroom en aambeien gebruikt worden. De in de zaadhuid voorkomende voedingsvezel - de vlosine-slijmpolysaccharide – kan meer dan het vijftigvoudige van het eigen gewicht aan water binden (zwelgetal >40), wat tot een volumetoename in de darm leidt. Door de toenemende druk op de darmwand wordt de peristaltiek geprikkeld en uiteindelijk de ontlasting op gang gebracht, waarbij het ook als smeermiddel behulpzaam is. Het eindeffect is dat de motiliteit van de darm gereguleerd wordt en de verblijftijd van het opgenomen water in de darm langer wordt, wat ook de werkzaamheid bij diarree verklaart.

De Europees Geneesmiddelenbureau in Londen heeft de werkzaamheid en veiligheid van psyllium in oktober 2006 in de vorm van een „EU Herbal Monograph“[2] gepubliceerd. Een meta-analyse van klinische studies gedurende 1966 tot 2003 van psyllium in vergelijking met de traditionele therapiën voor chronische obstipatie, gaf voor psyllium een middelgoede werking te zien ("moderate evidence").[3] Ook het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen heeft psyllium beoordeeld.[4]

Psylliumvezel zou ook de groei van darmvriendelijke darmbacteriën bevorderen.[5] Door de bacteriën in de dikke darm worden de oplosbare voedingsvezels omgezet in vetzuren met korte ketens. Deze vetzuren zouden de cholesterol-synthese in de lever remmen en zo de cholesterolspiegel in het bloed verlagen. Daarnaast zouden de oplosbare voedingsvezels het fecale galzuur binden, waardoor het tot een verhoogde uitscheiding van cholesterol komt. Psylliumvezel zou mogelijk ontstekingen in het maagdarmkanaal tegen gaan.[6] Psylliumvezel worden ook in diëten gebruikt voor het op gewicht blijven en de behandeling van obesitas.[7]Bovenstaande beweringen zijn nog onvoldoende bewezen en daarom wordt psylliumvezel hier alleen in de alternatieve geneeswijze voorgeschreven. [8]

Psyllium zaad[bewerken]

Ook de gedroogde zaden (Psyllii semen, vlozaad) van Plantago afra worden gebruikt ter verbetering van de stoelgang en hebben een vergelijkbare werking als lijnzaad.

Literatuur[bewerken]

  • P. Layer und U. Rosien: Praktische Gastroenterologie. Urban & Fischer.
  • Hagers Handbuch der pharmazeutischen Praxis, Springer-Verlag, Berlin-Heidelberg-New York
  • Monografie der Kommission E, Bundes-Anzeiger Nr. 223 vom 30. November 1985
  • Europäisches Arzneibuch, 4. Ausgabe, Grundwerk 2002 und 5. Ausgabe, Grundwerk 2005, Online
  • Community herbal monograph on Ispaghula husk (Plantago ovata, Tegu-mentum). European Medicines Agency, Committee on Herbal Medicinal Products (HMPC). EMEA/HMPC/340857/2005. Draft 2005.
  • Shrestha S et al.: A combination therapy including psyllium and plant sterols lowers LDL cholesterol by modifying lipoprotein metabolism in hypercholesterolemic individuals. J Nutr 2006; 136: 2492-2497.