Roofwantsen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Reduviidae)
Ga naar: navigatie, zoeken
Roofwantsen
Acanthaspis WG.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Hemiptera (Halfvleugeligen)
Onderorde: Heteroptera (Wantsen)
Infraorde: Cimicomorpha
Familie
Reduviidae
Latreille, 1807
Afbeeldingen Roofwantsen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Roofwantsen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De roofwantsen (Reduviidae) zijn een familie uit de orde der halfvleugeligen Hemiptera. Er zijn wereldwijd ongeveer 7000 soorten.

Orius insidiosus zuigt nimfen van de schadelijke wittevlieg uit. Voorbeeld van een wants, die ook wel roofwants wordt genoemd, maar niet tot de familie roofwantsen behoort. Hij behoort tot de familie bloemenwantsen (Anthocoridae)

Roofwantsen is ook een informele naam voor insecten die behoren tot de wantsen (Heteroptera) en leven van andere dieren. Meestal wordt natuurlijk de familie Reduviidae bedoeld, die in de Engelse taal met 'assassin bugs' ('moordinsect') worden aangeduid. Maar ook andere wantsen worden soms roofwantsen genoemd, omdat ze roofzuchtig zijn. Die wantsen zijn bijvoorbeeld te vinden in de familie schildwantsen (Pentatomidae), blindwantsen (Miridae) en bij veel soorten wantsen, die op of in het water leven. Verder zijn bijvoorbeeld alle wantsen uit de familie bloemwantsen (Anthocoridae) en de familie sikkelwantsen (Nabidae) roofzuchtig. De sikkelwantsen kunnen extra verwarring opleveren, omdat ze ook op de Reduviidae lijken. Ze hebben echter een veel dunnere en langere steeksnuit (rostrum).

Kenmerken[bewerken]

Roofwantsen (Reduviidae) verschillen qua grootte, vorm en kleur. Een grote roofwants in Nederland, de Maskerroofwants (Reduvius personatus) bereikt een lichaamslengte van maximaal 19 millimeter. Andere soorten, zoals het geslacht Empicornis bereiken slechts 3,5 tot 5 mm. In tropische en subtropische gebieden daarentegen leven roofwantsen van enkele centimeters. Verschillende soorten zijn licht gebouwd, sommige lijken sterk op muggen, zoals de Gewone muggenwants (Empicoris vagabundus). Andere soorten zijn robuust en krachtig, zoals die van het geslacht Rhynocoris. Er zijn slanke tot zeer langgerekte, bijna staafvormige soorten met lange benen, bijvoorbeeld de soorten van het geslacht Metapterus of Panstrongylus. Veel soorten hebben onopvallende kleuren, andere hebben juist prachtige waarschuwingskleuren. Bij sommige soorten zijn de vleugels niet goed ontwikkeld, terwijl vleugels van andere roofwantsen goed zijn ontwikkeld, waardoor ze goede vliegeigenschappen hebben. Roofwantsen hebben een smalle, kleine kop met grote ogen en met twee ocelli. Verder zijn ze te herkennen aan de korte drieledige, sterke en nagenoeg halfcirkelvormige naar beneden gebogen steeksnuit (rostrum). Behalve dat zij het rostrum bij uitzuigen van hun prooien gebruiken kunnen ze er ook mee striduleren door met de top van het rostrum in een geribde groeve aan de buikzijde van het borststuk te wrijven.

Leefwijze[bewerken]

Roofwantsen maken actief jacht op hun prooi, voornamelijk allerlei soorten (ook schadelijke) insecten, of ze wachten de prooi op, op bijvoorbeeld bloemen. Veel soorten worden dan ook ingezet in de land- en tuinbouw als alternatief voor chemische bestrijdingsmiddelen (biologische bestrijding). Sommige soorten kunnen, als ze worden lastiggevallen, even pijnlijk steken. Roofwantsen hebben zich gevestigd in allerlei leefgebieden, bij voorkeur warme. Ze leven op de grond, op bloemen, in struiken en bomen maar ook in stedelijke gebieden, in huizen, schuren en zolders. Specialisatie in een bepaalde groep prooien is nog niet vastgesteld. De poten van de roofwantsen zijn vaak lang, en in veel gevallen zijn de voorpoten stevig genoeg ontwikkeld om een prooi te kunnen vasthouden. Enkele soorten van de onderfamilie Triatominae zuigen bloed van zoogdieren, vogels, soms ook mensen. Een bloedzuigende Midden-Amerikaanse soort van de familie roofwantsen Rhodnius prolixus kan bij mensen de ziekte van Chagas overdragen. Deze roofwantsen laten parasieten, genaamd Trypanosoma cruzi, achter in zeer kleine uitwerpselen dicht bij de plaats van de beet. Door het krabben op de plaats van de beet kunnen sommige trypomastigoten de gastheer binnengaan.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze familie komt wereldwijd voor in warme gebieden, op de grond, in strooisel en op planten.

Taxonomie[bewerken]

De familie roofwantsen in Europa bestaat uit acht onderfamilies en 114 soorten. De Phymatinae worden soms beschouwd als een aparte familie, de Phymatidae. Onderfamilies en de soorten, die in Nederland voorkomen.