Naar inhoud springen

Remigratie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Remigratie is de vrijwillige en permanente terugkeer van geëmigreerde mensen, met recht op verblijf, naar het geboorteland.

Er zijn verschillende redenen waarom mensen remigreren, bijvoorbeeld:

  • Economische redenen:
    • geen werk kunnen vinden in het emigratieland
    • economische situatie in het geboorteland is verbeterd
    • meewerken aan de wederopbouw van het geboorteland nadat emigrant nieuwe kennis heeft opgedaan in emigratieland
  • Emotionele redenen:
    • Heimwee: het missen van vrienden, familieleden en gewoontes
    • Aanpassingsproblemen: niet echt kunnen aarden in de cultuur van het emigratieland
    • Het verlangen om de oude dag door te brengen in het land van herkomst
  • Politieke redenen:
    • De politieke situatie in het geboorteland is zodanig verbeterd dat het veilig is geworden om terug te keren (vooral in het geval van vluchtelingen)
    • De situatie in het emigratieland is erg verslechterd (bijvoorbeeld een toenemende vreemdelingenhaat of discriminatie of een (dreigende) (burger)oorlog)

Naast de bovenstaande definitie wordt de term remigratie ook gebruikt als eufemisme voor deportatie binnen de Europese Identitaire Beweging.[1] Zij opperen voor remigratie op vooral activistische wijze met het plakken van stickers en posters in de openbare ruimte, maar ook met het hangen van spandoeken, deename aan demonstraties en het organiseren van conferenties. Voorbeelden van verenigingen en groepen die openlijk voor remigratie pleiten in de Benelux zijn de Geuzenbond (Nederland), Voorpost (Nederland en Vlaanderen) en de Nationalistische Studentenvereniging (Vlaanderen).[2][3][4]

Na de Tweede Wereldoorlog emigreerde veel Nederlanders richting Canada, de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland.[5] De belangrijkste reden voor deze emigratiegolf was omdat zij Nederland te vol vonden, er armoede heerste en een gebrek aan beschikbaar werk bestond.[6] In de jaren 50 trok de economie aan en was er grote behoefte aan arbeiders. Sommige bedrijven en sectoren wierven actief arbeiders in andere landen, de zogenaamde gastarbeiders. Ook kwam er een spontane immigratie op gang. Al in 1956 kwamen 3000 Hongaarse vluchtelingen in Nederland terecht nadat 200.000 Hongaren vluchtten voor het Sovjetleger na het mislukken van de Hongaarse Opstand.[6] Vanaf de jaren '60 en '70 sloot Nederland met enkele mediterrane landen wervingsakkoorden; Italië (1960), Spanje (1961), Portugal (1963), Turkije en Griekenland (1964), Marokko (1969), Joegoslavië (1970) en Tunesië (1970), mede om de illegale migratie de wind uit de zeilen te nemen. Met de onafhankelijkheid van Suriname trokken veel Surinamers alsnog naar Nederland. Daarna volgden een tweede migratiefase tot ongeveer 1989 in de vorm van gezinshereniging van voornamelijk Marokkaanse en Turkse komaf.[7] In de jaren '90 zorgde de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië tot een toestroom van asielzoekers. Nadat Oost-Europese landen toetraden tot de Europese Unie werden vele Polen en later Roemenen en Bulgaren aangetrokken om in Nederland te komen werken, de zogenoemde seizoenarbeiders. De Syrische burgeroorlog leidde eveneens tot grotere asielinstroom in Nederland, al koos een klein deel van deze Syrische asielzoekers er in september 2025 voor om vrijwillig te remigreren naar Syrië na de val van de Syrische president Bashar al-Assad en het einde van de burgeroorlog aldaar.[8][9] Sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 zijn Oekraïense vluchtelingen eveneens naar Nederland gevlucht.

Remigratie uit Nederland

[bewerken | brontekst bewerken]

Terugkeer Trajecten Programma (1976)

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1976 werd vanuit het Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking onder leiding van Jan Pronk (PvdA) ook voor andere migrantengroepen (Joegoslaven, Tunesiërs, Turken en Marokkanen) een regeling in het leven geroepen, het Terugkeer Trajecten Programma (TTP) - ook wel bekend als IMOS-projecten, naar de instantie die projectaanvragen beoordeelde - waarbij remigranten een schenking (max. 25.000 gulden) of een lening (samen tot max 100.000) konden krijgen om in het geboorteland een eigen bedrijf te beginnen. Dit werd gefaciliteerd door het Nederlands Centrum Buitenlander (NCB), ondanks dat de onderzoekers van het ministerie zelf onder de groep vooraf weinig animo bespeurde bij de gastarbeiders.[10] In 1982 werd het ondergebracht bij het Ministerie van Sociale Zaken omdat de regeling als ontwikkelingsinstrument niet werkte. Sociale Zaken zette het project een jaar later stop wegens geldgebrek.[11] Ten tijde van het opheffen had het IMOS inmiddels zo'n 250 projecten uitgevoerd waarbij ongeveer 800 migranten weer waren teruggekeerd en waren er nog 500 aanvragen in behandeling.[12]

Remigratieprotocol Suriname (1976/1981)

[bewerken | brontekst bewerken]

Voor Surinamers in Nederland bestond er al sinds 1980 een stelsel van voorzieningen die het mogelijk maakte voor Surinamers om terug te keren met een tegemoetkoming in de verhuiskosten en overbruggingskosten voor drie maanden. Ook kon men een krediet aanvragen voor het kopen van een huis in Suriname. Dit alles was vastgelegd in het Remigratie protocol van 19 december 1976[13] en het Verdrag van binnenkomst en verblijf van wederzijdse onderdanen van 23 januari 1981.[14] Dit protocol en verdrag waren waren voor beide landen van belang vanwege de leegloop van Suriname en de daarmee gepaarde economische verslechtering. Rond 1980 was bijna 1/3 van de Surinaamse bevolking geëmigreerd naar Nederland.[15]

Basisremigratie Subsidieregeling en de Remigratieregeling (1985)

[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren tachtig kreeg Nederland te maken met grote werkeloosheid onder arbeidsmigranten die in de jaren vijftig en zestig als gastarbeiders door Nederlandse bedrijven waren geworven om de arbeidskrapte toentertijd op te lossen. Deze werkloosheid legde een grote druk op de sociale uitkeringen en leidde tot een gevoel van uitzichtloosheid bij de arbeidsmigrant.[16] Voor de arbeidsmigranten die vrijwillig terug wilde keren naar het land van herkomst maar daar zelf geen geld voor konden opbrengen werd in 1985 de Basisremigratie Subsidieregeling en de Experimentele Remigratieregeling geïntroduceerd, eerst als experiment maar sinds 1987 definitief als Remigratieregeling. Deze regelingen waren gebaseerd op de eerdere regeling voor Surinamers.[14]

Beide regelingen waren beschikbaar voor remigrerende vluchtelingen en asielgerechtigden en voor arbeidsmigranten uit Kaapverdië (omdat de eilandengroep deel uit maakte van Portugal ten tijde van het sluiten van het wervingsakkoord), Marokko, Tunesië, Turkije, toenmalig Joegoslavië, Spanje, Portugal, Suriname en in sommige gevallen de Nederlandse Antillen en Aruba.[17] De Basisremigratie Subsidieregeling was beschikbaar voor iedere vreemdeling die ten minste twee jaar in Nederland had gewoond ongeacht zijn leeftijd of werksituatie. Bij deze regeling kreeg men een subsidie voor de overtocht inclusief wat huisraad en drie maanden bijstand bij het hervestigen in het aankomstland. De (Experimentele) Remigratieregeling was beschikbaar voor iedere vreemdeling van boven de 55 (vanaf 1987 verlaagd naar 50 jaar). Ook zij kregen subsidie voor de overtocht en huisraad maar de bijstand zou lopen tot hun pensioengerechtigde leeftijd.[17] Daarna kwam men in aanmerking voor de AOW.

Remigratiewet (2000)

[bewerken | brontekst bewerken]

In 2000 werden beide regelingen samengevoegd tot de Remigratiewet. Hierbij werd de minimale leeftijd verlaagd van 50 naar 45 jaar en kreeg men ook een tegemoetkoming in de ziektekosten. In een brief van de minister uit 2010 kwam naar voren dat slechts 2% van de niet-westerse allochtonen gebruik maakte van de regeling tot dan toe.[18]

De wet werd naar aanleiding van de moties van Van Toorenburg (2008)[19] en Dibi (2010)[20] in 2014 weer aanzienlijk versobert. De motie van Van Toorenburg was een reactie op de toenemende vergrijzing en de wens om iedere potentiële werknemer te behouden. De motie van Dibi kwam voort uit de eerdere toezegging van de minister om de wet te beperken tot de eerste generatie migranten omdat die er uiteindelijk toch het meeste behoefte aan hadden en er voor latere generaties meer ingezet zou worden op integratie.[21] De leeftijdsgroep werd beperkt tot personen van minimaal 55 jaar, van de eerste generatie die bij aankomst in Nederland 18 jaar of ouder waren. Bij de versobering werd ook de oorspronkelijke basisregeling opgeheven, de regering verwachtte meer eigen verantwoordelijkheid van de remigranten. Bij de evaluatie van de aangepastte wet in 2018 kwam naar voren dat het aantal aanvragen waren gedaald vanwege het wegvallen van de leeftijdsgroep tussen de 45 en 55 jaar, maar ook binnen de groep boven de 55 nam het aantal aanvragen af. Daarbij veranderde de samenstelling van de groep, vrouwen bleven vaker in Nederland vanwege niet-meeremigrerende (klein)kinderen. De wetswijziging had geen invloed op de arbeidsparticipatie van de groep tussen de 45 en 55 jaar, die nam niet toe of af. Het NMI gaf aan dat het wegvallen van de basisvoorziening een extra drempel opwierp bij de doelgroep die juist bestond uit uitkeringsafhankelijken die al weinig middelen hadden om te sparen. Van de doelgroep van ongeveer 147.000 bij aanvang van de gewijzigde wet, was eind 2016 bij zo'n 400 personen hun aanvraag toegewezen.[22] Een motie van Kuzu (DENK) om een aantal wijzigingen daarom terug te draaien en de wet te verlengen kon alleen rekenen op steun van Forum voor Democratie. De wet liep eind 2024 af.

Forum voor Democratie was volgens hun partijprogramma voor een voortzetting en uitbreiding van de wet.[23] Op een partijbijeenkomst in Vlaanderen sprak partijleider Baudet zelfs van "drastische remigratie" uit angst om een minderheid te worden in eigen land, een verwijzing naar de omvolkingstheorie.[24][25] Een motie van FVD 4 juli 2024 die de remigratiewet nieuw leven moest inblazen werd alleen gesteund door de SGP.[26] De motie werd niet door de PVV gesteund, hoewel zij in 2014 bij monde van Marcel de Graaf ook pleitte voor verregaande remigratie van niet-westerse allochtonen[27] én men sinds 2021 pleitte voor een Ministerie van Immigratie, Remigratie en De-islamisering.[28] Ook DENK, die in zijn partijprogramma van 2023 nog opriep tot behoudt van de wet, stemde niet in met de motie.[29] En JA21, die eveneens in hun programma van 2023 opriep tot het "Bevorderen van remigratie bij mislukte integratie." stemde tegen.[30]

Ondanks hun tegenstem bij de laatste motie voor behoud van remigratiewet, pleitte BBB, PVV en JA21 naast FVD in hun verkiezingsprogramma's van 2025 alsnog voor remigratie. BBB noemde remigratie opeens een taboe dat doorbroken moest worden.[31] PVV beoogd een nog sobere variant waarin alleen de vliegticket en bagageafhandeling wordt betaald.[32] JA21 herhaalde zijn eerdere standpunt en voegde daar het herinvoeren van de uitkering aan toe.[33]

Bedrijfsregelingen voor remigratie

[bewerken | brontekst bewerken]

Behalve officiële overheidswetten hadden sommige bedrijven ook hun eigen vertrekregelingen opgezet om remigratie van hun gastarbeiders te bevorderen. Dit gebeurde omdat bedrijven moesten reorganiseren vanwege de crisis, er uitbesteding van sommige industrieën naar lagelonenlanden plaatsvond en doordat automatisering ervoor zorgde dat de behoefte voor ongeschoolde arbeiders uit het buitenland aanzienlijk minder werd. Het programma Andere Tijden onthulde in 2010 dat de Nederlandse verpakkingsfabriek Thomassen & Drijver-Verblifa tijdens de economische recessie van de jaren '80 een eigen vertrekregeling had ontwikkeld voor de voornamelijk Turkse gastarbeiders die jarenlang bij de fabriek in Deventer werkten. Deze Turkse arbeidsmigranten zouden een remigratiepremie van 25.000 gulden krijgen bij een permanente terugkeer naar Turkije. Daar stond tegenover dat ze afstand moesten doen van alle eerder opgebouwde rechten, waaronder het opgebouwde pensioen en hun Nederlandse verblijfsrecht. Ondanks de kritiek die de 'oprotpremie' kreeg, onder andere van de actualiteitenrubriek TROS Aktua, hield het bedrijf vol en ging een aanzienlijk deel (126 van de 350 Turkse werknemers) akkoord met de aangeboden remigratiepremie. De overige werknemers mochten in afgeslankte vorm aanblijven, werden ontslagen of belandde in de WAO.[34]

  • Repatriëren, vrijwillige remigratie waarbij het ontvangende land de reis ondersteund
  • Deportatie, gedwongen remigratie