Renske de Greef

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Renske de Greef
Renske de Greef (Ruud Pos, 2011)
Renske de Greef (Ruud Pos, 2011)
Algemene informatie
Volledige naam Renske de Greef
Geboren 19 februari 1984
Geboorteplaats Utrecht
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep schrijfster, columniste
Werk
Jaren actief 2000-heden
Bekende werken Was alles maar konijnen
Uitgeverij onder andere:
  • Muntinga B.V.
  • J.M. Meulenhoff
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Renske de Greef (Utrecht, 19 februari 1984) is een Nederlandse schrijfster en columniste die bekend werd door haar columns over seks en relaties voor het online jongerenmagazine Spunk.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Al op 16-jarige leeftijd begon Renske de Greef met schrijven voor Spunk. Twee jaar later maakte ze furore met de column Lust. Een gebundelde uitgave van deze column verkocht meer dan 12.000 exemplaren. Na Lust kwam Ja/Nee, een boekje dat ze samen schreef met vriend en Spunk-hoofdredacteur Jan Hoek, die ze leerde kennen op het St. Bonifatiuscollege te Utrecht. Een studie Algemene Cultuurwetenschappen stopte ze weer na een paar maanden. In de krant De Morgen kreeg ze een wekelijkse column.

Voor Plan Nederland bezocht zij Afrika en op 1 december 2005 kwam het boekje Seks in Afrika uit ter gelegenheid van de Wereldaidsdag. Eind november 2007 kwam haar eerste roman 'Was alles maar Konijnen' uit.

De eerste helft van 2008 verbleef zij samen met Jan Hoek in Dar es Salaam, Tanzania om daar een jongerentijdschrift op te zetten. Anno 2009 schreef ze het editorial voor het blad JOIN en werkte ze freelance voor diverse tijdschriften. Op 10 oktober 2009 kwam haar roman En je ziet nog eens wat uit, een portret van de nieuwste subcultuur: die van jonge vrijwilligers in Afrika. In september 2012 verscheen haar boek Watertanden, dat ze samen met Karlijn Souren en Andreia Costa maakte.

Op 29 maart 2010 nam Renske de Greef de vaste column van Aaf Brandt Corstius in de nrc.next over. Vanaf 2012 schreef ze de column afwisselend met Marcel van Roosmalen. In 2013 presenteerde ze een bundel columns Vraagstukken voor telaatkomers, Funda-verslaafden en mensen die hun printer niet vertrouwen en kondigde ze aan een wereldreis te gaan maken. Sinds augustus 2014 is Renske de vaste columnist van computerblad MacFan en in 2015 heeft ze ook weer een column in NRC – ditmaal in getekende vorm. Er verschijnen sindsdien regelmatig bundels met haar columns; al dan niet in stripvorm (Waarom ik mensen niet in mootjes hak). In 2018 schreef ze het scenario voor KORT!: Tienminutengesprek, dat haar de Zilveren Krulstaart opleverde. In 2019 volgden drie scenario's voor de serie De regels van Floor. [1]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

Bibliografie
Jaar Titel Uitgeverij ISBN Opmerkingen
2005 Lust - Liefde, Seks en Bambihertjes Nijgh & Van Ditmar ISBN 9789038897691 Columns
2006 Ja/Nee Spunk ISBN 9789049950170 'Omkeerboek': als je begint te lezen aan de ene kant krijg je Ja - Geef me alsjeblieft aandacht van De Greef en als je aan de andere kant begint Nee - laat me toch met rust van Jan Hoek.
2007 Was alles maar konijnen Uitgeverij Meulenhoff ISBN 9789029080453 Roman
2008 Seks in Afrika Spunk ISBN 9789049950071 Columns n.a.v. ervaringen en gesprekken in Malawi, Kenia, Mali en Oeganda.
2009 En je ziet nog eens wat Uitgeverij Meulenhoff ISBN 9789029085212 Roman over Voluntourism
2013 Vraagstukken voor telaatkomers, Funda-verslaafden en mensen die hun printer niet vertrouwen Nijgh & Van Ditmar ISBN 9789038898148 Columns
2013 Watertanden - Hoe eten je leven vormgeeft Nijgh & Van Ditmar ISBN 9789029586108 met Karlijn Souren en Andreia Costa
2013 Geen Paniek - over ongemakkelijke situaties en andere feestelijkheden De Arbeiderspers ISBN 9789038897684 Columns
2015 Troika hier, troika daar. Drs. P, het allermooiste bij elkaar Nijgh & Van Ditmar ISBN 9789038801728 Samengesteld door De Greef en Ringo Maurer
2017 Waarom ik mensen niet in mootjes hak Nijgh & Van Ditmar ISBN 9789038804163 Stripboek

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]