Reuzenkraak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reuzenkraak
E. dofleini geobserveerd in Pt Pinos op 65 meter diepte.
E. dofleini geobserveerd in Pt Pinos op 65 meter diepte.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Mollusca (Weekdieren)
Klasse: Cephalopoda (Inktvissen)
Onderklasse: Coleoidea
Superorde: Octopodiformes
Orde: Octopoda
Familie: Octopodidae
Geslacht: Enteroctopus
Soort
Enteroctopus dofleini
(Wülker, 1910)
leefgebied E. dofleini
leefgebied E. dofleini
Afbeeldingen Reuzenkraak op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Reuzenkraak op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De reuzenkraak (Enteroctopus dolfeini) is een inktvis uit de familie Octopodidae.

Kenmerken[bewerken]

Dit dier is vermoedelijk de grootste Octopoda gebaseerd op zijn grootste gemeten gewicht van 71 kg, hoewel de meeste volwassen exemplaren ongeveer 15 kg wegen en een armlengte hebben van 4,3 m. Het dier heeft een zakvormig lichaam met een roodbruine huid en een lichte onderkant. De lange armen zijn bezet met dubbele rijen zuignappen. Het dier kan 4 jaar worden.

Leefwijze[bewerken]

De reuzenkraak jaagt meestal op garnalen, krabben, sint-jakobsschelpen, zeeoren, kleinere koppotigen en vissen, die vaak wordt meegenomen naar zijn schuilplaats, waar deze rustig wordt opgepeuzeld. De prooi wordt stevig vastgegrepen en in stukken gebeten met de snavel. Daarnaast is uit observaties gebleken dat de soort zich ook voedt met de doornhaai, die soms wel tot anderhalve meter lang kan worden. Zelf worden ze gegeten door zeehonden, zeeotters, haaien en andere grote vissen. Ze prefereren schuilplaatsen met een nauwe toegang, zoals een grot of spleet in de rotsen, waar ze betrekkelijk veilig zijn voor hun belagers. Als hij bedreigd wordt, verschiet hij van kleur en scheidt een grote wolk inkt af, waardoor hij aan het zicht wordt onttrokken en wegvlucht

Voortplanting[bewerken]

Het vrouwtje plant zich 1 maal in haar leven voort. Ze legt zo een 100.000 eieren op een veilige plek die ze blijft bewaken tot ze uitkomen. Het duurt wel 6 maanden voor de eieren uitkomen. Ze streelt de eieren om te voorkomen dat algen er hun thuis van maken. Ze zorgt steeds voor vers water met hierin nieuwe zuurstof. Tot slot als de eieren uit komen blaast ze water langs de eieren om te helpen uit te komen. Dit is tevens haar laatste ademtocht. Ze bewaakt de eieren 6 maanden zonder zelf te eten. Ze verhongert. De jongen zwemmen naar het oppervlak, waar ze de eerste maanden in het plankton leven. Daarna gaan ze terug naar de bodem.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Deze soort komt voor langs de noordelijke kusten van de Grote Oceaan, van Japan via de Aleoeten en Alaska tot Californië en is meestal te vinden op diepten rond de 65 meter.

Synoniemen[bewerken]

  • Octopus punctatus Gabb, 1862
  • Octopus dofleini Wülker, 1910
  • Polypus dofleini Wülker, 1910
  • Octopus dofleini dofleini (Wülker, 1910)
  • Polypus apollyon Berry, 1912
  • Octopus dofleini apollyon (Berry, 1912)
  • Polypus gilbertianus Berry, 1912
  • Octopus gilbertianus Berry, 1912
  • Octopus apollyon (Berry, 1913)
  • Octopus madokai Berry, 1921
  • Paroctopus asper Akimushkin, 1963
  • Octopus dofleini martini Pickford, 1964
Bronnen, noten en/of referenties
  • David Burnie (2001) - Animals, Dorling Kindersley Limited, London. ISBN 90-18-01564-4 (naar het Nederlands vertaald door Jaap Bouwman en Henk J. Nieuwenkamp).