Rhynia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rhynia
Rhynia
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (planten)
Klasse: Rhyniopsida
Orde: Rhyniales
Familie: Rhyniaceae
geslacht
Rhynia
Kidston & Lang (1917)
Soorten

R. gwynne-vaughanii

Portaal  Portaalicoon   Biologie

Rhynia was een geslacht van primitieve vaatplanten uit het Onder-Devoon. De enige beschreven soort is Rhynia gwynne-vaughanii, die gevonden is in de Schotse Rhynie Chert. Rhynia was een sporofyt[1] en een embryofyt die op het land leefde. Het geslacht was duidelijk verder ontwikkeld dan Bryophytae en was basaal voor moderne vaatplanten.

R. gwynne-vaughanii werd voor het eerst als soort beschreven in 1917.[2] Later werd hier nog R. major aan toegevoegd, maar deze soort werd later omgedoopt in Aglaophyton major, waarmee ze onder een ander geslacht valt. De fossiele exemplaren uit de Rhynie Chert groeiden in de buurt van een silicarijke hete bron. Rhynia groeide samen met andere primitieve vaatplanten als Asteroxylon mackei, een mogelijke voorouder van de Lycopsida; en met voorlopers van vaatplanten als Aglaophyton major, een basale vorm voor alle echte vaatplanten.[3]

Een doorsnede van een stam van Rhynia gwynne-vaughanii uit de Rhynie Chert (Onder-Devoon).

Rhynia had een wortelstok die over de bodem liep, waaruit min of meer dichotome vertakkingen in de vorm van stengels omhoog groeiden. De vaten die vloeistoffen omhoog brachten (tracheïden) waren versterkt met ringvormige of schroefvormige structuren, die in Aglaophyton misten.[4] Veel populaties moeten uit klonen hebben bestaan. Bewijs voor de voortplanting van de gametofyt zijn gevonden in de vorm van kleine bolletjes (gametangia) op de stammen van Rhynia, die als fossiel de geslachtsnaam Remyophyton delicatum hebben gekregen.[5] Net als bij Aglaophyton major, Horneophyton lignieri en Nothia aphylla[6] waren de gametofyten van Rhynia slechts van één geslacht per as: ze waren eenhuizig (mannelijk of vrouwelijk). Deze assen waren mede gevormd uit vaatcellen, in tegenstelling tot bijna alle gametofyten bij moderne varens, uitgezonderd het geslacht Psilotum.[7]