Roodbroeksperwer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Roodbroeksperwer
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Illustratie van Joseph Smit
Illustratie van Joseph Smit
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Accipitriformes
Familie:Accipitridae (Havikachtigen)
Geslacht:Accipiter
Soort
Accipiter bicolor
Vieillot, 1817
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Roodbroeksperwer op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De roodbroeksperwer (Accipiter bicolor), ook wel tweekleurige sperwer genoemd, is een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).

Algemene kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De grootte van de roodbroeksperwer varieert van 34 tot 45 centimeter en hij heeft een spanwijdte van 48 tot 86 centimeter. Volwassen vogels zijn vanboven grijs met donkerdere vleugels en kruin, met een gebandeerde staart. De onderkant varieert van donkergrijs tot zeer bleek grijs, maar de zuiderse vogels kunnen vanonder ook wat rood zien. De flanken zijn een helderrood, en de onderkant van de vleugels zijn wit tot roodachtig. Onvolwassen vogels kunnen erg gevarieerd qua kleur zijn. Ze kunnen wit zijn, of een geelachtig bruin, of roodachtig, en soms hebben ze donkere stroken. Hun bovenkant is soms bruiner dan die van volwassen dieren, of hun flanken lichter.

Voedsel[bewerken | brontekst bewerken]

De havik jaagt op kleine vogels, zoals lijsters en kleine duiven, soms ook kleine zoogdieren en reptielen. Soms jaagt men in paren.

Voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

De roodbroekhavik maakt zijn nest in bossen, op de takken van de bomen. Het nest is gemaakt van stokjes en bladeren. De 1 tot 3 doffe, witte eieren komen uit na ongeveer drie weken. De jongen kunnen na 30 tot 36 dagen vliegen, maar komen nog voor zeker zeven weken terug naar het nest voor voedsel.

Verspreiding en leefgebied[bewerken | brontekst bewerken]

De soort komt voor in bossen, secundair bos en graslanden in het zuidoosten van Mexico, Midden-Amerika en Noord- en Centraal Zuid-Amerika en telt 4 ondersoorten:

  • A. b. bicolor: van zuidoostelijk Mexico tot de Guyana's, noordelijk Brazilië en oostelijk Peru.
  • A. b. fidens: zuidwestelijk Mexico.
  • A. b. guttifer: zuidelijk Bolivia, zuidwestelijk Brazilië, Paraguay en noordelijk Argentinië.
  • A. b. pileatus: centraal en zuidelijk Brazilië en noordoostelijk Argentinië.