Samenvloeiing van de Leie en de Schelde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Bavobrug aan de Portus Ganda

Al eeuwenlang stromen in Gent de rivieren Leie en Schelde samen aan de Portus Ganda. De samenvloeiing is rond 1960 onderbroken door het dempen van De Reep en in september 2018 weer opengelegd.

Geschiedenis[bewerken]

De locatie van de historische samenvloeiingen is onbekend. Oorspronkelijk hebben beide rivieren immers een aantal meanders en stromen ze samen in een laagte die zich uitstrekt van de Zandberg en de Blandijnberg (westen) tot aan de Sint-Amandsberg (oosten). Dit is een overstromingsgebied, gevormd als winterbed van de Schelde. In deze laagte kunnen de rivieren op meerdere plaatsen samenvloeien, afhankelijk van het tijdperk en het waterpeil.

In de 7e eeuw wordt boven de samenvloeiing de Sint-Baafsabdij gesticht, die oorspronkelijk Ganda genoemd wordt. Wat verder ontstaat al snel de handelsplaats Portus aan de Reep. In 811 bezoekt Karel de Grote deze haven, ter inspectie van de vloot die hij er heeft samengetrokken om de invallen van de Vikingen te verijdelen. Naarmate de middeleeuwse stad groeit, worden de rivieren in hun definitieve bedding geleid, nl. de Leie (KortrijksepoortPortus Ganda), de Bovenschelde (Ter Platen–Kuiperskaai), de Nederschelde of "Reep" (Kuiperskaai–Portus Ganda) en de Zeeschelde (vanaf de Portus Ganda). In de 11e eeuw wordt de Ketelvest gegraven, de eerste bijkomende verbinding tussen de Leie en de Schelde. Sinds 1969 zijn ze ook verbonden door de Ringvaart.

Dit zijn niet de enige kanalen binnen Gent. In de 11e eeuw komt op enkele plaatsen een stadsgracht, bestaande uit de voornoemde Ketelvest in het zuiden, de Oude Houtlei in het westen en de Ottogracht in het noorden. De monniken (muinken) van de St.-Pietersabdij vestigen zich langs de bochtige Bovenschelde, waarna hier de Oude Schelde (oosten) en de Muinkschelde (westen) naast elkaar stromen. Deze Muinkschelde wordt in de 18e eeuw gekanaliseerd. Latere kanalen liggen voornamelijk tussen de Boven- en de Zeeschelde, nl. van noord naar zuid: de "Schepenenvijver" of het "Capucijnenvaardeken" onder de huidige Filips van Arteveldestraat (1254), het "Klein Scheldeken" aan Ter Hoyen (±1300), de vestinggracht langs de Sint-Lievenspoort en de Keizerpoort (14e eeuw) en de Franse Vaart (18e eeuw). Vanaf de Leie vertrekken trouwens de kanalen Burggravenstroom (12e eeuw, later Sassevaart), Lieve (1251) en Brugse Vaart (1623). Ten oosten van de Zeeschelde wordt tot slot een zijarm gegraven (1752), later Rommelwater, Vissenrei of Visserij genoemd.

Galerij[bewerken]

Demping en heropening[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Nederschelde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf 1850 worden veel grachten in Gent gedempt en overwelfd, omdat ze onzuiver zijn, geurhinder veroorzaken en onder meer cholera veroorzaken. Door het Zollikofer-De Vigneplan werd de Nederschelde naar de Brabantstraat toe in 1882-84 overwelfd (hier werd het François Laurentplein aangelegd). Na de Tweede Wereldoorlog kwam hierbij het aspect mobiliteit: er werd plaats geruimd om parkeerruimte voor auto's te creëren. Rond 1960 werd de Nederschelde gedempt van het Geeraerd Duivelsteen tot aan de Veermankaai. Ondanks het overwelven en dempen van de Nederschelde bleven de Schelde en de Leie in verbinding, via de Ketelvest en vooral de Ringvaart. Eind 20e eeuw wilde men de waterweg herstellen, aangezien geurhinder en automobiliteit een kleinere rol spelen. In 2002 begon een onderzoek naar de heropening van het noordelijke deel. In afwachting daarvan werd alvast de Portus Ganda-omgeving heraangelegd en de Scaldissluis gebouwd, die belangrijk is voor het overbruggen van de verschillende hoogte van het waterpeil tussen Leie en Schelde.

Het effectieve opengraven ging van start op 4 november 2016.[1][2]

Sinds eind september 2018 is het gedempte deel van de Nederschelde (De Reep) weer opengegraven en staat ze er weer in verbinding met de Leie. Pleziervaartuigen kunnen zo weer rondom het historische stadscentrum varen. De kostprijs van de werken bedroeg 3.500.000 euro, waarvan 2.500.000 euro door De Vlaamse Waterweg nv, 500.000 euro door FARYS en 500.000 euro door de stad Gent betaald werden.[3]

Galerij[bewerken]

Externe links[bewerken]