Samenvloeiing van de Leie en de Schelde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Bavobrug aan de Portus Ganda

Al eeuwenlang stromen in Gent de rivieren Leie en Schelde samen. De precieze samenvloeiing ligt bij de Portus Ganda.

Geschiedenis[bewerken]

De locatie van de historische samenvloeiingen is onbekend. Oorspronkelijk hebben beide rivieren immers een aantal meanders en stromen ze samen in een laagte die zich uitstrekt van de Zandberg en de Blandijnberg (westen) tot aan de Sint-Amandsberg (oosten). Dit is een overstromingsgebied, gevormd als winterbed van de Schelde. In deze laagte kunnen de rivieren op meerdere plaatsen samenvloeien, afhankelijk van het tijdperk en het waterpeil.

In de 7e eeuw wordt boven de samenvloeiing de Sint-Baafsabdij gesticht, die oorspronkelijk Ganda genoemd wordt. Wat verder ontstaat al snel de handelsplaats Portus Ganda. In 811 bezoekt Karel de Grote deze haven, ter inspectie van de vloot die hij er heeft samengetrokken om de invallen van de Vikingen te verijdelen. Naarmate de middeleeuwse stad groeit, worden de rivieren in hun definitieve bedding geleid, nl. de Leie (KortrijksepoortPortus Ganda), de Bovenschelde (Ter Platen–Kuiperskaai), de Nederschelde of "Reep" (Kuiperskaai–Portus Ganda) en de Zeeschelde (vanaf de Portus Ganda). In de 11e eeuw wordt de Ketelvest gegraven, de eerste bijkomende verbinding tussen de Leie en de Schelde. Sinds 1950 zijn ze ook verbonden door de Ringvaart.

Dit zijn bijlange na niet de enige kanalen binnen Gent. In de 11e eeuw komt op enkele plaatsen een stadsgracht, bestaande uit de voornoemde Ketelvest in het zuiden, de Oude Houtlei in het westen en de Ottogracht in het noorden. De monniken (muinken) van de St.-Pietersabdij graven een rechte bedding langs de bochtige Bovenschelde, waarna hier de Oude Schelde (oosten) en de Muinkschelde (westen) naast elkaar stromen. Latere kanalen liggen voornamelijk tussen de Boven- en de Zeeschelde, nl. van noord naar zuid: de "Schepenenvijver" of het "Capucijnenvaardeken" onder de huidige Filips van Arteveldestraat (1254), het "Klein Scheldeken" aan Ter Hoyen (±1300), de vestinggracht langs de Sint-Lievenspoort en de Keizerpoort (14e eeuw) en de Franse Vaart (18e eeuw). Vanaf de Leie vertrekken trouwens de kanalen Burggravenstroom (12e eeuw, later Sassevaart), Lieve (1251) en Brugse Vaart (1623). Ten oosten van de Zeeschelde wordt tot slot een zijarm gegraven (1752), later "Vissenrei" of "Visserij" genoemd.

Demping en heropening[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Nederschelde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf 1850 worden veel grachten in Gent gedempt en overwelfd, omdat ze onzuiver zijn en dus geurhinder veroorzaken. Na de Tweede Wereldoorlog komt hierbij het aspect mobiliteit: er moet plaats geruimd worden voor nieuwe verkeersaders. Zo verdwijnt in de jaren 1960 ook de Nederschelde: het zuidelijke deel wordt overwelfd (hier ligt nu het François Laurentplein), het noordelijke deel wordt gedempt. De Schelde en de Leie blijven weliswaar in verbinding, dankzij de Ketelvest en vooral de Ringvaart. Aan het einde van de eeuw wil men de waterweg herstellen, aangezien geurhinder en mobiliteit een kleinere rol spelen. In 2002 begint een onderzoek naar de heropening van het noordelijke deel. In afwachting daarvan wordt alvast de Portus Gandaomgeving heraangelegd en de Scaldissluis gebouwd. Het effectieve opengraven gaat eindelijk van start op 4 november 2016. In het voorjaar van 2018 moeten pleziervaartuigen weer rondom het stadscentrum kunnen varen.[1][2]

Externe links[bewerken]