Sceloporus virgatus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sceloporus virgatus
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2007)
Plateau Lizard Sceloporus virgatus.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Iguania (Leguaanachtigen)
Familie: Phrynosomatidae
Geslacht: Sceloporus (Stekelleguanen)
Soort
Sceloporus virgatus
Smith, 1938
Afbeeldingen Sceloporus virgatus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Sceloporus virgatus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Sceloporus virgatus is een Noord-Amerikaanse soort hagedis uit de familie Phrynosomatidae.[2] De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Hobart Muir Smith in 1938. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Sceloporus undulatus virgatus gebruikt en werd de hagedis als een ondersoort van de haagleguaan (Sceloporus undulatus) beschouwd.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

Sceloporus virgatus kan tot 70 millimeter lang worden, staart niet inbegrepen. De soort is oranjebruin tot donkergrijsbruin. Op de buik is hij licht en effen van kleur, soms met donkere vlekken op de borst en keel. Van de neus tot het begin van de staart lopen twee gele strepen over de rug. Op de flanken scheidt een lichtgrijze tot witte streep de boven- en onderkant van het dier. Over de rug van vrouwtjes lopen meestal twee rijen met kleine, donkergrijsbruine vlekken met een witte punt; bij mannetjes is dat vaak niet zo. Over het midden van de rug loopt vaak een zachte, brede, grijsbruine streep. Hij heeft puntige schubben.

De effen buik onderscheidt de soort van zijn verwanten uit de buurt. Het dier houdt een winterslaap; jongere exemplaren kunnen echter wel actief worden op warme winterdagen. Zowel mannetjes als vrouwtjes verdedigen een territorium.

Verspreiding en habitat[bewerken]

Sceloporus virgatus komt voor in de Mexico en New Mexico en Amerikaanse staten Arizona. Hij komt er voor op hoogtes tussen 1490 en 3080 meter. De populaties zijn geografisch van elkaar gescheiden. Ze komen voor in gemende eiken- en pijnboomwouden. De soort leeft vooral op de grond, maar hij kan ook vlot klimmen.[1] Hij klimt bijvoorbeeld in bomen bij bedreiging.

Voortplanting[bewerken]

Sceloporus virgatus paart in april en mei. Tijdens het broedseizoen krijgt de soort soms blauwe vlekken op de keel. Bij drachtige vrouwtjes wordt dit blauw soms omrand of vervangen door een oranje kleur. De kleur blijkt gelinkt te zijn aan de overlevingskansen van de jongen: hoe feller de moeder, hoe meer antioxidanten dat de eieren bevatten.[3] De eieren worden in juni of juli gelegd. Een legsel telt 5 tot 15 eieren. Het nest wordt uitgegraven in vochtige en zonnige grond. De eitjes breken uit in augustus.

Bronvermelding[bewerken]