Scorpion (wapen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reconstructie van een scorpion naar de vondst in Empúries

De scorpion of scorpio is een Romeins belegeringswapen. De scorpion lijkt veel op de ballista, maar is wat kleiner.

Geschiedenis[bewerken]

Philon van Byzantium beschreef reeds in de 3e eeuw v.Chr. een polybolos, een semiautomatische ballista of scorpion. De scorpion wordt in detail beschreven door de Romeinse ingenieur Vitruvius[1] in zijn De architectura (Nederlands: Over architectuur) uit circa 15 v.Chr. en was een kleinere versie van de ballista, een van de eerste twee-armige torsie-artilleriewapens (torsiegeschut) in het Romeins leger. In de 1e eeuw beschreef Heron van Alexandrië de cheiroballistra of manuballista; een vrijwel geheel uit metaal bestaande nog compactere versie van de ballista en scorpion.

Archimedes ontwierp vele verdedigingsmachines voor de Griekse stad Syracuse op Sicilië. Tijdens het beleg van Syracuse (214-212 v.Chr.) door de Romeinse generaal Marcellus zette Archimedes toen de Romeinen 's nachts de muren hadden beslopen scorpions in,[2] die op de korte afstand verschrikkelijk effectief waren.[3]

In 1912 werd een vrijwel complete Romeinse scorpion uit circa 100 v.Chr. gevonden in het Spaanse Empúries, de voormalige Griekse nederzetting Empórion, door de Romeinen omgedoopt tot Emporiae.

Beschrijving[bewerken]

Een carroballista; een scorpion op een kar.

De scorpion was afgeleid van de krachtige maar grote en moeilijk verplaatsbare ballista. De scorpion was een zeer nauwkeurig pijlwerpend artilleriestuk en compact genoeg om makkelijk met de legioenen mee te voeren of op een belegeringstoren te kunnen plaatsen. Waar de ballista zes man nodig had voor de bediening kon de compacte scorpion door één of twee man bediend worden. De scorpion was het ideale wapen voor op het slagveld.[4] Scorpions werden meestal als batterij bij elkaar op een hoge plek opgesteld. Een voltallig legioen had 50 tot 60 scorpions waarmee ze tot 240 projectielen per minuut van 80 tot 330 meter met dodelijke nauwkeurigheid konden afvuren. Het wapen was krachtig genoeg om schilden of lichaamsbepantsering te doorboren en was een vroeg voorbeeld van infanterie-ondersteunende artillerie.[4]

De kracht van de scorpion komt van de spanning van de getordeerde pezen haar of dierenpees en de kracht die deze op de armen uitoefent. De twee torsieveren links en rechts in het houten spanraam bestaan uit windingen van pezen die boven en onder in het spanraam over assen lopen. De katapultarmen waar de boogpees aan vastzit steken midden tussen de windingen. Als de boogpees naar achter wordt getrokken brengt het torsiemoment van de pezen de katapultarmen op spanning.

Zie ook[bewerken]