Serapeum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pilaar van Pompeius

Serapeum is de Latijnse naam (in het Grieks: Serapeion) voor een tempel (of een ander religieus bouwwerk) gewijd aan de god Serapis (een syncretisme tussen Osiris en de stiergod Apis).

Het beroemdste Serapeum bevond zich in Alexandrië, maar ook de veel oudere begraafplaats van de Apis-stier in Saqqara wordt als Serapeum aangeduid.

Serapeum Alexandrië[bewerken]

Het Serapeum van Alexandrië was gebouwd onder Ptolemaeus III Euergetes I, koning van 246-221 v.Chr.. Het bevond zich in het zuidwestelijke deel van Alexandrië op de coördinaten 31° 10′ 55″ NB, 29° 53′ 49″ OL. De tempel was gewijd aan Serapis, een Hellenistische god. De bekende pilaar van Pompeius (zie foto) werd in het jaar 297 n. Chr. door keizer Diocletianus opgericht.

Behalve tempel had het Serapeum ook een andere functie. Een deel van de collectie van de beroemde Bibliotheek van Alexandrië was er ondergebracht. Volgens de historicus Diodorus Siculus was het Serapeum een dependance van de grote bibliotheek. De boeken in het Serapeum waren voor geleerden die niet aangesloten waren bij het Museion en de boeken waren kopieën van boeken van de grote bibliotheek.

In het jaar 392 werd het Serapeum door monniken onder leiding van patriarch Theophilus van Alexandrië op basis van een edict van keizer Theodosius I geplunderd en vernietigd. De boeken werden verbrand in een boekverbranding.

Serapeum Saqqara[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Serapeum (Memphis) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1851 ontdekte Auguste Mariette in Saqqara (necropool van Memphis) de sfinxenlaan (dromos) van Nectanebo I die naar de tempel van nectanebo II liep. Daarvandaan liep weer een andere dromos richting het Serapeum. Dit was de begraafplaats van de Apis-stieren. Sinds Amenhotep III werden in Saqqara stieren begraven, maar Ramses II liet zijn zoon Chaemwaset, hogepriester van Ptah in Memphis, een ondergrondse galerij (kleinere gewelven) aanleggen. Psammetichus I voegde er een grotere galerij aan toe (grotere gewelven). De Apis-stieren werden begraven in grote sarcofagen, ieder afzonderlijk in een grafkamer. In de muren die de kamers afsloten zijn ook stela’s gemetseld, met gegevens van de regeringsperiode van een bepaalde farao. De laatste stier werd hier begraven ten tijde van Cleopatra VII.