Sjwa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Klinkers.jpg

Met sjwa (of schwa) wordt de uitspraak van de zogenaamde 'doffe e' (bijvoorbeeld in het woord 'vader') aangeduid. De sjwa is een klinker. Bij het uitspreken van de sjwa zijn de spieren in de mond in rust. De sjwa staat in de klinkerdriehoek dan ook in het midden.

In het Nederlands en de meeste andere Europese talen zijn lettergrepen met sjwa's altijd onbeklemtoond. Het Albanees en het Bulgaars vormen hierop uitzonderingen. In het Nederlands komt de sjwa veel voor; dit is veroorzaakt door een verschuiving in het Oudnederlands, waarin de onbeklemtoonde lettergrepen in de loop der tijd allemaal gingen samenvallen op de sjwa. Het einde van dit proces geldt taalkundig als het overgangspunt tussen Oudnederlands en Middelnederlands.

In het Internationaal Fonetisch Alfabet wordt de sjwa geschreven met een 'omgekeerde e': ə. In het Nederlands kan de sjwa geschreven worden als e (vader), u (uitsluitend in plaatsnamen als Winsum), ij (moeilijk), i (wazig) of met een apostrof (m'n). De Nederlandse sjwa (IPA ə) verschilt op een subtiele manier van de u-klank in put (IPA œ): de laatste klinker van katterig is net iets anders dan die van kattenrug.

Het begrip sjwa wordt ook wel eens gebruikt om enige epenthetische klinkers aan te duiden, ongeacht de manier waarop deze wordt uitgesproken.

Herkomst van het woord[bewerken]

Het Hebreeuwse שְׁוָא (šěwā’, /ʃəˈwaʔ/) betekent iets als 'leegte‘. In deze taal wordt de sjwa aangegeven met twee punten onder elkaar, die onder een medeklinker worden weergegeven in gevocaliseerde teksten, en geeft hij ook de 'stomme e' weer, of wordt niet uitgesproken.