Slag bij Magnesia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Slag bij Magnesia
Onderdeel van Oorlog tegen Anthiochus III
Datum december 190 v.Chr.
Locatie nabij Magnesia ad Sipylum, Lydië (huidige Turkije)
Resultaat Beslissende Romeinse overwinning
Strijdende partijen
Romeinse Republiek Seleuciden
Leiders en commandanten
Lucius Cornelius Scipio Asiaticus
Publius Cornelius Scipio Africanus maior
Eumenes II of Pergamum
Antiochus III de Grote
Troepensterkte
30.000 (antieke bronnen), 50.000 (moderne schatting) 16 oorlogsolifanten 70.000 (antieke bronnen), 50.000 (moderne schatting) 54 oorlogsolifanten
Verliezen
minstens 349 (antieke bronnen), 5.000 (moderne schatting) 50.000 dood of gewond (antieke bronnen), 10.000 (moderne schatting)

De slag bij Magnesia werd in 190 v.Chr. uit gevochten nabij Magnesia ad Sipylum, tussen de Romeinen, onder leiding van de consul Lucius Cornelius Scipio Asiaticus en zijn broer, de befaamde Publius Cornelius Scipio Africanus maior, met hun bondgenoot Eumenes II van Pergamum tegen het leger van Antiochus III de Grote van Syrië, die resulteerde in een Romeinse overwinning.

Locatie waar in 190 v.Chr. de slag plaatsvond.

De slag[bewerken]

Beide legers stellen zich op bij de vlakte van Magnesia. De Seleuciden hieven het gevecht aan door met hun strijdwagens op de linkerflank de cavalerie van Pergamum aan te vallen, zij werden echter teruggedreven. Hierop volgde meteen een tegenaanval en de Seleucidische linkerflank werd verslagen. Hierna viel Antiochus met zijn rechterflank de Romeinse linkerflank aan, die het legerkamp bewaakte. Antiochus slaagde erin deze terug te drijven. Zij konden echter niet verhinderen dat hun legerkamp geplunderd werd door de Seleucidische lichte troepen. Ondertussen viel de Romeinse hoofdmacht de Seleucidische falanx aan. Aangezien zij hun cavalerie op de linkerflank waren kwijtgeraakt en die op de rechterflank nog aan het vechten was, konden zij gemakkelijk omsingeld en verslagen worden. Antiochus was te laat om zijn falanx te hulp te schieten en vluchtte naar Sardis.

Gevolgen[bewerken]

De Seleuciden tekenden een vredescontract waarbij ze 15.000 gouden talenten moesten betalen en al hun gebieden in Klein-Azië aan Pergamum afstaan. Hierna konden de Seleuciden nooit meer herstellen tot hun vroegere gloriedagen.