Slag om Stalingrad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag om Stalingrad
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog
Sovjet-soldaat wappert met een vlag voor de overwinning om Stalingrad op 2 februari 1943.
Sovjet-soldaat wappert met een vlag voor de overwinning om Stalingrad op 2 februari 1943.
Datum 23 augustus 19422 februari 1943
Locatie Stalingrad, Sovjet-Unie
Resultaat Overwinning voor de Sovjet-Unie
Strijdende partijen
Flag of the Soviet Union.svg Sovjet-Unie Flag of German Reich (1935–1945).svg Duitsland
Flag of Romania.png Roemenië
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Italië
Flag of Hungary (1920–1946).svg Hongarije
Flag of Independent State of Croatia.svg Kroatië
Commandanten
Flag of the Soviet Union (1923-1955).svg Tsjoejkov
Flag of the Soviet Union (1923-1955).svg Vasilevski
Flag of the Soviet Union (1923-1955).svg Zjoekov
Flag of the Soviet Union (1923-1955).svg Timosjenko
Flag of the Soviet Union (1923-1955).svg Rokossovski
Flag of the Soviet Union (1923-1955).svg Malinovski
Flag of the Soviet Union (1923-1955).svg Jeremenko
Flag of German Reich (1935–1945).svg Hitler
Flag of German Reich (1935–1945).svg Paulus
Flag of German Reich (1935–1945).svg Von Manstein
Flag of German Reich (1935–1945).svg Hoth
Flag of Romania.png Dumitrescu
Flag of Romania.png Constantinescu
Flag of Italy (1861-1946) crowned.svg Gariboldi
Flag of Hungary (1920–1946).svg Jany
Flag of Independent State of Croatia.svg Pavičić
Troepensterkte
1,7 miljoen manschappen 850 000 manschappen
Verliezen
750 000 gedood, gewond of krijgsgevangenen,
40 000+ burgers gedood.
740 000 gedood of gewond,
110 000 krijgsgevangenen.
Oostfront (Tweede Wereldoorlog)

Polen · Balkan · Barbarossa · Minsk · Charkov (1) · Finland · Leningrad · Moskou · Rzjev · Charkov (2) · Stalingrad · Charkov (3) · Koersk · Bagration · Warschau · Laplandoorlog · Wisła-Oderoffensief · Oost-Pruisenoffensief · Neder-Silezische offensief · Operatie Sonnenwende · Berlijn · Praag

De Slag om Stalingrad (Russisch: Сталинградская битва; Stalingradskaja bitva, Duits: Schlacht von Stalingrad) (23 augustus 1942 - 2 februari 1943), geldt als keerpunt van de Tweede Wereldoorlog. De stad was genoemd naar Jozef Stalin. Via Richard Sorge wist Stalin dat Japan de Sovjetunie zou aanvallen nadat Duitsland een willekeurige stad aan de Wolga had veroverd.[1] Het Duits 6e leger werd volledig vernietigd door het Rode Leger, dat nog maar enkele maanden eerder nagenoeg overwonnen leek. Stalingrad (het huidige Wolgograd) werd het symbool voor de wederopstanding van het Rode Leger en gaf het Duitse moreel een zware klap; in brede lagen van de bevolking drong door dat de oorlog wel eens slecht zou kunnen aflopen voor Duitsland; het naziregime zag voortaan af van 'kanonnen én boter'-propaganda en riep na afloop van de slag het volk op tot een totale oorlog.

De Sovjet-Unie in het tweede oorlogsjaar[bewerken]

De oorlogshandelingen van de winter 1941-1942 hadden op het moreel van de Sovjetbevolking een gunstige uitwerking gehad. Het belegerde Leningrad en het bedreigde Moskou hadden stand gehouden, de Duitse troepen hadden zware verliezen geleden en het Rode Leger was erin geslaagd de vijand op verschillende plaatsen terug te drijven. De stemming in brede kringen, bij wijze van reactie op de doorstane angst en twijfels, neigde zelfs naar een al te groot optimisme.[2] Men zag over het hoofd dat het Russische tegenoffensief, en dan vooral in de centrale sector, zijn doelen niet had bereikt. De Duitsers hadden zich in hun egelstellingen staande weten te houden en hun aanvalskracht was nog lang niet gebroken. Daarbij kwamen dan nog de hooggespannen verwachtingen die men koesterde ten aanzien van het tweede front, dat in 1942 tot stand zou komen en die niet alleen van geallieerde zijde, maar ook door de eigen propagandamedia op een nauwelijks te verantwoorden manier werden aangewakkerd en op ondubbelzinnige wijze werden opgeschroefd.[2]

Propaganda[bewerken]

De Sovjetautoriteiten stonden voor de taak het zelfvertrouwen van de bevolking, in het belang van een maximale oorlogsinspanning, met alle beschikbare middelen te herstellen. Daarbij zijn ongetwijfeld belangrijke successen geboekt. De eerste staatslening, in een socialistische maatschappij beslist geen vanzelfsprekende zaak, leverde in het voorjaar van 1942 tien miljard roebel op.[2] Daarnaast moedigde men van hogerhand acties aan om ten behoeve van de oorlogvoering geld en extra werkkracht beschikbaar te stellen. Voornamelijk op de kolchozen werden geldinzamelingen gehouden voor de 'aankoop' van vliegtuigen en tanks, die dan namens het desbetreffende collectief aan het Rode Leger werden geschonken. Zulke acties werden door de pers in de Sovjet-Unie met veel ijver gepropageerd. In de industriële bedrijven werd in mei 1942 op initiatief van de metaalarbeiders van Koeznetsk een nationale wedstrijd in productiestijging georganiseerd, waaraan ook Siberische kolchozenboerderijen meededen en waarvan de resultaten steeds opnieuw in de publiciteit breedvoerig werden besproken.

De Communistische Partij ging aan de slag om leden te werven en haar macht opnieuw op te bouwen. De tegenslagen in de zomer van 1941 hadden het gezag van de partij soms tot het nulpunt doen dalen en het leek erop dat zij haar leidende rol, althans tijdelijk, niet zou kunnen waarmaken. Om haar greep op de bevolking weer te versterken, opende de Communistische Partij begin 1942 een grote wervingscampagne. De wervingscampagne bleek een groot succes. Het leverde ruim 1,3 miljoen extra leden op.[3] Tijdens deze wervingscampagne werd de nadruk gelegd op het werven van nieuwe aanhangers onder de officieren en manschappen van het Rode Leger en de Rode Vloot. Uit beide onderdelen van de krijgsmacht kwamen ongeveer 430.000 nieuwe leden.[3]

Oorlog en reorganisatie[bewerken]

Het was voor het optimistisch gestemde volk in de Sovjet-Unie een pijnlijke verrassing toen in het voorjaar bleek dat de Duitsers hun aanvalskracht in de winter niet hadden verloren. Bovendien kon men constateren dat het Rode Leger de ernstige gebreken, die in het eerste jaar ook al aan het licht waren gekomen, nog niet te boven was. Toen Erich von Manstein met zijn leger in het voorjaar een offensief richting het schiereiland Kertsj lanceerde, werden de gebreken van het Rode Leger opnieuw uitgebuit. Het werd al snel teruggedreven door de Duitsers en moest erg veel oorlogsmateriaal achterlaten. Het onderzoek naar deze 'ramp' bracht ernstige tekortkomingen aan het licht en de verantwoordelijke leiders werden onmiddellijk ontslagen.

Eind mei werd het publiek gealarmeerd door verontrustende berichten uit de frontsector bij Charkov, waar zelfs het officiële Tass-bericht 70.000 man als vermist opgaf.[3] De Duitsers wisten op verscheidene plaatsen diep door de vijandelijke linies te breken. De angstvallige pogingen van de Sovjetleiding om de ware omvang van de 'rampen' voor het eigen publiek te verbergen, hadden psychologisch een averechtse uitwerking. Zelfs nu nog bleven de regeringskringen en de pers de mening toegedaan dat er van Duitse zijde geen grootse offensieve acties in de Blitzkrieg-stijl meer te verwachten waren. Mogelijk heeft de teleurstelling, ontstaan door het feit dat het tweede front in Europa was uitgebleven, de autoriteiten ertoe verleid een ietwat geforceerd zelfvertrouwen aan de dag te leggen.

Toen op 28 juni 1942 in de Koersk-Voronezj sector een nieuw Duits offensief losbarstte, bleek dat de bevolking wederom was voorgelogen. De krachten van de Wehrmacht waren weliswaar niet meer toereikend om het hele oostelijke front in beweging te brengen, maar een geconcentreerde aanval in het zuiden kon zij zich nog wel permitteren. Snel genoeg werd duidelijk dat de Blitzkrieg van het voorafgaande jaar met al zijn verschrikkingen nog niet over was.

Onder deze omstandigheden bleken de Sovjettroepen het met zoveel moeite herstelde moreel op slag weer te verliezen. Bij Rostov, de stad waar eind 1941 de overwinningsroes was begonnen, brak in juli 1942 bij het naderen van de Duitsers grote paniek uit. Deze paniek heerste zowel onder de soldaten als onder de burgerlijke en militaire leiding, die tot de nodige onaangename gevolgen zou leiden. Talrijke manschappen, officieren en zelfs een paar generaals werden wegens lafheid en ongehoorzaamheid geëxecuteerd en in de bevelvoering over de betrokken eenheden vonden vele mutaties plaats.[3] Intussen werd de terugtocht voortgezet. Pas in de Kaukasus en bij Stalingrad zou de vijandelijke opmars worden opgevangen. De bevolking van de door de Duitsers bezette streken, die getuige was geweest van het debacle, is waarschijnlijk daardoor gekomen tot een vriendelijke houding tegenover de Duitse bezetter. De collaboratie onder de Don- en Koebankozakken en onder verscheidene kleine volksgemeenschappen in Noord-Kaukasië had Stalin diep verontrust. Hij zag in dat er alles aan moest worden gedaan om het weerstandsvermogen van het leger en de natie te versterken. Om het officierskorps nauwer aan het Sovjetbewind te binden, verwezenlijkte men in oktober 1942 de eenheid van bevelvoering in het Rode Leger. De politieke commissarissen, die veelal als hinderlijke pottenkijkers werden gezien, kregen een officiersaanstelling en werden feitelijk de ondergeschikten van de commandant.[3] Bovendien herstelde men de vroegere militaire rangen, onderscheidingstekens en voorrechten, terwijl het prestige van de officieren ook door de invoering van nieuwe ordes en onderscheidingen werd verhoogd. Men herstelde zelfs de garde- en Kozakkenregimenten.

Het doelbewust aanknopen bij het nationale Russische verleden werd benadrukt door de vervanging van de Internationale door een nieuw volkslied, Sojoez neroesjimyj, met een uitgesproken Sovjetpatriottische tekst. Ondertussen werden ook de politie en de veiligheidsdienst grondig gereorganiseerd. Zaken betreffende verraad, spionage en aanverwante delicten werden toegewezen aan het nieuwe Departement van Staatsveiligheid (NKGB) en zijn al snel gevreesde afdeling SMERSJ.[3] Het belangrijkste voor het herstel van het aangeslagen moreel was echter een groots opgezette propagandacampagne om de bevolking in nationale en anti-Duitse geest te (her)opvoeden.

Het begin van de slag[bewerken]

Tsjoejkov neemt het bevel over[bewerken]

Anton Lopatin, bevelhebber van het 62e leger, trok zich steeds verder terug, ondanks de het nadrukkelijk Order No. 227: "Geen stap terug!" van Stalin. Lopatin leidde het leger tijdens verwoede gevechten ten westen van Stalingrad, maar kon het tij niet keren. Op 3 september werd hij uit zijn functie ontheven en ruim een week later - op 12 september - werd Vasili Tsjoejkov aangesteld als zijn opvolger. De nieuwe bevelhebber kwam al snel tot de conclusie dat de situatie waarin hij terecht was gekomen beroerd was: het leger omvatte bij het begin van de Duitse aanval circa vierenvijftigduizend man, negenhonderd kanonnen en ongeveer honderd tanks.[4] Toch was Tsjoejkov de mening toegedaan dat hij succes kon boeken. Hij had de Duitse gevechtstactiek nauwkeurig bestudeerd en kwam tot de conclusie dat die tactiek in een stad moeilijk te hanteren zou zijn. Hij besefte dat hij de opeenvolgende, gecoördineerde Duitse aanvallen moest onderbreken met enkele felle tegenstoten.

In de aanloop naar de bestorming van de stad had de Luftwaffe al een zwaar bombardement uitgevoerd, waarmee de Duitsers trachtten het moreel van de verdedigers aan te tasten. Echter, door het zware bombardement was de stad in een grote puinhoop veranderd, iets dat de militaire operaties in de stad voor het grotendeels gemechaniseerde leger aanzienlijk bemoeilijkte.

Eerste Duitse aanval[bewerken]

Op 14 september openden de Duitsers de eerste grote aanval op Stalingrad. De troepen van de Wehrmacht rukten op over een breed front en trachtten de stad stormenderhand in te nemen. Over een front van 643 kilometer[4] lengte stonden de twee Duitse legers - het 6e Leger en 4e Pantserleger - tegenover de negen sovjetlegers van het Zuidoost- en Stalingradfront. Het 62e Leger - behorend tot het Zuidoostfront - werd in het centrum van de stad geplaatst.

Middels een aanval van het 51e Korps, onder leiding van luitenant-generaal Walther von Seydlitz, opende het 6e Leger het offensief. De aanval werd om half zeven 's morgens begonnen, waarbij de oprukkende tanks steun kregen van de Luftwaffe en de artillerie. Tsjoejkov was op hetzelfde moment van plan om enkele tegenaanvallen uit te voeren, om enkele tactische posities terug te winnen. De commandant van het 62e Leger werd verrast door de aanval van 51e Korps, dat in het noorden en het centrum van de stad wist te penetreren. Door aan te vallen met twee speerpunten, lieten de Duitsers blijken dat ze van plan waren om de sovjettroepen te omsingelen en in een zogenaamde Kesselschlacht te vernietigen. De aanval op het centrum werd uitgevoerd door de 71e, 76e en 295e infanteriedivisie, terwijl in Noord-Stalingrad de 100e en 389e Infanteriedivisie, samen met de 60e gemotoriseerde en de 16e Pantserdivisie optrokken.

Ten zuiden van de Tsaritsa, de rivier die de stad in tweeën splitst, viel het Duitse 4e Pantserleger aan. In het dat deel van Stalingrad was het 64e Leger onder leiding van Mikhail Sjoemilov gevestigd. De Duitse 24e pantserdivisie viel samen met de 94e Infanteriedivisie via de voorstad Minina het zuiden van Stalingrad aan. Vanuit het zuidoosten rukten de 14e Pantserdivisie samen met de 29e gemotoriseerde divisie via het district Jelsjanka op naar de Wolga.

Straatgevechten in Stalingrad.

Het 51e Korps werd tevens belast met de zware taak om de heuvel Mamajev Koergan, de Tataarse grafheuvel in Stalingrad waar Tsjoejkov zijn hoofdkwartier had gevestigd, te veroveren. Vanaf de heuvel had men een goed overzicht over de stad en de Wolga, waardoor artilleriebeschietingen effectiever konden worden uitgevoerd. Tsjoejkov had zijn commandopost bovenop de Mamajev Koergan gevestigd en moest die al halverwege de middag verlaten. De commandant van het 62e Leger moest op de vlucht slaan voor de gestaag oprukkende Duitse troepen, die via de Mamajev Koergan en het station Stralingrad-1 - dat constant wisselde van partij - naar de Wolga oprukte. Tsjoejkov dreigde de grip op zijn troepen te verliezen en zette haastig zijn hoofdkwartier op in de 'Tsaritsynbunker'. Deze bunker - die tien meter onder de grond lag - was gelegen op de noordoever van de Tsaritsa. Vanuit zijn nieuwe hoofdkwartier kreeg Tsjoejkov het overzicht op de slag terug en besefte dat als de Duitsers de Wolga en de aanlegsteigers wisten te bereiken en tegelijkertijd het 62e Leger konden isoleren, de stad zo goed als verloren was. Om de opmars van de Duitsers tegen te gaan, zette Tjoeikov zijn laatste reserves in. Van de negentien tanks werd een bataljon - negen tanks - naar het front in het centrum gestuurd. Tsjoejkov vormde aanvalsgroepen uit zijn stafofficieren en bewakers van het hoofdkwartier. Zes tanks en de eerste aanvalsgroep kregen opdracht om de weg naar de aanlegsteiger af te sluiten, terwijl drie tanks, ondersteund door een tweede aanvalsgroep enkele strategische gebouwen moesten heroveren, vanwaaruit de Duitsers de Wolga bestookten. De Duitse opmars naar de aanlegsteiger werd gestopt en Tsjoejkov kreeg in de avond van 14 september versterkingen in de vorm van de 13e Gardedivisie, die onder leiding stond van Alexander Rodimtsev. De tienduizend man tellende divisie kreeg de opdracht om het gebied rondom de aanlegsteiger veilig te stellen, de Mamajev Koergan te heroveren en het station Stalingrad-1 definitief in te nemen. De 13e Gardedivisie trok direct na aankomst op naar de gestelde doelen. Hoewel de doelen te ambitieus bleken te zijn, wisten de troepen toch enkele goede posities in te nemen, met name bij het station.

De Duitsers lanceerden in de morgen van 15 september een nieuw offensief. Zij trachtten de Mamajev Koergan helemaal in te nemen en via het station Stalingrad-1 door te breken naar de aanlegsteiger. De 71e Infanteriedivisie moest het station innemen en stuitte daar op hevige weerstand van de 13e Gardedivisie. De strijd golfde de hele dag op en neer, maar bij het invallen van de duisternis waren het de sovjets die het station in handen hadden. Op de Mamajev Koergan woedde eveneens een hevige strijd tussen de Duitse 295e Infanteriedivisie en troepen van het Rode Leger. Uiteindelijk wisten de Duitsers het grootste deel van de heuvel in te nemen, met het gevolg dat ze een goed zicht over de stad hadden. Lang van de overwinning konden de Duitsers echter niet genieten, want een dag later heroverden de sovjets het noordelijk deel van de Mamajev Koergan. De Duitsers wisten hun goede positie echter te consolideren en de positie van de 13e Gardedivisie en daarmee ook die van het 62e Leger begon te wankelen. De commandopost van Tsjoejkov was ondertussen te gevaarlijk geworden om nog in te verblijven, aangezien de Duitsers deze constant onder vuur hielden. De legerstaf stak de rivier over om verder noordelijk weer naar de westelijke oever terug te keren. Hij vestigde zijn hoofdkwartier onder een paar olietanks, welke 500 meter ten zuidoosten van de kanonnenfabriek lagen.

Op 18 september opende de Luftwaffe de dag met de gebruikelijke aanval. Tegelijkertijd openden restanten van de 112e en 42e Infanteriedivisie wederom een aanval op de Mamajev Koergan. Om acht uur 's morgens verdween - tot opluchting en verbazing van Tsjoejkov - de Luftwaffe van het toneel. De Duitse luchtmacht moest ondersteuning bieden bij een door het Stalingradfront geplaatste aanval tussen de Don en de Wolga. Dit verschafte de Russische troepen in Stalingrad voor korte tijd wat meer lucht. De aanval was tactisch gezien geen succes en het Rode Leger leed gevoelige verliezen. Om 18:00 uur kreeg Tsjoejkov echter het bevel om de aanval van het Stalingradfront te ondersteunen. Ter ondersteuning van het offensief besloot Tsjoejkov om de Mamajev Koergan nogmaals aan te vallen, maar de 112e divisie kon de top ervan niet veroveren. De 13e Gardedivisie was nog altijd in gevecht bij het station Stalingrad-1 en kon derhalve niet worden ingezet voor het offensief. Sterker nog, het treinstation moest langzaam worden opgegeven aan de Duitsers. De 13e Gardedivisie nam nieuwe posities in op slechts 270 meter van de centrale aanlegsteiger.[5]

Met het veroveren van het treinstation op 19 september, kwam er een einde aan de langdurige en bloedige strijd om het gebouw. De Duitse 71e Infanteriedivisie rukte verder op naar de Wolga en op 21 september kon het de aanlegsteiger onder vuur nemen. De Duitse eenheid had als opdracht de 13e Gardedivisie in zijn geheel te vernietigen om zo het 62e Leger in het centrum en noorden te isoleren. De 284e Siberische divisie kwam de gardedivisie versterken, maar het station en de aanlegsteiger moesten, al dan niet tijdelijk, worden opgegeven. De situatie ten noorden van de Tsaritsa was tijdelijk gestabiliseerd, maar ten zuiden van de rivier was een Duitse overwinning ophanden. Toen op 22 september de posities in de graansilo - de laatste sterke vesting van de sovjets ten zuiden van de Tsaritsa - moesten worden opgegeven, hadden de Duitsers bijna het hele zuiden van de stad onder controle. Op 26 september werden - onder vuur van de Duitsers - de laatste troepen van het Rode Leger ten zuiden van de Tsaritsa geëvacueerd.[6]

Hiermee kwam een einde aan het eerste deel van de slag om Stalingrad. De Duitsers hadden niet de snelle overwinning behaald waarop ze hadden gehoopt. Duidelijk was, dat de Wehrmacht een tactische overwinning had geboekt. Het 4e Pantserleger stond aan de Wolga tussen de Tsaritsa en de voorstad Koeprosnoje, de centrale aanlegsteiger was binnen schootsafstand, terwijl de Luftwaffe de Wolga regelmatig bestookte. In het centrum was het station ingenomen en was het Rode Leger van de top van de Mamajev Koergan verdreven, hoewel de Duitsers de heuvel zelf niet hadden veroverd. Alleen het noorden van Stalingrad - het industriegebied - was nog in handen van de sovjets.
Ondanks de tactische overwinning en het optimisme aan Duitse zijde, was er ook een keerzijde. Er waren zware verliezen geleden, mede door het feit dat men vasthield aan een vorm van Blitzkrieg in stedelijke omgeving. Die tactiek kostte een behoorlijk aantal levens. Bovendien spraken de Duitsers nog altijd in termen van divisies en korpsen, terwijl er in de chaos van de stad flexibiliteit nodig was. Het lag dan ook meer voor de hand om op bataljonsniveau beslissingen te nemen, zoals het Rode Leger inmiddels steeds meer ging toepassen.[5]

Tweede Duitse aanval[bewerken]

Op 27 september bij zonsopgang openden de Duitsers een groot offensief dat de beslissing in Stalingrad teweeg moest brengen. Paulus dacht, dat hij met een groot offensief de in het nauw gedreven sovjettroepen op de knieën kon dwingen en daarmee de langdurige man-tot-man-gevechten kon voorkomen. Zijn leger, getraind voor een bewegingsoorlog, had moeite met de omstandigheden in Stalingrad. Dit kwam mede door het feit dat de tanks niet goed gebruikt konden worden in de met puin bedekte straten. Bovendien werd het weer eind september herfstachtig. Paulus besefte maar al te goed dat hij geen tijd te verliezen had. Nadat de strijd in het zuiden in Duits voordeel beslist leek, hergroepeerde hij zijn leger voor een allesbeslissende aanval op het industriële hart van de stad.

Hitler begon zich ondertussen steeds meer met de strijd in Stalingrad te bemoeien. Dit resulteerde op 24 september al in het ontslag van Franz Halder, Chef van de Generale Staf van de grondtroepen. Die uitte meerdere malen zijn kritiek op de tactiek van Hitler, omdat deze de flanken ernstig verzwakte ten bate van de strijd in de stad zelf. Hitler was zijn kritiek beu en verving Halder door Kurt Zeitzler. Stalin daarentegen gaf zijn officieren steeds meer ruimte om te handelen naar eigen goeddunken. Hij nam steeds meer adviezen van hoge officieren als Zjoekov en Vasilevski over.

Omsingeling van het 6e Leger[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Operatie Uranus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Populaire cultuur[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Slag om Stalingrad in de populaire cultuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Slag om Stalingrad, een doorslaggevend gevecht in de Tweede Wereldoorlog en wellicht het bloedigste gevecht in de geschiedenis van de mensheid, is een populair onderwerp in bijvoorbeeld films en computergames. Over de gebeurtenis zijn ook tal van boeken en zelfs enkele liedjes geschreven.
De Slag om Stalingrad is vanwege zijn grote omvang uitgegroeid tot een van de bekendste veldslagen die ooit heeft plaatsgevonden en staat symbool voor het keerpunt aan het oostfront.

Literatuur[bewerken]

Naslagwerken[bewerken]

  • David L. Robbins: De rattenoorlog, Uitgeverij Meulenhoff, 2002
  • Stephen Walsh: De Hel van Stalingrad, Zuid-Nederlandse Uitgeverij N.V., 2003
  • Geoffrey Jukes: Stalingrad, Standaard Uitgeverij Antwerpen, 1972
  • Derek Lambert: Sluipschutters in Stalingrad, Phoenix, 1986
  • R. Seth: Slag om Stalingrad, Uitgeverij het Spectrum, 2006
  • J.N. Ross: Het geheim van Stalingrad, A.W. Bruna Uitgevers, 2007
  • Antony Beevor: Stalingrad, Olympus non-fictie, 2001.
  • J. Bauwens, P. Terlouw en H. Ebeling: Stalingrad: Het Graf (Serie: Dossier 1940-1945), Uitgeverij de Goudvink
  • S. Walsh: De slag om Stalingrad, Uitgeverij Deltas, 2000

Fictie met historische feiten (romans)[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen

Noten

  1. Whymant, Robert (2006) [1996], Stalin's Spy: Richard Sorge and the Tokyo Espionage Ring, New York: Palgrave MacMillan, ISBN 1-84511-310-1
  2. a b c Paape, A.H., Bericht van de Tweede Wereldoorlog, deel 7, Amsterdam, Uitgeverij Amsterdam Boek, 1970-1975, pag. 1010
  3. a b c d e f Paape, A.H., Bericht van de Tweede Wereldoorlog, deel 7, Amsterdam, Uitgeverij Amsterdam Boek, 1970-1975, pag. 1011
  4. a b Stephen Walsh, De Hel van Stalingrad, p. 56
  5. a b Stephen Walsh, De Hel van Stalingrad, p. 62
  6. Geoffrey Jukes, Stalingrad, Standaard Uitgeverij, 1994, p. 86