Smalt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Smalt, Historische collectie van verfstoffen, Technische Universiteit Dresden

Smalt is een pigment met een diep-blauwe kleur, bestaande uit kobalthoudende silicaten in poedervorm. Het wordt of werd gebruikt in de schilderkunst en in keramiek. Als pigment voor olieverf is de functie van smalt overgenomen door het dekkende kobaltblauw.

Smalt heeft een transparante werking met olie en werd door de grote meesters gebruikt voor luchten en als drogend element toegevoegd aan overige kleuren (Velázquez). Een nadeel van smalt is, dat het langzaam grijzig wordt. Het glasachtig karakter maakt bovendien dat het lastig te prepareren is.

Smalt is al aangetroffen in objecten uit Mesopotamië en het Oude Egypte uit het tweede millennium voor Christus. In de traditionele bereidingsmethode werd het mineraal skutterudiet gebrand om een kobaltoxide te verkrijgen die men saffloer noemde. Dat werd weer verhit met kwarts en alkali zodat een donkerblauw gekleurde glassubstantie ontstond, de smalt. Het woord komt van het Italiaanse smaltare, "smelten"; de substantie heette smalto. De daarvan afgeleide internationaal bekende term smalt lijkt van Nederlandse oorsprong te zijn. De glasmassa werd verpulverd en als blauw pigment gebruikt. Kennelijk werd de smalt duizenden jaren lang alleen gebruikt om glas en keramiek te kleuren. Een kleine hoeveelheid kobaltoxide, 0,15%, kleurt glas al diepblauw. Zulk gekleurd glas weer verpulveren om een blauw pigment te verkrijgen voor toepassing in de schilderkunst heeft weinig zin daar de kleurkracht en dekking minimaal zijn. In de middeleeuwen kwam men op de gedachte daarvoor de smalt zelf te gebruiken welke voor zeven à acht procent uit kobaltoxiden bestaat. Smalt is aangetroffen in muurschilderingen uit Centraal-Azië uit de elfde eeuw. Vermoedelijk werd het kobalterts gewonnen als bijproduct in zilvermijnen in Perzië.

In de late middeleeuwen werd in Venetië met smalt gekleurd glas gefabriceerd. Misschien dat via dezelfde stad uit het Midden-Oosten het idee in Europa overgenomen werd om de smalt zelf als pigment te gebruiken. De eerste werken waarin smalt is aangetoond stammen uit de vijftiende eeuw. In de zestiende eeuw werd smalt geproduceerd bij zilvermijnen in Bohemen. De substantie werd naar de Nederlanden verhandeld waar het al snel een gebruikelijk pigment in de schilderkunst werd. Gedurende de zeventiende eeuw imiteerden kunstenaars in andere streken deze gewoonte. Het pigment was vooral gewild als een vervanging voor het extreem dure natuurlijke ultramarijn waarvan het de kleurtoon dicht benadert.

Dat het pigment uit silicaten bestaat, leverde zekere problemen op bij de fabricage. Te fijn gemalen smalt heeft slechts een geringe dekkracht. Bij een te grove maling neemt het kleurend vermogen weer te sterk af. Het was nodig een balans te vinden. Bij een kleurtechnisch redelijk evenwicht tussen dekking en kleurtoon, had met smalt gemalen olieverf echter veel lijnolie nodig en kon niet "kort" gemaakt worden, dus dat de kwasttoets er in bleef staan. Sterker nog: de verf droop dan van het doek af. Om dat tegen te gaan rieden schilderboeken wel aan om het oppervlak van het schilderdoek te verruwen door er met een naald vele kleine putjes in te steken; zo bleef de blauwe verf hangen. Grovere malingen waren goedkoper en werden wel "strooiblauw" genoemd omdat de grove blauwe kristalletjes over een kleverige lijmlaag gestrooid konden worden. Deze methode werd toegepast voor het wat duurdere decoratiewerk.