Spasticiteit en spasme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
spasticiteit en spasme
Coderingen
ICD-10 R25.2
ICD-9 728.85
DiseasesDB 20872
MedlinePlus 003297
eMedicine neuro/706pmr/177
MeSH D009128
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Spasticiteit is een snelheidsafhankelijke overdreven weerstand die wordt veroorzaakt door een reflex via met name de peesreksensoren in een spier. Deze peesreksensoren registreren dat een spier plots langer wordt waarna, door middel van directe stimulatie, zenuwcellen in het ruggenmerg via een motorische zenuw zorgen dat de spier zich weer verkort. Deze reflex wordt normaliter vanuit de hersenen via lange banen in het ruggenmerg geremd zodat ze niet overdreven werken en daardoor bewuste (aangestuurd vanuit de hersenen) bewegingen kunnen tegenwerken. Bij een beschading van de hersenen (bij bijvoorbeeld een beroerte) of ruggenmerg (bij bijvoorbeeld een dwarslaesie) wordt deze reflex onvoldoende geremd waardoor een overdreven reactie optreedt. Deze spasticiteit leidt tot spasme, een verhoogde spiertonus (rustspierspanning) waardoor het normale bewegen van een arm, naast een gedeeltelijke verlamming, parese genaamd, bemoeilijkt wordt. In sommige gevallen echter zijn spasmen ook beperkt nuttig omdat ze door de verhoogde spierspanning zorgen dat een gedeeltelijk verlamd been of arm toch nog een steunfunctie kan hebben. Mensen staan dan op hun spasme.

De mate van spasticiteit kan veranderen in de loop der tijd door ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel, een andere manier van bewegen die kan leiden tot abnormale ontwikkeling van het bewegingsapparaat of veranderingen in de groei van het bewegingsapparaat. Dit kan leiden tot secundaire orthopedische afwijkingen.

Spasticiteit ontstaat niet alleen bij een aangeboren, of tijdens de geboorte opgetreden, hersenbeschadiging ("hersenverlamming"), maar kan ook na een later verworven dwarslaesie of hersenbeschadiging zoals een beroerte, hersenkneuzing, niet-aangeboren hersenletsel, multiple sclerose, amyotrofe laterale sclerose, primaire laterale sclerose of hereditaire spastische paraparese ontstaan of door infecties, toxische stoffen of tumoren van het centraal zenuwstelsel.

De oorzaak ligt in een probleem van de hersenen of het ruggenmerg of de oorzaak ligt in de zenuwen, de spieren of de overgang tussen beide.

Symptomen[bewerken]

Centraal motorische parese[bewerken]

Spieractiveringsstoornissen[bewerken]

Deficit symptomen:

  • Paresen
  • Selectiviteit in bewegen (niet één spier, maar slechts hele spiergroepen kunnen willekeurig worden geactiveerd)
  • Verlies van handigheid (snel alternerende bewegingen zijn moeilijker uitvoerbaar)
  • Snelle vermoeidheid (verschuiving naar lagere frequenties van de spieractivatie en toename van “langzame spiervezels”)

Excess symptomen: Passief bewegen:

  • Verhoogde dynamische rekreflexen
  • Verhoogde spiertonus (Hypertonie, verhoogde statische rekreflexen)

Actief bewegen:

  • Clonus (zeer heftige krachtige spieraanspanning)
  • Babinski-reflex
  • Co-contracties
  • Spiegelbewegingen
  • Associatieve reacties
  • Extensiespasme (ontremde steunreactie/ plaatsingsreactie)

Abnormale musculocutane reflexen:

  • Flexiespasme (ontremde terugtrek reactie)
Biomechanische stoornissen[bewerken]
  • Spierstijfheid
  • Stoornissen in spierlengte

Ataxie[bewerken]

Een abnormale houding en/of beweging of verlies van normale spiercoördinatie.

Dyskinesie[bewerken]

Een abnormale houding en/of beweging, onwillekeurige bewegingen ook in rust of onwillekeurige, ongecontroleerde, repeterend en soms stereotiepe bewegingen, langzame torderende bewegingen of grofslagige, heftige bewegingen of hypotonie of hypertonie.

Diagnose[bewerken]

De diagnose kan zich richten op vaststellen en de ontwikkeling van spasticiteit en/of reductie van symptomen en/of verbetering gewrichtsmobiliteit en/of functionele verbetering van een specifieke taak en/of verbetering verpleegbaarheid.

  • Scan van hersenen en/of ruggenmerg
  • Lichamelijk onderzoek, inclusief gebruik van klinimetrie
  • Eventueel aanvullend onderzoek zoals biomechanische en/of neurofysiologische meetmethoden
  • Periodiek controleren en meten van de patiënt op ontwikkeling spasticiteit, inclusief gewrichten en skelet, met name in perioden van groei en veroudering.

Behandeling[bewerken]

De arts die het meeste verstand heeft van de diagnostiek en behandeling van spasticiteit en spasmen is de revalidatiearts. Een huisarts kan direct verwijzen naar een revalidatiearts. Soms wordt voor diagnose en behandeling een klinisch neuropsycholoog betrokken. Sommige vakgebieden hebben specialismen, zoals fysiotherapie aangevuld met musculoskeletale revalidatie of neurologische revalidatie, logopedie aangevuld met stottertherapie of ergotherapie aangevuld met cognitieve revalidatietherapie.

Tot behandeling wordt overgegaan in die situaties waarin de spasticiteit hinder en/of functionele beperkingen oplevert.

Voordat met specifieke spasticiteitbehandeling wordt gestart moeten eventueel aanwezige nociceptieve factoren, die de ernst van de spasticiteit negatief beïnvloeden, worden opgespoord. Nadat deze spasticiteit bevorderende factoren zijn uitgesloten en/of behandeld, is vrijwel altijd fysiotherapie geïndiceerd.

Nadat deze het spasme onderzocht heeft zal deze vaak gerichte fysiotherapie voorschrijven om de spieren langer te maken. Het rekken moet langzaam (lees niet krachtig) gebeuren in combinatie met ontspannen zodat de spier langer wordt. Het effect van een half uur rekken en ontspannen kan tot een dag aanhouden. Hydrotherapie, oefenen in water, is ook goed voor het ontspannen van de ledematen. Ook worden soms orthesen toegepast. Dit zijn beugels of laarzen die de gewrichten in de juiste stand houden, zodat sommige spieren worden uitgerekt. Soms ook acupunctuur en Dry needling.

Bij mensen met hersenbeschadiging is bewegen goed voor de spieren en hersenen als ze dit regelmatig doen met verstand op nul. Dus gewoon dagelijks wandelen of (elektrisch) fietsen, eventueel ondersteund door een rollator of zijwieltjes aan fiets of driewieler of fietstrainer of op hometrainer of loopband.

Als rekken-ontspannen of wandelen of fietsen onvoldoende helpt zal de revalidatiearts samen met de patiënt medicamenteuze behandeling kunnen overwegen. Voor lokale spasmen wordt veelal gekozen voor gericht inspuiten van de storende spier met botulinetoxine waardoor deze wordt verzwakt. Vaak moet dit inspuiten worden herhaald. Als het spasme meer gegeneraliseerd is, dus meerdere extremiteiten (armen of benen) betreft, dan kan er gekozen worden om een spierverslapper zoals Baclofen voor te schrijven. Een vaak voorkomende bijwerking van dit middel is echter sufheid en gevaar voor stilleggen ademhaling. Indien dit bij orale toediening niet leidt tot het gewenste resultaat kan neuromodulatie een optie zijn. Hierbij wordt de Baclofen intrathecaal (bij het ruggenmerg) toegediend via een geïmplanteerde pomp. Hierbij blijven de bijwerkingen zeer beperkt maar kan wel infectie optreden. Een andere optie is permanente gerichte uitschakeling van een zenuw door injectie met een beschadigende chemische stof zoals fenol. Deze behandeling kan nooit weer terug worden gedraaid en wordt alleen in het uiterste geval toegepast. Bij alle voorgeschreven middelen moet ook gekeken worden of de spieren niet te veel worden verslapt. Gerichte behandeling door de revalidatiearts is dus noodzakelijk.

Indien deze middelen niet werken kan gekozen worden om operatief de spier te verlengen of door te snijden door een orthopedisch chirurg. Deze behandeling kan nooit weer terug worden gedraaid en wordt alleen in het uiterste geval toegepast.

Voor de vermoeiheld kan men overdag een rust inbouwen of een goede balans tussen in- en ontspannen.

Trainen van de spieren voor de houding kan met diverse oefeningen en hulpmiddelen, bijvoorbeeld looprobot, zitbal, trampoline.

Gevolgen en effecten[bewerken]

Op termijn kan de bewegingsstoornis leiden tot spierverkorting, die op zijn beurt de mobiliteit beperkt, en kan leiden tot een slechte houding, grove motoriek, verlies spiermassa en slechtere stand van gewrichten (contracturen), vaak bij enkel en heup. Hierdoor kunnen artritis en osteoartritis ontstaan. Door een slechte houding kan een kromming in de wervelkolom optreden. Dit kan leiden tor slechter functioneren van de longen. Door minder bewegen kunnen problemen met de bloedsomloop en doorliggen ontstaan. Bovendien neemt het risico van osteoporose toe. Ook kan een verstoorde oogcoördinatie leiden tot scheel zien, waarneming- en visusstoornissen, afbraak van de oogzenuw. Ook gehoor- en evenwichtsstoornissen en verschil in ademhalen en ruiken tussen de neusgaten komt voor. Soms is er ook spasticiteit in het gelaat waardoor emoties voor anderen moeilijk te "lezen' zijn.

Psychologische gevolgen kunnen een gebrek aan zelfvertrouwen, neerslachtigheid en veranderingen in de persoonlijkheid zijn - vaak als gevolg van uitsluiting en sociaal isolement. Hulp bij dagelijkse zaken en verlies van zelfstandigheid en afhankelijkheid van een rolstoel of andere mobiliteitsproblemen (bv. angst om te vallen) of gehoor, visuele en spraakstoornissen, kunnen een negatieve invloed hebben op het gevoel van eigenwaarde.

Ook zijn er gevolgen voor het gezin, school en werk.