St. Bernulphusgilde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hoogaltaar van Friedrich Wilhelm Mengelberg in de (overigens door Cuypers ontworpen) kathedraal van Groningen.

Het St. Bernulphusgilde was een Nederlandse vereniging die op 1 december 1869 werd opgericht, in eerste instantie met als doel bij geestelijken interesse te wekken voor kerkelijke kunst en architectuur door excursies en de uitgave van het tijdschrift Het Gildeboek. Het gilde werd vernoemd naar de elfde-eeuwse bouwlustige Utrechtse bisschop Bernold.

Oprichting en openstelling voor kunstenaars[bewerken]

De vereniging werd in Utrecht opgericht door plebaan G.W. van Heukelum naar voorbeeld van het Vlaamse St. Thomas- en St. Lucasgilde. Het lidmaatschap stond aanvankelijk alleen open voor geestelijken maar beleefde een bloeitijd toen het lidmaatschap ook open werd gesteld voor kunstenaars en architecten. Hoewel het gilde leden had in heel Nederland speelde het vooral in de provincie Utrecht, en in mindere mate in andere delen van het aartsbisdom, een belangrijke rol bij de bouw en inrichting van kerken. Leden van het gilde, veelal kunstenaars die Van Heukelum uit het Rijnland had laten overkomen, conformeerden zich aan bepaalde stijleisen en verkregen hierdoor belangrijke opdrachten.

Bouwstijl[bewerken]

De voorgeschreven bouwstijl was een conservatieve variant van de neogotiek die was gericht op inheemse varianten van de late gotiek, met name de Nederrijnse gotiek, en vrijwel uitsluitend in baksteen werd uitgevoerd. Deze zogenaamde Utrechtse School stond tegenover de opvattingen van P.J.H. Cuypers, die overigens erelid was, voor wie neogotiek juist een uitgangspunt voor vernieuwing was. Beeldende kunst werd uitgevoerd in historiserende stijlen. Als voorbeelden diende Van Heukelom's verzameling kunstwerken uit de middeleeuwen die vanaf 1872 in een museum aan de Utrechtse Nieuwegracht ook voor het publiek toegankelijk was. Dit museum werd in 1882 verheven tot Aartsbisschoppelijk Museum en is de voorloper van het huidige Museum Catharijneconvent.

Bekende leden en werken[bewerken]

Vooraanstaande leden-kunstenaars waren de architect Alfred Tepe, die in de provincie Utrecht vrijwel het monopolie op de bouw van nieuwe katholieke kerken kreeg, de beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg, die samen met zijn atelier hoofdverantwoordelijk was voor veel van de inrichtingen, de edelsmid Gerard Brom en orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd. Goed bewaarde voorbeelden van kerken die volgende ideeën van het St. Bernulphusgildewerden gebouwd en ingericht zijn de Willibrordkerk te Utrecht en De Krijtberg in Amsterdam. De Sint Willibrorduskerk uit 1870 in Vierakker was een van de eerste kerken die volgens de gedachtegoed is opgebouwd. In de door Cuypers ontworpen Sint-Josefkerk in Groningen staat een zeer imposant hoogaltaar van Mengelberg, algemeen beschouwd als een van de hoogtepunten van de Nederlandse neogotische kunst.