Stanford-gevangenisexperiment

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Stanford-gevangenisexperiment was een spraakmakend sociaal-psychologisch experiment, dat in 1971 werd uitgevoerd in de kelders van de Universiteit van Stanford. Het experiment was opgezet door Philip Zimbardo en werd door hem geduid als een bewijs van situationisme ("de externe situatie bepaalt persoonsgedrag"). De kritiek hierop was bij aanvang aanwezig (bv. Erich Fromm)[1][2] en klonk luider naarmate meer bekentenissen verschenen over de dubieuze methodologie die gebruikt was.[3][4]

Samenvatting[bewerken]

Studenten werden willekeurig in twee groepen van twaalf opgesplitst: een gevangenengroep en een bewakersgroep. Na korte tijd begonnen de studenten zich naar hun rol te gedragen: gevangenen werden onderdanig en bewakers kwamen in de verleiding om hun macht te misbruiken.

Het experiment werd stopgezet toen Christina Maslach, een studente die interviews afnam in de 'gevangenis' en die ook partner was van Zimbardo, kritiek op de mensonterende omstandigheden uitoefende. Slechts zes dagen van de geplande twee weken waren volbracht. Zimbardo merkte nog op dat van de vijftig buitenstaanders die de gevangenis van binnen hadden gezien, Maslach de enige was die vraagtekens bij de moraal ervan had gezet.

Het experiment toont de dramatische gevolgen van normale, gezonde studenten die in een namaakgevangenis werden gestopt. Het is een klassiek geworden voorbeeld van de kracht van de sociale situatie.

Het gevangenisexperiment[bewerken]

Een groep van 24 doorsnee Amerikaanse jongens uit de middenklasse, die aan het begin van het experiment niet van elkaar verschilden, zou twee weken lang gesplitst worden in de rol van bewaker of gevangene in een namaakgevangenis. Het toeval bepaalde de rollenverdeling. Twaalf jongens mochten een uniform aandoen en kregen als opdracht: ‘zorg voor orde maar gebruik geen geweld’. De twaalf anderen kregen een gevangenisplunje aan. Zimbardo en zijn collega's wilden weten wat er in zo'n sociale situatie kon gebeuren.

De onderzoekers gaven de bewakers instructies over hoe met de gevangenen om te gaan. Ze waren suggestief en toonden een grote mate van identificatie tussen onderzoekers en bewakers:

Aanhalingsteken openen We kunnen verveling creëren. We kunnen ze een gevoel van frustratie geven. We kunnen ze bang maken... Zij zullen niets kunnen doen en niets kunnen zeggen wat wij niet toestaan. We gaan hun individualiteit op diverse manieren afnemen, en op geen enkel moment zal iemand hen bij hun naam noemen; ze zullen nummers krijgen en met hun nummers worden aangesproken. Over het algemeen zou dit een gevoel van machteloosheid moeten opleveren. Wij hebben de totale controle over de situatie. Zij geen enkele.
— Zimbardo, 2007[5]
Aanhalingsteken sluiten

Al snel gebruikten de 'bewakers' opdrukken met een hand op de rug als straf. Opstandelingen werden met de brandblusser neergespoten, ook zich publiekelijk uitkleden was een straf. Eenzame opsluiting kon ook. De agressie van de bewakers werd sterker naarmate het onderzoek vorderde.

Sommige bewakers hadden er lol in om de gevangenen zeer wreed te behandelen, als beesten. Niemand van de deelnemers zei tijdens het experiment: "Zo kan het niet meer verder." Op een bepaald moment gebeurden de mishandelingen 's nachts omdat ze dachten dat de onderzoekers toen niet keken. De meerderheid was niet langer in staat een onderscheid te maken tussen hun rol en hun eigen ik. In bijna elk onderdeel van hun gedrag, gedachten en gevoelens was er verandering te zien.

Niet enkel de proefpersonen gingen tot het uiterste, ook de onderzoekers trapten in hun eigen val. Ze hadden buitenstaanders nodig om in te zien wat ze aan het doen waren. Toen een collega Zimbardo een technische vraag stelde, reageerde hij niet als wetenschapper, maar als gevangenisdirecteur. Pas toen Christina Maslach, een nieuwe collega, boos werd over het feit dat de 'gevangenen' met een zak over het hoofd en aan de enkels geketend naar de wc werden geleid, besefte Zimbardo dat er iets fout ging. Na zes van de veertien voorziene dagen werd het experiment stilgelegd.

Getuigenissen[bewerken]

Na afloop getuigde bewaker John Markus dat de onderzoekers hem al op de tweede dag aangespoord hadden om zich te misdragen. Op zijn antwoord dat agressie meestal niet werkt, had hij een geïrriteerde repliek gekregen: "We proberen de stereotiepe bewaker neer te zetten, jouw individuele stijl is te slap geweest."

In 2005 schreef de hoofdconsulent van het experiment dat het een farce was geweest.[6] Hij had zeventien jaar in San Quentin State Prison gezeten en was net daarom door Zimbardo benaderd om het onderzoeksteam te vervoegen. Niet toevallig kwamen zijn eigen ervaringen in het gevangenissysteem terug in het "spontane" gedrag van de bewakers in het experiment: zakken over het hoofd, aan elkaar ketenen, emmers voor ontlasting... Hij gaf ronduit toe dat de bewakers hiertoe waren aangemoedigd en dat het misbruik zelfs als grondregel was neergelegd. Achteraf bezien beschouwde hij zich als een onopzettelijke medeplichtige aan een toneelopvoering.

Reproductie[bewerken]

Het oorspronkelijke experiment valt bijna niet exact te reproduceren wegens het onethische opzet. Reality tv bood echter een gelegenheid om het over te doen, zij het minus de onwetenschappelijke tussenkomst van de onderzoekers. Het BBC-gevangenisexperiment werd uitgevoerd in 2002 en kwam op het scherm als The Experiment.[7] De studie, onder begeleiding van Steve Reicher en Alex Haslam, leverde het omgekeerde op van Zimbardo's bevindingen: er trad solidarisering op tussen bewakers en gevangenen, en de sfeer werd zo gemoedelijk dat het als televisie vrij saai was. De resultaten gaven aanleiding tot een tiental wetenschappelijke publicaties.[8]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen en noten[bewerken]

  1. Erich Fromm, The Anatomy of Human Destructiveness, 1973
  2. Ali Banuazizi en Siamak Movahedi, "Interpersonal dynamics in a simulated prison: A methodological analysis", in: American Psychologist, 1975, nr. 2, blz. 152-160, DOI:10.1037/h0076835
  3. De echte les van het beruchte Stanford Prison Experiment: vertrouwen is sterker dan haat, De Correspondent, 9 december 2016
  4. The Real Lesson of the Stanford Prison Experiment, The New Yorker, 12 juni 2015
  5. Philip G. Zimbardo, Het lucifer effect. Hoe gewone mensen zich laten verleiden tot het kwaad, 2010, blz. 54
  6. Carlo Prescott, The lie of the Stanford Prison Experiment, The Stanford Daily, 28 april 2005
  7. BBC Prison Study Website
  8. De twee overzichtsartikelen zijn: S. A. Haslam, S. A. en S. D. Reicher, "The psychology of tyranny", in: Scientific American Mind, 2005, nr. 3, blz. 44–51; S. A. Haslam en S. D. Reicher, "Rethinking the psychology of tyranny: The BBC Prison Study", in: British Journal of Social Psychology, 2006, blz. 1–40