Stedelijke revolutie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De stedelijke revolutie is het proces waarbij de ongedifferentieerde agrarische samenleving overging in een gespecialiseerde stedelijke samenleving. Daarbij begonnen op verwantschap gebaseerde groepen zich te verenigen in dorpen en steden, waar naast familiale ook economische, politieke en religieuze verbanden ontstonden. De stedelijke revolutie begon zo'n 6000 jaar geleden met de stadstaten van Soemerië, gevolgd door Egypte, de Indusbeschaving en China. Het begrip is afkomstig uit het werk Man Makes Himself uit 1936 van archeoloog Gordon Childe. Van hem is ook het aan de stedelijke revolutie voorafgaande begrip neolithische revolutie afkomstig.

De irrigatielandbouw in Mesopotamië leidde tot overschotten waardoor mensen onttrokken konden worden aan de voedselproductie. Met deze overschotten werd het mogelijk dat bands zich vormden tot stammen en kon men in dorpen wonen. Dit werd het belangrijkste nederzettingstype in Eurazië, Afrika en Amerika en zou dat lange tijd blijven, ook na de opkomst van steden. In dorpen trad vaak een verzwakking op van de familieband ten gunste van de solidariteit met de buurt.

In 1950 werkte Childe zijn ideeën verder uit in het artikel The Urban Revolution in het tijdschrift The Town Planning Review. Hier kwam hij tot tien criteria die de vroegste steden onderscheiden van eerdere dorpen:

  1. een grote bevolking en relatief grote nederzettingen (steden);
  2. voltijds specialisatie en geavanceerde arbeidsdeling;
  3. productie van een agrarisch overschot waarmee via tribuut of belasting een overheid wordt gefinancierd;
  4. monumentale openbare bouwwerken;
  5. een heersende klasse;
  6. schrift;
  7. exacte en voorspellende wetenschappen (rekenkunde, meetkunde, astronomie, kalenders);
  8. verfijnde kunstvormen;
  9. langeafstandshandel;
  10. de staat.

Deze criteria lijken echter niet altijd op te gaan. Zo ontstonden de steden in Mesopotamië waarschijnlijk voordat het schrift en irrigatie in gebruik kwamen.

Geïnspireerd door Childe werkte sinoloog Wittfogel dit in Oriental Despotism. A Comparative Study of Total Power uit 1957 uit tot een theorie waarin ook het ontstaan van de vroege Chinese en Precolumbiaanse samenleving verklaard werden. Wat hij de hydraulische samenleving ontstond doordat voor irrigatielandbouw een grote mate van collectieve sociale organisatie vereist is, wat een sterk gecentraliseerd gezag met hiërarchische maatschappelijke verhoudingen voort kon brengen. De invloed van irrigatie wordt tegenwoordig echter minder groot ingeschat.

Literatuur[bewerken]