Kalender

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kalendersteen van de Azteken, Mexico
Een kalender uit 1375
Midzomer bij Stonehenge, afbeelding in het Nordisk familjebok (een encyclopedie), 1918
Nabij Koblenz ligt Goloring (uit de bronstijd), dit bouwwerk kan gebruikt worden als kalender zoals het observatorium in Goseck en Stonehenge
Goseck observatorium; de richting van zonsopkomst en zonsondergang tijdens de zonnewende (van de winter en de zomer) en het voorjaarsfeest
Megalithische tempels van Mnajdra; bij zonsopgang tijdens het wintersolstitium schijnen de zonnenestralen in de zuidelijke tempel diagonaal door de ingang op de rechter gedecoreerde megaliet van de doorgang tussen de eerste en de tweede tempelruimte. Bij het zomersolstitium vallen de zonnestralen op de linker megaliet van dezelfde doorgang. Bij de equinoxen baadt de centrale tempelruimte in het licht.
Het astronomisch uurwerk van Praag geeft de maanfasen en de tekens van de zodiac aan, Praag

Een kalender is een systeem voor het indelen van de tijd in perioden, zoals jaren, maanden, weken en dagen. In deze algemene zin is kalender synoniem voor tijdrekening. Ook de (fysieke) weergave van een kalender, in de vorm van een tabel of anderszins, wordt kalender genoemd.

Door een kalender worden meestal ook de feest- en gedenkdagen aangegeven. Naar analogie daarmee spreekt men in ruimere zin ook van verjaardagskalender met daarop de te gedenken verjaardagen, of de voetbalkalender met geplande voetbalevenementen.

Een kalender bepaalt de lengte en de indeling van het jaar en is gebaseerd op maatstaven die de astronomie aanreikt. Een kalender is gekoppeld aan een jaartelling en een jaarstijl, die beide gebaseerd zijn op conventies of op historische gebeurtenissen die bij de invoering van de kalender als essentiële beginpunten van de beschaving worden beschouwd. De jaartelling bepaalt daarbij het jaar waarin de kalender aanvangt, de jaarstijl bepaalt op welke dag het jaar begint.

Oorsprong[bewerken]

Het woord kalender is afgeleid van het Latijnse woord kalendae, dit was de eerste dag van de maand in de Romeinse tijdrekening.

Egyptische kalender, gebaseerd op overstromingen van de Nijl

Egypte had al erg lang een kalender gebaseerd op 365 dagen, zie Egyptische kalender.

De Romeinse kalender heeft sinds de stichting van Rome in de 8e eeuw v.Chr. in vele achtereenvolgende gedaanten tot op de huidige dag bestaan. Oorspronkelijk omvatte de Romeinse kalender 304 dagen verdeeld over tien maanden plus een niet nauwkeurig omschreven aantal (ongeveer zestig) dagen in de winter.

De voorlaatste gedaante van de Romeinse kalender was de juliaanse kalender (van -45 tot 1582); deze door Julius Caesar ingevoerde kalender die door het concilie van Nicaea werd aanvaard als officiële kalender van de kerk, was gebaseerd op een jaar van 365,25 dagen met een schrikkeldag iedere vier jaar. Het zonnejaar is echter iets korter.

Op den duur ging daardoor de Juliaanse kalender steeds meer achterlopen (er zat meer tijd in het kalenderjaar dan de zon nodig had tussen twee lentenachteveningen: zo viel de lentenachtevening rond het jaar 1500 op 11 maart). Daarom werd deze door de rooms-katholieke Kerk in 1582 door de gregoriaanse kalender (onze huidige kalender) vervangen. De tien dagen achterstand werden ingelopen door op donderdag 4 oktober 1582, vrijdag 15 oktober te laten volgen.

Door de verschillende politieke en godsdienstige omstandigheden in de verschillende landen van Europa werd deze kalender niet overal in Europa onmiddellijk aanvaard, in Rusland zelfs pas na de Oktoberrevolutie van 1917. In de orthodoxe kerken heeft de vervanging ook nu nog niet plaatsgevonden. Wereldwijd bestaan verschillende kalendersystemen maar de gregoriaanse kalender wordt door velen als de universele standaard gezien.

Kalendersystemen[bewerken]

De kalender is in eerste instantie bedoeld om in functie van landbouw en veeteelt de seizoenen of jaargetijden te kunnen vaststellen. De eenvoudigste manier om dit te doen is het volgen van de maanmaanden, maar correcter is het om het zonnejaar te volgen.

Maankalender[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Maankalender voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De oudste kalenders gaan uit van een maanjaar van 12 lunaties (synodische maanden), die elk ongeveer 29,5 dagen duren. De synodische maand is eenvoudig te bepalen omdat het de periode is tussen twee opeenvolgende nieuwe manen (of twee opeenvolgende andere schijngestalten). Ongeveer 2 dagen na nieuwe maan wordt een smalle maansikkel zichtbaar en kon men een nieuwe maand beginnen. Door afwisselend maanden in te voeren van 29 en 30 dagen, benadert men het gemiddelde van 29,5 dagen.

Maar de synodische maand duurt in werkelijkheid iets langer, namelijk 29,530589 dagen (of 29 dagen, 12 uur, 44 minuten en 2,9 seconden). Zo loopt men na 34 maanden (na ongeveer 3 jaar) reeds één dag achterstand op : 34 x 29,5 = 1003 dagen. In werkelijkheid zijn er dan inderdaad 29,530589 x 34 = 1004,04 dagen verlopen. Dus moet men schrikkeldagen invoeren om in de pas te blijven met de schijngestalten van de maan. Na het toevoegen van de schrikkeldagen, loopt men 850 maanden later opnieuw een dag achterstand op, zodat een nieuwe aanpassing nodig is. Deze correcties werden in verschillende landen op verschillende manieren uitgevoerd. Momenteel is bijvoorbeeld de islamitische kalender als maankalender nog in gebruik. Ook de Hindoekalender werkt nog steeds met maanmaanden.

Lunisolaire kalender[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lunisolaire kalender voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De maankalender loopt elk jaar ten opzichte van het zonnejaar een achterstand op van ongeveer 11 dagen (29,5 x 12 = 354 dagen), zodat de meeste oude cultuurvolken overschakelden op een gebonden maanjaar, waarbij men ook rekening hield met het zonnejaar. Na 3 jaar bedraagt de achterstand al meer dan 30 dagen.

Ook dit loste men op verschillende manieren op. De oude Griekse kalender bv. die het maanjaar van 354 dagen volgde, voegde per periode van 8 jaren 3 keer een maand van 30 dagen in. Op die manier telt het jaar gemiddeld 354 + 90/8 = 365,25 dagen, wat een goede benadering is van de lengte van het zonnejaar. Ook de cyclus van Meton biedt een oplossing. Bij de oude Babyloniërs was reeds ontdekt dat 19 zonnejaren 235 lunaties bevatten, m.a.w. na 6940 dagen staan zowel de zon als de maan weer in dezelfde positie. Deze maancyclus wordt nu nog gebruikt bij het berekenen van de paasdatum.

Zonnekalender[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Zonnekalender voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Hier laat men de band tussen de maan en de maand vallen. Men meet de seizoenen niet langer aan de hand van de verstreken maanmaanden, maar men kan ze bepalen aan de hand van de zonnewendes en de nachteveningen.

Bij een zonnewende keert het lengen van de dagen. Op het noordelijk halfrond is de dag het kortst bij de winterzonnewende, waarna de dagen opnieuw langer worden ; bij de zomerzonnewende is de dag op zijn langst om daarna opnieuw te korten.

Bij een nachtevening zijn dag en nacht even lang. Ook dit gebeurt twee keer per jaar, met name in de lente waarna de dagen langer worden dan de nacht, en in de herfst waarna de dagen korter worden dan de nacht.

Om de seizoenen op vaste tijdstippen van de kalender te laten beginnen, stelt men het jaar vast op de tijd die verloopt bv. tussen twee lentenachteveningen. Dit heet het tropisch jaar, en duurt iets meer dan 365 dagen, meer precies 365,2422 dagen (365,242199) of bij benadering 365,25 dagen. Om dit zonnejaar van gemiddeld 365,25 te benaderen gebruikt men jaren van 365 dagen, met een schrikkeldag om de 4 jaren.

Andere[bewerken]

  • De Darische kalender. Om bij eventuele toekomstige kolonisatie van Mars de tijd bij te kunnen houden is in 1985 door Thomas Gangale de Darische kalender ontwikkeld. Als uitgangspunten nam hij de duur van een dag op Mars en de tijd die Mars nodig heeft om rond de Zon te draaien. Eén Marsjaar is onderverdeeld in 24 maanden van 27 of 28 Marsdagen.
  • De patafysische kalender is een literaire kalender bedacht door Alfred Jarry.
  • In 1993 heeft de spirituele leider José Argüelles op basis van de Mayakalender een 13-manenkalender ontwikkeld (13 manen/28 dagen), die door een aanzienlijke groep mensen uit de newagebeweging gebruikt wordt.
  • De wereldkalender, gepropageerd door de World Calendar Association - International, waarbij de dagen van de week ieder jaar een vast plaats op de kalender houden.

Fotogalerij[bewerken]

Begrippen[bewerken]

Zonneschijf, een astronomische kalendersteen in Sarmizegetusa behoort tot de Werelderfgoedlijst van UNESCO
Epacta 
de ouderdom van de maan op 1 januari volgens de gregoriaanse kalender; wordt gebruikt bij de berekening van de paasdatum.
Gulden getal 
het rangnummer van het jaar in de 19-jarige maancyclus; het wordt gebruikt bij de berekening van de (kerkelijke) nieuwe maan in verband met de paasdatum.
Juliaanse periode 
ingesteld door Josephus Justus Scaliger in de 16e eeuw. Het is een periode van de 28-jarige zonnecyclus, de 19-jarige maancyclus en de 15-jarige indictie-cyclus. Als beginpunt van alle cycli werd 4713 v.Chr. gekozen.
Romeinse indictie 
het rangnummer van het jaar in een 15-jarige periode, dat vermoedelijk zijn oorsprong heeft bij het Romeinse belastingstelsel.
Zondagsletter 
geeft aan op welke datum de eerste zondag valt in het nieuwe jaar (A = 1 januari, B = 2 januari, enz.).
Zonnecirkel 
het rangnummer van het jaar in de 28-jarige zonnecyclus; wordt gebruikt voor het vinden van de dag van de week voor een bepaalde datum (volgens de Juliaanse kalender).

Bouwkundige betekenis[bewerken]

Tijdens het heien van funderingspalen worden die palen meestal gekalendeerd. Dit houdt in dat er op de laatste meters van de paal stukken van 250 mm worden afgetekend. De stukken van 250 mm worden een tocht genoemd.

Het aantal slagen per tocht (250 mm) wordt de kalendering genoemd per tocht. Hoe meer slagen per tocht hoe groter de weerstand (draagvermogen). Aan de kalendering is af te lezen waar de paal de draagkrachtige laag heeft bereikt.

Zie ook[bewerken]