Steenkolenduits

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Steenkolenduits is de benaming voor slecht tot zeer slecht Duits gesproken door Nederlanders of Vlamingen. De term is verzonnen naar analogie van steenkolenengels. De tegenhanger, slecht Nederlands uit een Duitse mond, wordt wel Prlwitzkowskinederlands genoemd naar Professor Prlwytzkofsky uit Olivier B. Bommel.

Daar het Nederlands en het Duits dicht bij elkaar staan, als zustertalen gelden, vallen de overeenkomsten meer op dan de verschillen. Met relatief eenvoudige klankwetten kan men vaak uit een Nederlands woord het corresponderende Duitse equivalent afleiden. Het Nederlands en het Duits zijn echter nog steeds verschillende talen en de spreker van het Nederlands die zich aldus van het Duits bedient zal dan ook kapitale fouten maken in de grammatica, de woordenschat en het idioom.

Veelgehoorde voorbeelden[bewerken]

Grammatica[bewerken]

De vier naamvallen van het Duits zijn voor de Nederlander of Vlaming moeilijk te bevatten. Veel mensen leren de regels wel, maar vinden het systeem erg moeilijk en subtiel, zodat het ze niet lukt dit consequent te gebruiken. In steenkolenduits ontbreken naamvallen dan ook vaak, of worden ze volkomen verkeerd gebruikt.

Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke woorden speelt in de Nederlandse standaardtaal geen rol van betekenis, en zij die dit verschil in hun dagelijkse taalgebruik wel kennen (Vlamingen, Limburgers, Twenten etc.) hebben er onvoldoende steun aan bij het Duits, omdat de geslachten lang niet altijd overeenkomen. Vandaar dat geslachtsindicatoren als der en die in steenkolenduits veelvuldig door elkaar gebruikt worden.

Uitspraak[bewerken]

Een accent bij de uitspraak van een vreemde taal wordt gewoonlijk niet als taalfout gezien. Wat sprekers van het Nederlands weleens fout doen is het weglaten van de n in de uitgang -en. De Duitse "ei" wordt nog weleens als de Nederlandse uitgesproken, deze dient echter uitgesproken te worden als aai.

Syntaxis[bewerken]

Het Nederlands heeft overwegend de rode werkwoordsvolgorde, het Duits uitsluitend de groene. Een zin als Ik denk niet dat hij dat kan zien laat zich correct vertalen als Ich denke nicht, dass er das sehen kann. Sprekers van het steenkolenduits kunnen zeggen: "Ich denke nicht, dass er das kann sehen".

Woordenschat[bewerken]

Het verduitsen van Nederlandse woorden leidt vaak tot woorden die of helemaal niet bestaan of een volkomen andere betekenis hebben. Bekende voorbeelden zijn "versuchen" voor verzoeken (werkelijke betekenis "proberen", correcte vertaling bitten) en "mögen" voor mogen (werkelijke betekenis "houden van", correcte vertaling dürfen). Het bekendste voorbeeld is zonder twijfel "Darf ich mal bellen?", wat in het Duits "Mag ik even blaffen?" betekent, correct zou zijn "Darf ich mal Ihr Telefon benutzen?".

Ook humoristisch is "Haben Sie das in der Gassen?" als vertaling voor "Heeft u dat in de gaten?" (Gassen zijn steegjes).

Klankwetten[bewerken]

Zelfs hierin bestaan duidelijke discrepanties. Veel klanken die in het Nederlands zijn samengevallen worden in het Duits nog uit elkaar gehouden, of andersom. Zo verandert roken in rauchen, maar koken in kochen. Uit Nederlandse mond zou men echter *kauchen kunnen horen. Karikaturale voorbeelden zijn "Flaußkessel", wat geacht wordt "fluitketel" te betekenen (correcte vertaling: Pfeifkessel), en het zinnetje "Es ist kauß baußen" ("Het is koud buiten"; correcte vertaling Es ist kalt draußen)

Idioom[bewerken]

Veel uitdrukkingen uit het Nederlands zijn voor een Duitser onbekend. Uiteraard is dit omgekeerd ook het geval. Af en toe kan het letterlijk vertalen van een zinswending grote problemen opleveren. Het begrip "Het valt mee" wordt dan vertaald met Es fällt (of: fallt) mit. Een benaderende vertaling van deze uitdrukking is Das geht (ja) (noch), in Oostenrijk: Das geht sich aus.

Voorbeelden van steenkolenduits in populaire cultuur[bewerken]

  • Jean-Marie Pfaff gaf in 1980 een interview in steenkolenduits voor de Duitse televisie. Dit fragment is sindsdien al vaak herhaald geweest op de Nederlandse, Belgische en Duitse televisie.
  • De tv-serie Kommissar Tampert in Jiskefet, een parodie op Derrick, bevatte ook heel wat onbestaande Duitse woorden en uitdrukkingen.
  • Lambik sprak in de originele versie van De ringelingschat oorspronkelijk een mengeling van Duits met Nederlands. In de latere herdrukken is dit weggelaten en praat hij gewoon Nederlands.
  • De Duitse soldaten in de film The Guns of Navarone praten steenkolenduits.
  • Charlie Chaplins imitatie van Adolf Hitler in The Great Dictator is gekruid met allerlei Duits klinkende nonsens.
  • Paul de Leeuw verhaspelt verschillende talen in zijn lied Vlieg met me mee naar de regenboog, waaronder het Duits.
  • De Monty Python sketch The Funniest Joke In The World draait om een mop die zo grappig is dat mensen die ze horen spontaan doodvallen. De mop wordt vervolgens tijdens de Tweede Wereldoorlog als wapen ingezet tegen de nazi's en in steenkolenduits "vertaald": "Wenn ist das Nodschtuck git und slottermeyer?" Antwoord: "Ja, Beigerhund isst dem Flipperwalt gespüht."

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]